Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidsdeterminanten
Omgevingsfactoren

Binnenmilieu

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom binnenmilieu in een regionale VTV?

Mensen brengen een groot deel van hun tijd door in het binnenmilieu: ze zijn gemiddeld 85% van hun tijd binnenshuis, waarvan ongeveer 70% in hun eigen huis.

Het beleid richt zich op het scheppen van de randvoorwaarden voor een gezond binnenmilieu. Er bestaan verschillende wetten, richtlijnen en besluiten die het binnenmilieu moeten bevorderen, bijvoorbeeld het Bouwbesluit, de Tabakswet en de Warenwet. Het verbeteren van het binnenmilieu in woningen, scholen en kindercentra is een van de speerpunten van de overheid in de Nationale Aanpak Milieu en Gezondheid.

Binnenmilieu gaat om omstandigheden waarin we ons bevinden als we binnen zijn

Het binnenmilieu omvat de binnenlucht en de thermische, akoestische, atmosferische en hygiënische omstandigheden waarin we ons bevinden als we binnen zijn. Dit is thuis, op het werk, in winkels, scholen en dergelijke. In het binnenmilieu kunnen verschillende stoffen voorkomen die gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. Het gaat om tabaksrook en andere verbrandingsproducten, radon, vocht en allergenen, vluchtige organische stoffen en asbest.

Slechte kwaliteit binnenmilieu kan leiden tot gezondheidsklachten

De kwaliteit van het binnenmilieu wordt bepaald door de aanwezige bronnen van verontreiniging en de mate van ventilatie. Bij onvoldoende ventilatie worden verontreinigingen en vocht in woningen onvoldoende afgevoerd. Hierdoor ontstaat een slechte kwaliteit van de binnenlucht. Een slechte kwaliteit van het binnenmilieu kan leiden tot diverse (gezondheids)klachten. Zo kan het wonen in een vochtig huis luchtwegaandoeningen verergeren en mogelijk veroorzaken. Ook huisstofmijten en schimmels en huisdieren kunnen allergische reacties verergeren en veroorzaken bij mensen die daarvoor gevoelig zijn.

Roken sterkste vervuiler van binnenlucht

Roken is de sterkste vervuiler van de binnenlucht. Door roken komen veel schadelijke stoffen in de binnenlucht. Tabaksrook bestaat uit duizenden chemische stoffen, waarvan er (minstens) veertig kankerverwekkend zijn. Tabaksrook bevat onder andere PAK's, benzeen, koolstofmonoxide, formaldehyde, roetdeeltjes en fijn stof. Tabaksrook kan leiden tot (geur)hinder en irritatie van neus, keel en ogen. Mensen met luchtwegklachten zijn hiervoor extra gevoelig en het inademen van rook kan bij hen luchtwegklachten verergeren. Ook veroorzaakt passief roken jaarlijks enkele duizenden sterfgevallen aan longkanker en hart- en vaatziekten.

Ook geluid en straling kunnen behoren tot binnenmilieu

Het binnenmilieu omvat niet alleen de binnenlucht en de thermische en hygiënische omstandigheden maar ook de akoestische (geluid) en atmosferische (straling) omstandigheden binnenshuis. Een te hoge blootstelling aan geluid in de woon- en werkomgeving kan leiden tot gezondheidsproblemen als slechthorendheid, hinder, slaapverstoring en een verminderd prestatievermogen. Blootstelling aan geluid kan via lichamelijke stressreacties leiden tot een verhoogde bloeddruk en daarmee tot hart- en vaatziekten.

Bewoners hebben zelf invloed op kwaliteit van binnenmilieu

Bewoners hebben zelf veel invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu. Zo verbetert ventileren de binnenmilieukwaliteit. Roosters, filters, ventilatoren en eventuele inblaasroutes moeten regelmatig gereinigd worden. Daarnaast is het belangrijk dat er zo weinig mogelijk vervuilende stoffen in het binnenmilieu komen. Bronnen van schadelijke stoffen zijn bijvoorbeeld vloerbedekking, bestrijdingsmiddelen, schoonmaakmiddelen, tabaksrook en rook uit een houtkachel. Ieder huishouden kan zelf het gebruik van deze bronnen beperken en is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het binnenmilieu.

Indicatoren voor het binnenmilieu

In onderstaande tabel kun je de indicatoren vinden die inzicht geven in de stand van zaken met betrekking tot het binnenmilieu. Vaak worden deze indicatoren uitgesplitst naar volwassenen (≥ 19 jaar, een verdere uitsplitsing naar ouderen wordt vaak niet gemaakt) en jongeren en kinderen (< 19 jaar). Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

Tabel 1:  indicatoren vinden die inzicht geven in de stand van zaken met betrekking tot het binnenmilieu.

Indicator

Omschrijving

Ventilatie van het huis

  • Percentage jongeren/kinderen dat woont in een huis met gunstig gebruik van ventilatie.

Vochtproblemen in huis

  • Percentage volwassenen dat woont in een huis met een schimmel- en/of vochtprobleem.
  • Percentage jongeren/kinderen dat woont in een huis met een schimmel- en/of vochtprobleem.

Blootstelling aan tabaksrook

  • Percentage jongeren/kinderen dat in huis wordt blootgesteld aan tabaksrook.

Verhoogde concentratie verbrandingsproducten

  • Percentage volwassenen dat woont in een huis met een grotere kans op een verhoogde concentratie verbrandingsproducten.
  • Percentage jongeren/kinderen dat woont in een huis met een grotere kans op een verhoogde concentratie verbrandingsproducten.

Allergenen in binnenmilieu

  • Percentage volwassenen dat woont in een huis met een grotere kans op een verhoogde concentratie van allergenen en andere biologische agentia, bijvoorbeeld als gevolg van aanwezigheid van huisdieren.
  • Percentage jongeren/kinderen dat woont in een huis met een grotere kans op een verhoogde concentratie van allergenen en andere biologische agentia, bijvoorbeeld als gevolg van aanwezigheid van huisdieren.

Zie voor meer informatie:

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor het in kaart brengen van het binnenmilieu?

Gegevens over het binnenmilieu zijn bij voorkeur gebaseerd op gemeten gegevens. Zulk soort gegevens zijn echter bijna nooit aanwezig. Algemene gegevens over bronnen en stoffen in het binnenmilieu worden gepresenteerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het Compendium voor de Leefomgeving en het Milieuportaal van het RIVM. Via het Milieuportaal van het RIVM is een overzicht te vinden van organisaties die zich in Nederland bezighouden met het binnenmilieu. Bronnen voor schattingen over het voorkomen van verschillende binnenmilieuproblemen in Nederland zijn het RIVM (bijvoorbeeld Jongeneel et al., 2009; Dusseldorp et al, 2004f), SenterNovem en TNO (bijvoorbeeld TNO, 2001).

Informatie over binnenmilieu meestal zelfgerapporteerd

Informatie over het binnenmilieu kan ook zelfgerapporteerd zijn. Zelfgerapporteerde gegevens met betrekking tot het binnenmilieu zijn beschikbaar via de GGD-gezondheidsenquête. De Icoon: urlLokale en Nationale Monitors Gezondheid bieden standaardvragen over het binnenmilieu. Een aantal vragen over binnenmilieu gaat over ventilatiegedrag. Aan respondenten wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om aan te geven welke ventilatiesystemen er in huis aanwezig zijn en op welke manier er wordt geventileerd. Ook kan worden gevraagd of (en zo ja, waar) er in huis schimmel- en/of vochtproblemen voorkomen, hoe het huis wordt verwarmd, of de geiser een afvoer heeft, of er op gas wordt gekookt, of en hoeveel er in huis wordt gerookt. Ten slotte kunnen ook vragen gesteld worden over de aanwezigheid van huisdieren en eventuele ongedierte in huis.

Ook gezondheidsklachten als gevolg van binnenmilieu worden gerapporteerd

Niet alleen de omvang van binnenmilieuproblemen kan worden gerapporteerd, ook de gezondheidsklachten ten gevolge van binnenmilieu. De meeste GGD'en verzamelen continu op uniforme wijze de binnenkomende milieugerelateerde gezondheidsklachten. Het RIVM analyseert de klachten regelmatig (Dusseldorp et al., 2009; Dusseldorp et al., 2007).

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt gebruiken voor het binnenmilieu.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête
  • GGD-klachtenregistratie

Gemeenten

  • GGD-gezondheidsenquête
  • Gemeentelijke klachtenregistraties

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • Compendium voor de Leefomgeving

GGD-regio

  • Voor een GGD-regio is één bron beschikbaar voor zelfgerapporteerde gegevens over het binnenmilieu: de GGD-gezondheidsenquête.
  • Een andere bron voor het binnenmilieu is de registratie door de GGD van binnenkomende gezondheidsklachten.
  • De klachtenregistratie geeft lagere cijfers dan de GGD-gezondheidsenquête omdat een deel van de mensen wel klachten heeft, maar daarover niet zal klagen bij de GGD.

Ter illustratie

In 2005 werd in 45% van de woningen in Hart voor Brabant niet continu geventileerd in de woon- en slaapkamer.

Zie: Gezondheid telt! In Hart voor Brabant (Hart voor Brabant 2006) (Pdf; 2,97 Mb)

Gemeenten

  • Er is één bron beschikbaar voor zelfgerapporteerde gegevens over het binnenmilieu: de GGD-gezondheidsenquête.
  • De meeste (grotere) gemeenten hebben een klachtenregistratie van binnenkomende gezondheidsklachten. Deze kan worden gebruikt voor rapportage over het binnenmilieu.

Ter illustratie

In de regio Zuid-Holland Noord wordt in de woonkamer en slaapkamer in respectievelijk 55 en 37% van de gevallen onvoldoende geventileerd (2009). Per gemeente is de spreiding in onvoldoende ventileren in de woonkamer groot: van 45% in Teylingen tot 68% in Noordwijkerhout.

Zie: Gezondheid in beeld (Zuid-Holland Noord 2010) (Pdf; 6,07 Mb)

Nederland

  • Gegevens over binnenmilieu voor Nederland zijn te vinden bij het RIVM, SenterNovem en TNO.

Ter illustratie

In alle Nederlandse woningen komt radon voor. De gemiddelde radonwaarde voor het hele woningbestand is 23 Bq/m3.

Zie: Icoon: URL transparantCompendium voor de Leefomgeving

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

PAK
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.