Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidsdeterminanten
Leefstijlfactoren

Lichamelijke activiteit

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom lichamelijke activiteit in een regionale volkgezondheidsrapportage?

Er sterven in Nederland jaarlijks ruim 8.000 mensen (dit is 6% van alle sterfgevallen) doordat een deel van de bevolking te weinig aan lichamelijke activiteit doet. Daarnaast is lichamelijke inactiviteit verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de gevallen van coronaire hartziekten. Wanneer iedereen voldoende zou bewegen zou de gemiddelde levensverwachting voor alle 40-jarige Nederlanders met 0,7 jaar toenemen, waarvan 0,3 jaar ziektevrij (Van Kreijl et al., 2004). Mensen die te weinig bewegen, verliezen gemiddeld 1,2 gezonde levensjaren waarvan 0,9 levensjaren door vroegtijdige sterfte en 0,3 door verlies aan kwaliteit van leven (Hoeymans et al., 2010).

Lichamelijk actief zijn is meer dan alleen sporten

Lichamelijke activiteit omvat behalve sporten ook diverse bewegingsvormen in de vrije tijd en tijdens dagelijkse verplichtingen. Onder bewegen in de vrije tijd wordt bijvoorbeeld dansen, fietsen of wandelen verstaan. Bij dagelijkse verplichtingen moet men denken aan huishoudelijk werk, klussen, fietsen of wandelen van en naar werk of school. Werk, school en huishoudelijk werk zijn de belangrijkste bronnen voor alledaagse lichamelijke activiteit. Tuinieren, klussen, wandelen en fietsen zijn belangrijke vormen van bewegen in de vrije tijd (Ooijendijk et al., 2007).

Lichamelijke activiteit verschilt in intensiteit

Lichamelijke activiteit verschilt in intensiteit. Zo moet men zich meer inspannen om te rennen dan om te wandelen, en zal een jong en fit individu zich minder hoeven inspannen om met een bepaalde snelheid te rennen dan een ouder en minder fit individu. Op deze manier wordt er onderscheid gemaakt in licht intensieve, matig intensieve en zwaar intensieve lichamelijke activiteit.

Lichamelijke activiteit beschermt tegen tal van ziekten

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven (US DHHS, 1996) en kent diverse gezondheidsvoordelen. Matig intensieve lichamelijke activiteit zoals fietsen of stevig wandelen, heeft al een gunstig effect op de gezondheid, mits deze regelmatig wordt verricht. Het kan indirect of direct het risico verlagen op het ontstaan van ziekten (KWF, 2005c; Mosterd et al., 1996; Stiggelbout et al., 1998; Wendel-Vos et al., 2004). Intensieve lichamelijke activiteit zoals hardlopen, voetballen en tennis, bevordert bovendien de conditie van hart en longen ofwel de cardiorespiratoire fitheid. Lichamelijke activiteit en voornamelijk intensieve lichamelijke activiteit kent echter ook een nadeel, namelijk het risico op sportblessures of valongevallen. Jaarlijks zijn er circa 1,5 miljoen sportblessures.

Twee normen voor bewegen veel gebruikt in Nederland

In Nederland worden de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) en de fitnorm toegepast om te bepalen of iemand voldoende beweegt. De NNGB is vooral gericht op het onderhouden van gezondheid, de fitnorm op het onderhouden van fysieke fitheid (uithoudingsvermogen, kracht en coördinatievermogen). Behalve deze twee normen bestaat er nog de combinorm. Iemand voldoet aan de combinorm indien voldaan wordt aan de eisen van óf de fitnorm óf de NNGB óf aan beide normen. Daarnaast kan nog worden gekeken of (en zo ja hoe vaak) mensen sporten.

Zie voor meer informatie over lichamelijke activiteit: kompasLichamelijke activiteit (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Indicatoren voor lichamelijke activiteit

In onderstaande tabel 1 kun je de indicatoren vinden die gebruikelijk zijn voor het presenteren van lichamelijke activiteit. Vaak worden deze indicatoren uitgesplitst naar volwassenen (19 jaar-55 jaar), 55-plussers en jongeren en kinderen (< 19 jaar). Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

Indicator

Omschrijving

Nederlandse Norm Gezond Bewegen

  • Percentage mensena (jongeren en kinderenb, volwassenenc een 55-plussersd) dat (niet) voldoet aan de NNGB.

Fitnorme

  • Percentage volwassenen dat (niet) voldoet aan de fitnorm.
  • Percentage 55+ dat (niet) voldoet aan de fitnorm.
  • Percentage kinderen en jongeren dat (niet) voldoet aan de fitnorm.

Sporten

  • Percentage volwassenen dat in het afgelopen jaar heeft gesport.
  • Percentage volwassenen dat een bepaalde sport beoefent.
  • Percentage jongeren dat minder dan 1x/week sport buiten schooltijd.
  • Percentage kinderen dat minder dan 1x/week sport buiten schooltijd.

a Eventueel uitgesplitst naar mannen en vrouwen, sociaaleconomische status, leeftijdsgroepen.

b Kinderen en jongeren moeten volgens de NNGB dagelijks minimaal één uur matig intensief bewegen en minimaal tweemaal per week activiteiten ondernemen die gericht zijn op het verbeteren van de lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid, coördinatie).

c Volwassenen moeten volgens de norm op ten minste vijf dagen per week (maar bij voorkeur op alle dagen van de week) minstens een half uur matig intensief bewegen (wandelen, fietsen, tuinieren, enzovoorts).

d Voor 55-plussers stelt de NNGB dat zij op minimaal vijf, maar bij voorkeur op alle dagen van de week, een half uur minstens matig intensief lichamelijk actief moeten zijn. Voor niet-actieven, zonder of met beperkingen, is elke extra hoeveelheid lichaamsbeweging zinvol, ongeacht duur, intensiteit frequentie of type.

e De fitnorm is voor jong en oud gelijk en vereist ten minste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor lichamelijke activiteit?

Lichamelijke activiteit wordt meestal gemeten op basis van vragenlijsten. Zulke vragenlijsten gaan vaak over de tijdsbesteding van respondenten na (hoe vaak/ hoe lang/ hoe intensief) voor allerlei activiteiten tijdens en/of buiten school of werk, zoals lezen, lichamelijke sporten, wandelen, fietsen.

De Gezondheidsmonitor levert landelijke, regionale en lokale informatie over lichamelijk functioneren. De Gezondheidsmonitor van GGD'en, CBS en RIVM bestaat uit de gegevens van de GGD-monitors en uit een deel van de CBS-Gezondheidsenquête. Deze monitor levert eens in de vier jaar cijfers over volwassenen. De CBS-Gezondheidsenquête levert jaarlijks landelijke cijfers voor mensen van 12 jaar en ouder. De vraagstellingen in de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête zijn op elkaar afgestemd.

De Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête bevatten gegevens over beweeggedrag (frequentie, duur, intensiteit en totale activiteit). Er is gevraagd naar sportbeoefening en naar beweeggedrag in het woon/werkverkeer, op het werk of op school, bij huishoudelijke activiteiten en in de vrije tijd (wandelen, fietsen, tuinieren en klussen/doe-het-zelven).

In de Gezondheidsmonitor zijn indicatoren aangemaakt waarmee percentages berekend kunnen worden, waaronder:

  • percentage dat voldoet aan de richtlijn voor lichaamsbeweging in Nederland (Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB);
  • percentage dat voldoet aan de fitnorm;
  • percentage dat voldoet aan één van beide normen.

Voor gemeenten, GGD-regio's en Nederland als geheel staan gegevens over lichamelijke activiteit uit de Gezondheidsmonitor in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en op Statline van het CBS. In de Zorgatlas staan percentages voor de gehele 19+ bevolking (geen uitsplitsing naar 19-64 jarigen en ouderen van 65 jaar en ouder). Op Statline staan zowel percentages voor de gehele 19+ bevolking als voor volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentGezondheidsmonitor.

Gegevens over sporten worden doorlopend verzameld in marketingonderzoek. In de Zorgatlas staan ook gegevens vermeld met betrekking tot sporten, deze zijn afkomstig van Cendris Streetlife dataset. Daarnaast verzamelt het SCP elke vijf jaar informatie over de tijdsbesteding (waaronder lichamelijke activiteit en sporten vallen) van Nederlanders van 12 jaar en ouder in het Icoon: URL transparantTijdsbestedingsonderzoek.

De Icoon Zorggegevens piramide transparantLokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid levert informatie over kinderen en jongeren.

Onderstaande tabel 2 geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor lichamelijke activiteit.

Tabel 2: Bronnen over lichamelijke activiteit.

Presentatieniveau gegevens

Bron

Gemeenten

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Cendris Streetlife

GGD-regio

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête, Cendris Streetlife
  • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Cendris Streetlife

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête, Cendris Streetlife
  • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

Ter illustratie

Hieronder volgen een aantal illustraties van de beschrijving van informatie over lichamelijke activiteit. De genoemde cijfers zijn veelal verouderd. Zie voor recente cijfers over lichamelijke activiteit:

Voorbeeld 1

In Nederland voldoet 55,4% van de bevolking van 12 jaar en ouder aan Nederlandse Norm Gezond Bewegen. De regio Zuid-Limburg heeft met 46,8% het laagste percentage mensen dat voldoet aan de NNGB (2005-2008).

Voorbeeld 2

In Oss sporten significant meer kinderen (33%) tussen 4 en 11 jaar minder dan 1 keer per week buiten schooltijd dan in de rest van Hart voor Brabant (28%).

Zie: Gezondheid telt! In Hart voor Brabant (Hart voor Brabant 2006) (Pdf; 2,97 Mb)

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

SCP
Sociaal en Cultureel Planbureau
URL: http://www.scp.nl
Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.