Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidsdeterminanten
Omgevingsfactoren

Buitenmilieu

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom buitenmilieu in een regionale VTV?

Het buitenmilieu omvat onder andere lucht-, bodem- en waterverontreiniging, geluid en straling. Het navragen van indicatoren met betrekking tot het buitenmilieu dient ter beschrijving van het percentage mensen in de algemene populatie dat hinder ondervindt van milieuaspecten (bijvoorbeeld geluid en geur) uit hun woonomgeving. Belasting, zoals geluidsbelasting, wordt veelal bepaald door keuzes die op lokaal niveau gemaakt worden. Bovendien moet op lokaal niveau bepaald worden wat de gewenste kwaliteit van gebieden is.

Buitenmilieu kan van invloed zijn op gezondheid

De buitenmilieufactoren kunnen op verschillende manieren van invloed zijn op de gezondheid. Zo is luchtverontreiniging (fijnstof en ozon) gerelateerd aan hart- en vaatziekten en luchtwegklachten. Geluidsoverlast kan leiden tot hinder, slaapverstoring, verminderd prestatievermogen bij kinderen en verhoogde bloeddruk. Langdurige blootstelling aan UV-straling kan leiden tot huidkanker.

Met name omgevingsgeluid en luchtverontreiniging worden gezien als belangrijke milieufactoren uit de leefomgeving van mensen met een mogelijke invloed op de gezondheid. Ook 'hinder door geur', 'hinder door stof, roet en rook' zijn aspecten van het buitenmilieu. Daarnaast speelt ook ongerustheid ten aanzien van een bron een rol.

Geluidhinder hangt samen met geluidsniveau en individu

Onder geluidhinder wordt verstaan het vaak of soms last hebben van geluid van wegverkeer (auto's, brommers, motoren), railverkeer (treinen, trams, metro's), vliegtuigen, buren, industrie en andere bedrijven en geluid van laden/lossen en spelende kinderen. De mate waarin iemand zich gehinderd voelt, hangt samen met het geluidsniveau. Ook spelen individuele eigenschappen een rol, zoals geluidgevoeligheid, angst voor en houding ten opzichte van de geluidbron (Guski, 1999; Job, 1999; Stallen, 1999). De mate van hinder die mensen ondervinden kan veranderen in de tijd en afhankelijk zijn van veranderingen die plaatsvinden op en rond de geluidbron (Van Kempen & Kamp, 2006). In Nederland zijn er ter bescherming van burgers tegen geluidhinder normen gesteld in de Wet geluidhinder.

Geur dringt vanuit diverse bronnen onze leefomgeving binnen

Geur dringt vanuit diverse bronnen onze leefomgeving binnen. Overmatige belasting met geuren wordt vaak omschreven als stank en kan leiden tot hinder. Geurhinder is een belangrijke hinderfactor in de leefomgeving. De landbouw, industrie, verkeer en consumenten zijn belangrijke geurbronnen.

Luchtverontreiniging bestaat uit deeltjesvormige en fotochemische luchtverontreiniging

Bij luchtverontreiniging worden twee typen onderscheiden: deeltjesvormige luchtverontreiniging en fotochemische luchtverontreiniging. Bij luchtverontreiniging gaat het om de verontreiniging van de lucht met de geografische omvang van een luchtpakket. Dit betekent dat het niet alleen gaat over een lokale situatie (straat, stad of regio), maar dat het ook een internationale omvang heeft. De bron hoeft ook niet alleen van lokale uitstoot te zijn, maar omvat het gehele pakket van luchtverontreiniging dat is ontstaan door alle nationale en internationale bronnen.

Deeltjesvormige luchtverontreiniging is verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door lucht zweven

Deeltjesvormige luchtverontreiniging is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven: roetdeeltjes, opstuivend zand, uitlaatgassen, zeezout, plantmateriaal en bijvoorbeeld cementdeeltjes. Fijn stof is een graadmeter voor de mate van deeltjesvormige luchtverontreiniging. Fijn stof is schadelijk voor de gezondheid. Er zijn geen veilige drempels aan te wijzen. Er zijn twee soorten normen als het gaat om de concentratie van fijn stof: het jaargemiddelde en een dagwaardenorm. De dagwaardenorm mag volgens de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit maximaal 35 keer per jaar overschreden worden. In bijna heel Nederland wordt deze dagwaardenorm wel eens overschreden, maar bijna nergens vaker dan 25 keer per jaar. Deze overschrijdingen vinden vooral plaats langs drukke wegen en snelwegen en in de buurt van op- en overslagbedrijven en grote stallen.

Ozon leidt tot schadelijke effecten op gezondheid

Ozon is de graadmeter voor de mate van fotochemische luchtverontreiniging. Ozon is de meest reactieve en giftige component van zomersmog. Blootstelling aan ozon in de buitenlucht kan leiden tot schadelijke effecten op de gezondheid van de mens, zoals een toename van luchtwegklachten, verergering van astma en meer medicijngebruik, longfunctiedaling en ontstekingsreacties, meer ziekenhuisopnamen en vroegtijdige sterfte. Kinderen, ouderen en personen met hart- en luchtwegaandoeningen zijn relatief gevoelig voor effecten van ozon. De meest eenvoudige manier om blootstelling te verminderen is door tijdens een smogperiode rustig binnenshuis te blijven. In huis liggen de concentraties lager. Gezondheidskundig onderzoek geeft geen aanleiding te veronderstellen dat er een ozonconcentratie bestaat waar beneden geen effecten op de menselijke gezondheid zijn te verwachten. Ook lage concentraties hebben dus mogelijk een nadelig effect. De EU heeft wel een Europese streefwaarde voor de bescherming van de mens opgesteld (120 µg/m3 voor de hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie per dag).

UV-straling en zongedrag verhogen het risico op huidkanker

Huidkanker ontstaat doordat UV-straling het DNA in de huidcellen beschadigt en de afweer onderdrukt. Na vele jaren blootstelling kunnen deze processen tot huidkanker leiden. Daarom leidt een toename in de UV-dosis niet meteen tot een toename van het aantal huidkankergevallen, maar pas na verloop van enkele tientallen jaren. Behalve door de hoeveelheid UV-straling die beschikbaar is wordt de kans op huidkanker bepaald door het zongedrag. Bescherming door kleding of opzoeken van de schaduw als de zonnestand hoog is verkleinen het risico.

Er is weinig bekend over de omvang van blootstelling aan UV-straling in Nederland. Waarschijnlijk is deze toegenomen in de afgelopen decennia.

Stikstofdioxide vooral als indicator voor verkeersgerelateerde luchtverontreiniging

Effecten van verkeersgerelateerde emissies op de gezondheid worden steeds aannemelijker. Er worden blootstelling-effectrelaties met stikstofdioxide als luchtindicator gevonden. Hoewel directe effecten van stikstofdioxide zelf hierbij niet zijn uit te sluiten, worden van stikstofdioxide (als stof) bij de huidige concentraties in de buitenlucht ernstige gezondheidseffecten onwaarschijnlijk geacht. De algemene opvatting is dat stikstofdioxide moet worden gezien als indicator voor verkeersgerelateerde (deeltjesvormige) luchtverontreiniging met vermoedelijk wel substantiële gezondheidsrisico's. Ook draagt stikstofdioxide als precursor bij aan ozonvorming op leefniveau. De EU-norm voor het jaargemiddelde wordt plaatselijk overschreden, vooral langs drukke verkeerswegen in de Randstad en in het zuiden van het land.

Niet duidelijk of blootstelling aan EMV leidt tot gezondheidsklachten

Momenteel is niet duidelijk of blootstelling aan radiofrequente velden in de leefomgeving tot niet-thermische gezondheidseffecten, zoals kanker of niet-specifieke gezondheidsklachten (vermoeidheid, hoofd-, spier- en gewrichtspijnen, concentratieproblemen), kan leiden (Gezondheidsraad, 2000d; Gezondheidsraad, 2005d; Bolte & Pruppers, 2004; KP-EMV, 2009b). Radiofrequente elektromagnetische velden in de leefomgeving zijn onder andere afkomstig van mobiele telefoons en de bijbehorende basisstations, wifi-apparatuur, DECT-telefoons, magnetrons, radio- en televisiezendmasten, scheerapparaten, stofzuigers.

Extreem-laagfrequente magnetische velden doen zich voor in de buurt van hoogspanningslijnen, bij ondergrondse kabels, transformatorhuisjes en bij het gebruik van elektrische apparatuur (Dusseldorp et al., 2009b). Buitenlands epidemiologisch onderzoek geeft aan dat de kans op kinderleukemie hoger is voor kinderen die in de buurt van een bovengrondse hoogspanningslijn wonen. Een oorzakelijk verband is echter niet vastgesteld (WHO, 2007f; KP-EMV, 2009a).

Water is essentieel onderdeel van leefomgeving

Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving en een levensvoorwaarde voor natuur en landbouw. De kwaliteit van het water beïnvloedt de gezondheid van het milieu en de mens. De mens heeft direct contact met drink- en zwemwater. De kwaliteit van drink- en zwemwater is dan ook van direct belang voor de volksgezondheid. Het drinkwater in Nederland is van goede kwaliteit en veilig (Versteegh & Dik, 2009). Ook de kwaliteit van het Nederlandse zwemwater is goed (EEA, 2010). Desondanks worden er jaarlijks gezondheidsklachten gerapporteerd die worden gerelateerd aan zwemmen in oppervlaktewater (zie de jaarlijkse rapportage in het Icoon: URL transparantInfectieziekten Bulletin).

Indicatoren voor buitenmilieu

In onderstaande tabel kun je de indicatoren vinden die inzicht geven in de stand van zaken met betrekking tot het buitenmilieu. Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

Tabel 1: Indicatoren die inzicht geven in de stand van zaken met betrekking tot het buitenmilieu.

Indicator

Omschrijving

Geluidhinder

  • Percentage geluidgehinderden: het percentage mensen dat vaak of soms last heeft van geluid van wegverkeer (auto's, brommers, motoren), railverkeer (treinen, trams, metro's), vliegtuigen, buren, industrie en andere bedrijven en geluid van laden/lossen en spelende kinderena.

Ernstige geluidhinder

  • Percentage ernstig geluidgehinderden: percentage mensen dat op basis van een tienpuntsschaal (0-10: helemaal niet hinderlijk tot heel erg hinderlijk) aangeeft een bepaalde bron uit de woonomgeving als gedeeltelijk dan wel ernstig hinderlijk te ervaren (score ≥7)b.
  • Percentage ernstig geluidgehinderden naar bron (in het buitenmilieu).

Slaapverstoring

  • Percentage (ernstig) slaapverstoorden vanwege geluid uit de woonomgeving.
  • Percentage (ernstig) slaapverstoorden naar bron (in het buitenmilieu).

Geluidsbelasting

  • Totale geluidsbelasting door weg-, rail- en vliegverkeer in de regio.
  • Geluidsbelasting per bron in de regio.

Geurhinder

  • Percentage geurgehinderden: percentage mensen dat (soms) last heeft van stankc.
  • Percentage geurgehinderden naar bron (in het buitenmilieu).

Ernstige geurhinder

  • Percentage ernstig geurgehinderden: percentage mensen dat op basis van een tienpuntsschaal (1-10: helemaal niet tot heel erg hinderlijk) aangeeft een bepaalde bron uit de woonomgeving als ernstig hinderlijk te ervaren (score ≥8)b.
  • Percentage ernstig geurgehinderden naar bron (in het buitenmilieu).

Geurbelasting

  • Totale geurbelasting in de regio.
  • Geurbelasting per bron in de regio.

Fijn stofd

  • Percentage van de bevolking dat langer dan 35 dagen is blootgesteld aan fijnstofconcentraties >50 µg/m3.
  • Percentage van de bevolking dat is blootgesteld aan het jaargemiddelde van fijn stof (>40 µg/m3).

Ozon

  • Percentage van de bevolking dat is blootgesteld aan ozonconcentraties boven de streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid (>120 µg/m3)e.

Stikstof

  • Percentage van de bevolking dat is blootgesteld aan de jaargemiddelde stikstofconcentratie (>40 µg/m3)f.

UV-straling

  • UV-jaardosis in Nederlandg.

Elektromagnetische straling

  • Aantal kinderen dat woont in een zone waar de magnetische veldsterkte hoger dan 0,4 microtesla is (zone met mogelijk verhoogde kans op kinderleukemie)h.

Verontreiniging in zwemwater in recreatiegebieden

  • Kwaliteit van het drinkwater volgens de normen van het Waterleidingbesluit.
  • Kwaliteit van het zwemwater volgens de EU.
  • Meldingen van gezondheidsklachten gerelateerd aan zwemmen in oppervlaktewater.

a Deze definitie van geluidhinder wordt gebruikt in de POLS-enquête (1997-2004) en de enquête Participatie & Milieu (vanaf 2005) van het CBS.

b Deze definitie wordt door TNO gebruikt in de hinderenquête (De Jong et al., 2000). Ernstige geluid- of geurhinder is gebaseerd op de vraag uit de periodieke hinderenquête van TNO: In welke mate ervaren mensen een bepaalde bron in de woonomgeving als hinderlijk? Beantwoording vindt plaats op basis van een 10-puntsschaal. 0 (geluidhinder) of 1 (geurhinder) betekent helemaal niet hinderlijk; 10 is heel erg hinderlijk. Mensen die 8, 9 of 10 antwoorden worden getypeerd als zijnde 'ernstig gehinderd'.

c Geurhinder is gedefinieerd als het last hebben of soms last hebben van stank, zoals gevraagd wordt in de enquête Participatie & Milieu (vanaf 2005) van het CBS. Geurbronnen waarnaar gevraagd wordt zijn wegverkeer, industrie of bedrijven, landbouw en open haarden/allesbranders.

d De grenswaarde voor kortdurende blootstelling aan fijn stof is een daggemiddeldeconcentratie van fijn stof (PM10) van 50 µg/m3 die niet vaker dan 35 keer per jaar mag worden overschreden.

e De Europese streefwaarde voor blootstelling van de bevolking aan hoge ozonconcentraties (O3) bedraagt 120 µg/m3 voor de hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie per dag. Deze concentratie mag niet vaker dan 25 dagen per kalenderjaar worden overschreden.

f De norm van de EU voor het jaargemiddelde van stikstof is 40 µg/m3. Voor blootstelling aan piekconcentraties stikstofdioxide geldt een EU-grenswaarde voor het uurgemiddelde van 200 µg/m3. Deze waarde mag niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar worden overschreden. Concentratieniveaus van stikstofdioxide liggen over het algemeen ver onder de grenswaarde van het uurgemiddelde, daarom raden we aan om deze niet te presenteren.

g Met de UV-jaardosis valt niet vast te stellen wat de daadwerkelijke blootstelling van personen aan UV-straling is.

h Epidemiologische onderzoeken leveren geen eenduidige grenswaarde op voor het magnetische veld; het risico op leukemie is verhoogd bij langdurige blootstelling aan magnetische velden met veldsterkten boven een waarde tussen 0,2 microtesla en 0,5 microtesla. Op basis hiervan heeft het voormalige ministerie van VROM in het voorzorgbeleid gekozen voor een advieswaarde van maximaal 0,4 microtesla. In zones met een veldsterkte boven de 0,4 microtesla mag het aantal gebouwen waar veel kinderen verblijven niet toenemen.

Zie voor meer informatie:

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor het in kaart brengen van het buitenmilieu?

Gegevens over luchtverontreiniging, concentratie stikstofdioxide, ozon in de buitenlucht, geluid, fijnstof worden verzameld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en staan deels in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). In het Compendium voor de Leefomgeving staan alle feiten en cijfers over natuur en milieu in Nederland overzichtelijk bij elkaar. Het Compendium voor de Leefomgeving is een samenwerkingsverband van PBL, RIVM, CBS en WUR.

Blootstellingsniveaus aan fijn stof, NO2 en ozon worden 24 uur per dag gemeten

Het RIVM doet metingen aan onder andere fijn stof, NO2 en ozon. De concentraties worden ieder uur gemeten. De gemiddelden over de afgelopen 24 uur worden direct weergegeven in het meetnetdossier van het milieuportaal (zie Actuele smogsituatie in het Milieuportaal). In dit dossier staan de actuele meetresultaten en zijn ook details terug te vinden over de gebruikte meetmethoden.

Vragenlijsten geven informatie over beleving van buitenmilieu

Gegevens over (de beleving van) het buitenmilieu kunnen ook worden verzameld via vragenlijsten. Aan respondenten wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om de meest voorkomende milieuproblemen in de woonbuurt aan te geven of hoeveel hinder ze thuis ervaren door verschillende bronnen van omgevingsgeluid. Ook hinder door geur, door trillingen, door stof, roet en rook worden vaak nagevraagd. Daarnaast kan ook gevraagd worden naar ongerustheid ten aanzien van een bron. Zo peilt het CBS jaarlijks sinds 2005 de geluidshinder onder de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder in de enquête Participatie & Milieu (P&M, voorheen in de POLS-enquête). Ook het RIVM en TNO verzamelen periodiek gegevens over geur- en geluidhinder in de landelijke hinderinventarisatie. Omdat het CBS geluidhinder op een andere manier meet dan TNO en RIVM en omdat er andere bronnen worden meegenomen, zijn de resultaten van het CBS-onderzoek niet zonder meer te vergelijken met de uitkomsten van de landelijke hinderinventarisatie van RIVM en TNO.

GGD-gezondheidsenquête en WoON geven informatie op gemeenteniveau

Ook wordt in vragenlijsten gevraagd naar ongerustheid ten aanzien van een bron. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan in de GGD-gezondheidsenquête (bij voorkeur Icoon: urlLokale en Nationale Monitors Gezondheid).

Ook via het Woon Onderzoek Nederland (WoON) zijn gegevens beschikbaar over geluid-, stank- en verkeersoverlast. Het WoON van het (voormalig) ministerie van VROM brengt de woonwensen en woonomstandigheden in kaart. Deze gegevens zijn via de Zorgatlas beschikbaar en worden gepresenteerd per gemeente.

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt gebruiken voor het buitenmilieu.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête
  • CBS: P&M

Gemeenten

  • GGD-gezondheidsenquête
  • Zorgatlas: WoON

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête
  • Zorgatlas: WoON

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • Compendium voor de Leefomgeving
  • Zorgatlas:WoON

GGD-regio

  • Er zijn drie bronnen beschikbaar voor zelfgerapporteerde gegevens over het buitenmilieu: de GGD-gezondheidsenquête, de Zorgatlas (WoON) en het CBS.
  • Geregistreerde gegevens over luchtverontreiniging, stikstofdioxide, ozon, geluid en fijn stof worden verzameld door het PBL en het RIVM en zijn te vinden in de Zorgatlas, het Compendium voor de Leefomgeving en het Milieuportaal.
  • Het RIVM meet 24 uur per dag blootstellingsniveaus aan fijn stof, NO2 en ozon. De gemiddelden worden direct weergegeven in het meetnetdossier (Icoon: URL transparantactuele smogsituatie) van het Milieuportaal.
  • Het PBL en het RIVM brengen de geluidbelasting in kaart. Via het Milieuportaal (Icoon: URL transparantonderwerp geluid) kun je de geluidbelasting per postcode berekenen.
  • Het Milieuportaal (Icoon: URL transparantdossier hoogspanningslijnen) bevat informatie over de magnetische velden in de buurt van hoogspanningslijnen, een handreiking voor het berekenen van de magneetveldzone en een Netkaart met het Nederlandse hoogspanningsnet en voor elke hoogspanningslijn de indicatieve zone.

Ter illustratie

Ongeveer 7% van de Nederlandse inwoners heeft vaak last van stank in de woonomgeving (WoON). Het percentage bewoners dat vaak last heeft van stank varieert van 0% in bijvoorbeeld de gemeente Menterwolde en Heel tot 42% in de gemeente Onderbanken. Met name de gemeenten rondom de grote steden in de Randstad scoren significant boven het gemiddelde.

Zie figuur 1.

Gemeenten

  • Er zijn twee bronnen beschikbaar voor zelfgerapporteerde gegevens over het buitenmilieu: de GGD-gezondheidsenquête en Zorgatlas (WoON).
  • Geregistreerde gegevens zijn beschikbaar via het Compendium van de Leefomgeving en het Milieuportaal.

Ter illustratie

Van de volwassenen in Maastricht wordt gemiddeld 8,0% ernstig gehinderd door geur (gezmanelijk voor alle geurbronnen). Ook in de gemeente Maastricht zijn, net als elders in Zuid-Limburg, wegverkeer (4,6%) en open haarden/allesbranders (2,2%) de belangrijkste bronnen van geurhinder. In het stadsdeel Noord-Oost wonen de meeste mensen die last hebben van ernstige geurhinder (11,0%).

Zie: Een gezonde kijk op Maastricht (Maastricht 2010) (Pdf; 3,74 Mb)

Nederland

  • Geregistreerde gegevens over buitenmilieu zijn te vinden bij het RIVM en het PBL. Alle feiten en cijfers met betrekking tot buitenmilieu in Nederland staan in het Compendium voor de Leefomgeving.
  • Er zijn twee bronnen beschikbaar voor zelfgerapporteerde gegevens over het buitenmilieu: Zorgatlas (WoON) en CBS.

Ter illustratie

Ongeveer 11% van de inwoners van Nederland ondervindt vaak hinder van geluid. Bewoners van de gemeenten in het westen van het land hebben meer last van geluidsoverlast, in de meer landelijke gemeenten in het noorden van het land (zoals Vlagtwedde, Slochteren, Westerveld) heeft bijna niemand last van geluid (WoON).

Zie figuur 2.

Figuur 1: Percentage bewoners dat vaak stankoverlast ervaart per gemeente in 2006 (Bron: Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Overlast door stank in Nederland (2006)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, fysieke omgeving).

Figuur 2: Percentage bewoners dat vaak geluidsoverlast ervaart per gemeente in 2006 (Bron: Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Geluidshinder in de woonomgeving per gemeente (2006)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, fysieke omgeving).

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
EU
Europese unie
PBL
Planbureau voor de Leefomgeving
URL: http://www.pbl.nl
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
UV
Ultraviolet
VROM
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vrom
WoON
Woon Onderzoek Nederland
Het Woon Onderzoek Nederland is een onderzoek van het ministerie van VROM dat de woonwensen en woonomstandigheden in kaart brengt.
WUR
Wageningen Universiteit en Researchcentrum
URL: http://www.wur.nl
Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.