Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidsdeterminanten
Leefstijlfactoren

Druggebruik

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom druggebruik in een regionale VTV?

Druggebruik heeft invloed op de gezondheid. Cannabisgebruik gaat vaak samen met gebruik van andere verslavende middelen en een risicozoekende leefstijl (drop-out, vandalisme), vooral bij excessief en problematisch gebruik van cannabis.

Drugs prikkelen hersenen en hebben stimulerend of verdovend effect

Drugs zijn middelen die de hersenen prikkelen waardoor er geestelijke en lichamelijke effecten optreden. We noemen dit ook wel de psychoactieve werking. Drugs kunnen ingedeeld worden naar de werking van de drugs op de hersenen. De effecten van drugs kunnen stimulerend, verdovend of bewustzijnsveranderend zijn. Een andere indeling van drugs is die in soft- en harddrugs. Cannabis (hasj en wiet/marihuana), GHB en hallucinogene paddestoelen staan bekend als softdrugs. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD en XTC worden harddrugs genoemd. Harddrugs zijn volgens de wet gevaarlijker dan softdrugs. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo makkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

Harddrugs zijn geestelijk en/of lichamelijk verslavend

Cannabisproducten zijn niet sterk verslavend en relatief onschadelijk voor de gezondheid. Het risico van afhankelijkheid neemt echter wel toe bij langdurig frequent gebruik. Overmatig gebruik van cannabis kan leiden tot een verlaagd reactie- en concentratievermogen en heeft een negatieve invloed op het kortetermijngeheugen. Bij reeds kwetsbare personen kan regelmatig gebruik leiden tot psychoses. Jongeren die softdrugs gebruiken, hebben over het algemeen meerdere risicovolle leefstijlkenmerken (spijbelen, crimineel gedrag, ander middelengebruik).

De meeste harddrugs zijn sterk verslavend, sommige drugs zowel lichamelijk als geestelijk (zoals heroïne), andere waarschijnlijk alleen geestelijk (zoals cocaïne).

Intoxicaties en bijkomende psychische stoornissen belangrijke gezondheidseffecten van harddrugs

Belangrijke gezondheidseffecten van harddrugs zijn naast verslaving, intoxicaties en het gelijktijdig optreden van verslaving en psychische stoornissen. Daarnaast lopen harddruggebruikers een verhoogd risico op aandoeningen die samenhangen met de wijze van druggebruik, de kwaliteit van de drug (zoals bij XTC) en de leefstijl van de gebruiker.

Definities voor verschillende groepen gebruikers

Bij de beschrijving van het gebruik van drugs worden verschillende groepen gebruikers onderscheiden. De grootste groep bestaat uit mensen die ooit in hun leven één of meer keer drugs hebben geconsumeerd (ooitgebruik), al is dat jaren geleden. Een betere indicator van actuele ontwikkelingen vormt het percentage mensen dat pas nog, in het laatste jaar of maand, een middel heeft gebruikt (respectievelijk recent en actueel gebruik) (Van Laar et al., 2010).

Zie voor meer informatie:

Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpDruggebruik (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Indicatoren voor druggebruik

In onderstaande tabel staan indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van druggebruik. Vaak worden deze indicatoren uitgesplitst naar volwassenen en ouderen (> 19 jaar) en jongeren (< 19 jaar). Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

Tabel 1: Indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van cijfers over druggebruik.

Indicator

Beschrijving

Ooit druggebruik

  • Percentage volwassenen dat ooit softdrugsa heeft gebruikt.
  • Percentage jongeren dat ooit softdrugsa heeft gebruikt.
  • Percentage volwassenen dat ooit harddrugsb heeft gebruikt.
  • Percentage jongeren dat ooit harddrugsb heeft gebruikt.

Actueel druggebruik

  • Percentage volwassenen dat actueel (afgelopen maand) softdrugs gebruikt.
  • Percentage jongeren dat actueel (afgelopen maand) softdrugs gebruikt.
  • Percentage volwassenen dat actueel (afgelopen maand) harddrugs gebruikt.
  • Percentage jongeren dat actueel (afgelopen maand) harddrugs gebruikt.

Recent druggebruik

  • Percentage volwassenen dat recent (afgelopen jaar) softdrugs heeft gebruikt.
  • Percentage jongeren dat recent (afgelopen jaar) softdrugs heeft gebruikt.
  • Percentage volwassenen dat recent (afgelopen jaar) harddrugs heeft gebruikt.
  • Percentage jongeren dat recent (afgelopen jaar) harddrugs heeft gebruikt.

a Eventueel uitgesplitst naar cannabis of (hallucinogene) paddo's.

b Eventueel uitgesplitst naar XTC, cocaïne, amfetamine of heroïne.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor druggebruik?

De meest gangbare onderzoeken om gegevens over druggebruik te verzamelen zijn vragenlijsten onder de algemene bevolking en onder scholieren. Beide geven zicht op de omvang van het gebruik en risicogroepen en -indien periodiek uitgevoerd volgens dezelfde methode- ontwikkelingen hierin (trends). Beide methoden kennen voor- en nadelen. In een bevolkingsenquête is de respons doorgaans relatief laag, wat de kans op selectieve nonrespons vergroot. Specifieke groepen als zwerfjongeren, regelmatige koffieshopbezoekers en heroïneverslaafden worden met vragenlijsten onder de bevolking onvoldoende bereikt. Bij schoolenquêtes is het bereik groter, maar mist men de frequente spijbelaars, zieken en drop-outs (Van Laar et al., 2010).

Context onderzoek beïnvloedt resultaten

De context van het onderzoek beïnvloedt de resultaten. Zo kunnen de wijze waarop de vragen worden gesteld (bijvoorbeeld schriftelijk, telefonisch of 'face-to-face') en de interviewomstandigheden (bijvoorbeeld aanwezigheid van een ouder) van invloed zijn op de geneigdheid om middelengebruik 'toe te geven'. Jongeren die thuis geënquêteerd worden zijn meer geneigd tot onderrapportage van middelengebruik, terwijl in de schoolsituatie overschatting van gebruik niet uitgesloten mag worden. Of enquêtes betrouwbare cijfers opleveren over druggebruik is onduidelijk (Van Laar et al., 2010).

Gegevens over druggebruik in algemene bevolking uit GGD-enquête

In het Nationaal Prevalentie Onderzoek (NPO) wordt sinds 1997 elke vier jaar het druggebruik nagevraagd onder de algemene bevolking van 12 jaar en ouder (1997, 2001) of 15-64 jaar (2005). De gegevens voor de afzonderlijke gemeenten en de vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio kunnen hier niet uit worden gehaald. Deze moeten komen uit de gezondheidsenquêtes van de GGD-regio.

Peilstationsonderzoek vraagt druggebruik aan scholieren

Het Trimbos-instituut verzamelt in samenwerking met de GGD'en in het Peilstationsonderzoek 'Genotmiddelengebruik en gokgedrag' gegevens over druggebruik onder scholieren. Deze gegevens zijn te gebruiken om het druggebruik onder scholieren in de GGD-regio en gemeenten met elkaar te vergelijken en te vergelijken met Nederland.

Ook in de HBSC-studie verzamelt het Trimbos samen met het SCP en de Universiteit Utrecht, gegevens over druggebruik bij jongeren (11-16 jaar). Deze gegevens zijn alleen beschikbaar voor Nederland, niet naar GGD-regio of gemeente, en worden vooral gebruikt voor internationale vergelijkingen.

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor druggebruik.

Tabel 2: Te gebruiken bronnen bij cijfers over druggebruik.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • NPO (CEDRO en IVO)
  • GGD-gezondheidsenquête
  • Peilstationsonderzoek 'Genotmiddelengebruik en gokgedrag' onder scholieren (Trimbos-instituut en de GGD'en)

Gemeenten

  • GGD-gezondheidsenquête
  • Peilstationsonderzoek 'Genotmiddelengebruik en gokgedrag' onder scholieren (Trimbos-instituut en de GGD'en)

Vergelijking van gemeenten met de GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête
  • Peilstationsonderzoek 'Genotmiddelengebruik en gokgedrag' onder scholieren (Trimbos-instituut en de GGD'en)

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • NPO (CEDRO en IVO)
  • Peilstationsonderzoek 'Genotmiddelengebruik en gokgedrag' onder scholieren (Trimbos-instituut en de GGD'en)

GGD-regio

  • Er zijn drie bronnen beschikbaar voor zelfgerapporteerde gegevens over druggebruik: het NPO, het Peilstationsonderzoek scholieren en de GGD-gezondheidsenquête.
  • Welke bronnen je gebruikt, is afhankelijk van welke vergelijking je wilt maken.
  • Voor Peilstationsonderzoek scholieren, zie: Icoon: urlPeilstationsonderzoek Genotmiddelen en gokgedrag onder scholieren.

Ter illustratie

Harddruggebruik onder scholieren in het voortgezet onderwijs komt in Midden-Holland nauwelijks voor (2003). Eén op de twintig scholieren in Midden-Holland heeft wel eens enige vorm van harddrugs geprobeerd.

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006)(Pdf; 9,95 Mb)

Gemeenten

  • Gegevens over het gebruik van soft- en harddrugs moeten komen uit de GGD-gezondheidsenquêtes en het Peilstationsonderzoek scholieren.

Ter illustratie

Het gebruik van softdrugs in de afgelopen 4 weken onder volwassenen in de gemeente Roosendaal (1%) is lager dan het softdruggebruik in de rest van de GGD-regio West-Brabant (2%).

Zie: Gezondheid telt! In Roosendaal (West-Brabant 2006) (Pdf; 1,00 Mb)

Nederland

  • In 1997, 2001 en 2005 vonden peilingen plaats van het Nationaal Prevalentie Onderzoek (NPO). De eerste twee peilingen zijn uitgevoerd door het Amsterdamse instituut CEDRO. De derde peiling is verricht door het IVO. Het NPO wordt afgenomen in de algemene bevolking van 12 jaar en ouder (1997, 2001) of 15-64 jaar (2005).
  • Voor druggebruik onder scholieren kan gebruik gemaakt worden van het Peilstationsonderzoek van het Trimbos-instituut en de GGD'en.

Ter illustratie

In 2005 had ruim 1 op de 5 ondervraagden ooit cannabis gebruikt. 1 op de 20 had in het jaar voor het interview cannabis geconsumeerd (recent gebruik) en 1 op de 33 had dit nog gedaan in de maand ervoor (actueel gebruik). Omgerekend naar de bevolking van Nederland bedraagt het aantal acutele gebruikers van cannabis 363.000.

Zie: Icoon: URL transparantGebruik van cannabis in de algemene bevolking (Trimbos).

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Laar MW van, Cruts AAN, Oyen-Houben MMJ van, Meijer RF, Brunt T.Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2009. Utrecht: Trimbos-instituut, 2010.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

HBSC-studie
Nederlandse Health Behavior in School-aged Children-studie
LSD
D-lysergic acid diethylamide
Harddrug met sterke invloed op het gevoel, het bewustzijn en de waarneming (Hallucinogeen).
XTC
Ecstasy
Drug; wordt verkocht in de vorm van pillen en capsules. De werkzame stof die in XTC zit heet MDMA.
Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.