Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV

Indicatoren en bronnen

In dit deel van de Toolkit regionale VTV staat per onderdeel van het VTV-model welke indicatoren en bronnen beschikbaar zijn. Voor de onderdelen 'bevolking', 'gezondheidstoestand', 'gezondheidsdeterminanten', 'preventie' en 'zorg' geven we aan hoe je de situatie in een regio/gemeenten in een regio kunt beschrijven en hoe je een vergelijking kunt maken tussen gemeenten, tussen regio's en met Nederland als geheel.

De indicatoren in de Toolkit regionale VTV sluiten aan bij de indicatoren gebruikt in de nationale VTV, de indicatoren van de ECHI-'short-list' (Kramers & The ECHI team, 2005), de prestatie-indicatoren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ, 2007c) en bij de indicatoren gebruikt voor de Lokale en Nationale Monitors Gezondheid. Voor de indicatoren die je bij voorkeur zou moeten presenteren en de indicatoren die niet in de Toolkit zijn uitgewerkt maar wel in een van de regionale VTV's, zie: Indicatoren in een regionale VTV.

Indicatoren en bronnen

Indicatoren in een regionale VTV

Indicator geeft samenvatting van basisgegevens over bepaald onderwerp

De term indicator wordt meestal gebruikt voor een ‘kengetal’ dat op een zorgvuldig afgewogen wijze een samenvatting geeft van een reeks basisgegevens over een bepaald onderwerp. Hierdoor kan eenduidig een trend worden gevolgd of kunnen regio’s of gemeenten worden vergeleken. Als zulke indicatoren gekoppeld zijn aan doelstellingen of voornemens van beleid kunnen ze ook een functie krijgen bij het meten van de prestaties van het beleid of van andere actoren en worden ze ‘prestatie-indicatoren’ genoemd. De keuze van een set van prestatie-indicatoren hangt sterk af van de doelstelling, van de betroken actoren en van het aggregatieniveau (De Hollander et al., 2006).

Beïnvloedbaarheid door interventies van belang bij indicatoren gezondheidstoestand en determinanten

Bij indicatoren voor gezondheidstoestand en determinanten gaat het vaak om de beïnvloedbaarheid (of vermijdbaarheid) door preventieve interventies en zorginterventies van gemeenten. Bij indicatoren van het zorgsysteem gaat het juist omgekeerd om een directe relatie met determinanten of gezondheidstoestand.

Kwantitatieve indicatoren kunnen trends in kaart brengen

Aan de hand van een goed gekozen verzameling van kwantitatieve indicatoren kun je trends in kaart brengen. Ook kun je vergelijkingen maken tussen gemeenten binnen de regio, met Nederland of met relevante andere gemeenten en regio’s. Zo kunnen we betekenis geven aan getallen. Doet mijn regio het beter dan tien jaar geleden? Hoe doet mijn regio het in vergelijking met Nederland? Hoe groot is het verschil tussen de slechtste en de beste gemeente in mijn regio?

Indicatoren in Toolkit sluiten aan bij VTV, ECHI, IGZ en monitors

De indicatoren in de Toolkit sluiten aan bij de indicatoren gebruikt in de nationale VTV, bij de indicatoren van de ECHI-‘short-list’ (Kramers & The ECHI team, 2005), de prestatie-indicatoren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ, 2007c) en bij de indicatoren gebruikt voor de Lokale en Nationale Monitors Gezondheid.

Rapportage van indicatoren in een regionale VTV

Een van de eerste stappen bij het opstellen van een regionale VTV is de onderwerpkeuze (zie: Proces voor de ontwikkeling van een regionale VTV). Hierbij gaat het om het vaststellen van de onderzoeksvragen en de benodigde gegevens. Voor de rapportage moet je bedenken welke indicatoren je wilt beschrijven en analyseren in je regionale VTV. Een aantal indicatoren mag eigenlijk niet ontbreken in een regionale VTV. Zo zul je altijd een beschrijving moeten geven van de bevolking in jouw regio, evenals specifieke karakteristieken van jouw regio. Die bevolking in jouw regio maakt jouw regio uniek. Ook over de andere onderdelen van het VTV-model (zie figuur 1) zou je bij voorkeur iets moeten zeggen. De uiteindelijke selectie van de indicatoren wordt mede bepaald door de beschikbaarheid van (recente) gegevens op landelijk en/of regionaal niveau en op relevantie ervan voor de regio.

Sommige indicatoren mogen niet ontbreken in regionale VTV

Tabel 1 geeft een lijst met indicatoren die je kunt gebruiken in je rapportage. De eerste kolom geeft de indicatoren die ons inziens niet mogen ontbreken in een regionale VTV. De tweede kolom geeft de 'optionele' indicatoren: afhankelijk van de situatie in jouw regio en de beschikbaarheid van gegevens zul je hier iets over moeten zeggen.

Figuur 1: Conceptuele VTV-model.

VTV-model

Tabel 1: Onderwerpen in een regionale VTV uitgesplitst naar onderwerpen die eigenlijk niet mogen ontbreken en onderwerpen die afhankelijk van de situatie en beschikbaarheid kunnen worden toegevoegd of die specifiek voor een regio zijn.

Mag niet ontbreken in een rVTV

Optioneel1

Voorbeeld2

Bevolking

Bevolking

bevolkingsomvang

toerisme

rVTV Zeeland

leeftijdsopbouw

bevolkingsdichtheid en stedelijkheid

rVTV Zuid-Limburg

etniciteit

dak- en thuislozen

rVTV Zeeland

sociaaleconomische status

religie

rVTV Zeeland

karakteristieken van de regio3

huishoudenssamenstelling

rVTV Zuid-Limburg

kwetsbare burgers3

rVTV Zuid-Limburg

Gezondheidstoestand

Gezondheidstoestand

levensverwachting

Q-koorts, zie infectieziekten2

rVTV Gelre-IJssel

gezonde levensverwachting

ziekte van Lyme, zie infectieziekten2

rVTV Gelre-IJssel

totale sterfte

ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

rVTV Zuid-Holland Noord

sterfte naar doodsoorzaak

indicator(en) m.b.t. kwaliteit van leven4

voorkomen van (belangrijkste) ziekten en aandoeningen in de regio

ziektelast (DALY's)2

rVTV Zeeland

Determinanten

Determinanten

lichaamsgewicht

borstvoeding3

rVTV Zuid-Holland Noord

roken

persoonlijkheidskenmerken5,6

alcoholgebruik

verkeersgedrag5,6

druggebruik

pesten3

rVTV Zuid-Limburg

voeding

bloeddruk5

lichamelijke activiteit

serumcholesterol5

seksueel gedrag

binnenmilieu

buitenmilieu

leefomgeving3,6

rVTV Hollands Midden

sociale omgeving3, onder andere sociale steun, eenzaamheid

rVTV Zuid-Holland Noord

Preventie

Preventie

preventie gericht op roken

jeugdgezondheidszorg3

rVTV Zuid-Holland Noord

preventie gericht op schadelijk alcoholgebruik

preventie gericht op overgewicht

preventie gericht op seksueel gedrag3

rVTV Gelre-IJssel

preventie gericht op depressie

preventie gericht op diabetes

vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma

griepvaccinaties

bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker

Zorg

Zorg

Wmo3

ambulancezorg

rVTV Hollands Midden

huisartsenzorg

SEH

ziekenhuiszorg

HAP3

rVTV Hollands Midden

thuiszorg

fysiotherapie3

rVTV Hollands Midden

openbare geestelijke gezondheidszorg

jeugdzorg5

mantelzorg3

gehandicaptenzorg5

rVTV Zuid-Holland West

verpleging en verzorging3

algemeen maatschappelijk werk5

rVTV Hollands Midden

verloskundige zorg3

rVTV Hollands Midden

mondzorg

rVTV Hollands Midden

geestelijke gezondheidszorg3

rVTV Hollands Midden

Beleid

Beleid

gezondheidsbeleid2, gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau

rVTV Gelre-IJssel

Toekomst

Toekomst

bevolkingsprognose3

rVTV Zuid-Holland West

demografische prognose voorkomen belangrijkste ziekten

epidemiologische trends belangrijkste ziekten en determinanten3

rVTV Zuid-Holland Noord

demografische prognose van zorggebruik3

rVTV Zuid-Holland Noord

1. Specifiek voor de regio en/of afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

2. Voorbeeld van een regionale VTV waarin het onderwerp is uitgewerkt indien het niet is uitgewerkt in de Toolkit regionale VTV.

3. Nog niet uitgewerkt in de Toolkit regionale VTV. Voor uitwerking van dit onderwerp, zie voorbeeld.

4. Kwaliteit van leven kan worden uitgewerkt met behulp van de volgende indicatoren: ervaren gezondheid, lichamelijk functioneren, psychische gezondheid/psychisch functioneren, gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

5. Vooralsnog niet mogelijk uit te werken en/of niet uitgewerkt in een regionale VTV.

6. Hieronder vallen onderwerpen als: sociale veiligheid, criminaliteit, groen in de omgeving.

7. Zie VTV 2010 en Nationaal Kompas Volksgezondheid.

Naar boven

Indicatoren en bronnen
Algemeen

Achtergrondinformatie gegevensbronnen toolkit

Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM CBS: Permanent Onderzoek Leefsituatie, gezondheid en welzijn (POLS) STIVORO

Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM

De Gezondheidsmonitor is een landelijk bestand dat tot stand is gekomen uit een samenwerking van alle GGD’en, het RIVM en het CBS. De ‘Gezondheidsmonitor GGD’en, CBS en RIVM, 2012’ bestaat uit gegevens die in 2012 onder mensen van 19 jaar en ouder zijn verzameld door 28 GGD’en en het CBS. Op basis van dit bestand zijn landelijke cijfers over de gezondheid en gezondheidsbeleving van de Nederlandse bevolking beschikbaar waarbij ingezoomd kan worden naar regio’s en gemeenten.

Omvang databestand

In de ‘Gezondheidsmonitor GGD’en, CBS en RIVM, 2012’ staan na opschoning de gegevens van 387.195 mensen waarvan 376.384 (97,2%) zijn geënquêteerd door de GGD’en en 10.811 (2,8%) door het CBS.

Achtergrond

De Gezondheidsmonitor 2012 is een samenvoeging van gegevens uit de Volwassenmonitor (VGZ) en de Ouderenmonitor (GZO) van alle (destijds 28) GGD’en en van gegevens van volwassenen en ouderen uit de CBS Gezondheidsenquête. Er heeft een harmonisatietraject plaatsgevonden waarbij onderwerpen en meetinstrumenten zo veel mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Dit heeft geleid tot een basisset van vraagstellingen. Elke GGD kon ervoor kiezen om deze basisset uit te breiden met extra vraagstellingen. Via het CBS zijn de verzamelde gegevens verrijkt met een aantal achtergrondkenmerken door koppeling aan de GBA. Ook heeft het CBS wegingsfactoren berekend op basis van achtergrond- en regiokenmerken om voor verschillen tussen de samenstelling van de steekproef en de totale bevolking te corrigeren.

Voorheen verzamelden GGD’en periodiek (meestal één keer per vier jaar) gegevens over de gezondheid van de populatie in hun regio in het kader van de Lokale en Nationale Monitor. De Lokale en Nationale Monitor Volksgezondheid (VGZ) onderzocht de gezondheid van volwassenen (19-64 jarigen); de Lokale en Nationale Monitor Gezondheid Ouderen (GZO) onderzocht de gezondheid van ouderen (65 jaar en ouder).

De Gezondheidsmonitor zal elke vier jaar plaatsvinden; de volgende Gezondheidsmonitor vindt plaats in 2016.

De GGD’en hebben in 2012 gegevens verzameld in de maanden september, oktober en november via een eigen enquête. De gegevens van het CBS die in de Gezondheidsmonitor zijn opgenomen, zijn gedurende het hele jaar verzameld via de Gezondheidsenquête.

Voor de GGD-enquêtes werden personen altijd eerst benaderd om via internet deel te nemen. In sommige gevallen werd een papieren versie van de vragenlijst gelijk bij de aanschrijfbrief ingesloten, in andere gevallen ontvingen steekproefpersonen de papieren vragenlijst pas als zij niet reageerden op het verzoek mee te doen via internet. In een heel klein deel van de gevallen en alleen in de grote steden zijn ook GGD-enquêtes mondeling of per telefoon afgenomen (in totaal < 0.5 %).

De CBS-Gezondheidsenquête is volgens “mixed-mode” design uitgevoerd. Eerst zijn de steekproefpersonen benaderd om via internet deel te nemen. Vervolgens zijn non-respondenten telefonisch of, indien geen telefoonnummer bekend was, aan de deur herbenaderd.

De respons varieerde tussen GGD-regio’s; deze bedroeg bij de volwassenen tussen 33 en 50% (gemiddeld 42%) en bij de ouderen tussen 42-65% (gemiddeld 56%). De steekproefomvang verschilde sterk tussen de GGD’en en ook binnen GGD-regio’s zijn soms per deelgebied (bijvoorbeeld wijken of buurten) verschillende steekproeffracties gebruikt. Dit is gedaan om ook uitspraken te kunnen doen op bijvoorbeeld wijkniveau en om ook onder moeilijk bereikbare groepen voldoende aantallen respondenten te behalen

Inhoud

In de ‘Gezondheidsmonitor GGD’en, CBS en RIVM, 2012’ staan gegevens over kwaliteit van leven (ervaren gezondheid), lichamelijke gezondheid (chronische aandoeningen, beperkingen in horen, zien en mobiliteit), psychische gezondheid (angst en depressie), sociale situatie (mantelzorg geven, eenzaamheid, huiselijk geweld), lengte en gewicht, leefstijl (alcoholgebruik, bewegen, roken) en achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, herkomst, huishoudsamenstelling, inkomen, opleiding en werksituatie).

Voor enkele onderwerpen (angst en depressie, eenzaamheid en huiselijk geweld) zijn alleen door de GGD’en gegevens aangeleverd en niet door het CBS. Daarnaast is het mogelijk dat afzonderlijke GGD’en naar eigen behoefte extra vraagstellingen hebben opgenomen in hun enquête.

Beheer

Het beheer van de ‘Gezondheidsmonitor GGD’en, CBS en RIVM, 2012’ ligt bij het RIVM.

Meer informatie

Verdere informatie is te verkrijgen via: gezondheidsmonitor@rivm.nl

Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

Onderzoek naar de situatie van kinderen en jeugdigen (van 0 tot 19 jaar) wordt door GGD’en nog uitgevoerd in het kader van de Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid. Periodiek (meestal één keer in de vier jaar) Voor de groep 12-19 jarigen is een harmonisatietraject gaande; een eerste gezamenlijke monitor staat gepland voor 2015.

Naar boven


CBS: Permanent Onderzoek Leefsituatie, gezondheid en welzijn (POLS)

Continu enquête-onderzoek naar leefsituatie

Het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) is een continu onderzoek naar verschillende onderwerpen met betrekking tot de leefsituatie, zoals gezondheid, arbeidsomstandigheden, rechtsbescherming, veiligheid, tijdsbesteding en wonen. POLS bestaat uit verschillende modules. Alle respondenten krijgen een basisvragenlijst voorgelegd. De vragenlijsten voor de verschillende modules worden aan een deel van de respondenten voorgelegd. In januari 1997 is POLS gestart, dit onderzoek is een vervolg op de CBS-Gezondheidsenquête.

De doelpopulatie van de gezondheidsenquête van POLS is de in Nederland woonachtige bevolking van 0 jaar en ouder in particuliere huishoudens. POLS is gebaseerd op een personensteekproef uit de Gemeentelijke Basis-Administratie. Alleen personen die wonen buiten instellingen en tehuizen in Nederland worden benaderd voor deelname aan het onderzoek. Op jaarbasis is de netto steekproefomvang voor de module 'Gezondheid en Arbeid' ongeveer 10.000 personen. De respons van de POLS ligt tussen de 55 en 60%. Er wordt een wegingsfactor berekend die corrigeert voor eventuele verschillen tussen de samenstelling van de steekproef en de doelpopulatie. De steekproef wordt gewogen naar leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, stedelijkheidsgraad en provincie. Omdat de cijfers gebaseerd zijn op een steekproef zijn ze onderhevig aan toevalsfluctuaties en is er sprake van marges.

Module Gezondheid en arbeid

De module Gezondheid en arbeid schetst een overzicht van de stand van zaken op verschillende onderwerpen met betrekking tot de leefsituatie in de Nederlandse bevolking van 0 jaar en ouder. In de module Gezondheid en arbeid worden gegevens verzameld over:

  • gezondheidstoestand: ervaren gezondheid, sterfte en doodsoorzaken, tijdelijke beperkingen, langdurige aandoeningen, beperkingen en klachten;
  • leefstijl: lichaamslengte en overgewicht, roken, drinken, borstvoeding, arbeidsomstandigheden;
  • gebruik van medische en maatschappelijke voorzieningen: contacten met aanbieders, geneesmiddelen, ziekenhuisopnames;
  • preventief gedrag: vaccinaties, bevolkingsonderzoek.

Naar boven


STIVORO

STIVORO-gegevens over roken bij volwassenen van 15 jaar en ouder

Voor het Continue Onderzoek Rookgewoonten verzamelt TNS-NIPO in opdracht van STIVORO gegevens over roken bij volwassenen via het continu onderzoek rookgewoonten. Het onderzoek maakt deel uit van de NIPO-CAPI@HOMEBUS, een continu onderzoek waarbij men wekelijks een landelijk gespreide steekproef van ongeveer tweeduizend (steeds andere) huishoudens ondervraagt over diverse onderwerpen. Deelnemers vullen zelf via de eigen computer een enquête in. Bij personen van 15 jaar en ouder stelt men onder meer de vraag 'rookt u (wel eens)?'. Om een representatief beeld te krijgen van deze bevolkingsgroep zijn de resultaten van dit onderzoek herwogen naar de volgende zeven factoren: geslacht, leeftijd, werkzaamheid, gezinsgrootte, opleiding, provincie en gemeentegrootte.

STIVORO-gegevens over roken bij 10- tot 20-jarige scholieren

Voor de Roken Jeugdmonitor verzamelt TNS-NIPO in opdracht van STIVORO gegevens over het rookgedrag bij jongeren van 10 tot 20 jaar. Dit gebeurt eenmaal per jaar via face-to-face interviews bij scholieren. Om een representatief beeld te krijgen van de Nederlandse scholieren zijn de resultaten van dit onderzoek herwogen naar de volgende vier factoren: geslacht, leeftijd, schooltype en provincie.

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ECHI
European Community Health Indicators