Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidsdeterminanten
Leefstijlfactoren

Roken

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom roken in een regionale VTV?

Roken is een belangrijke determinant van gezondheid en de belangrijkste oorzaak van vroegtijdige sterfte. Het terugdringen van het percentage rokers en het beschermen van de niet-rokers is het doel van het rookbeleid van de overheid.

Rokers verliezen 4,1 levensjaren ten opzichte van niet-rokers

Jaarlijks overlijden ongeveer 19.000 mensen ten gevolge van een aantal aan roken gerelateerde aandoeningen, zoals longkanker, COPD, coronaire hartziekten, beroerte en hartfalen. Ten opzichte van niet-rokers verliezen rokers in Nederland gemiddeld 4,1 levensjaren en 4,6 gezonde levensjaren. Rokers hebben een slechtere kwaliteit van leven, meer ziekteverzuim en een hoger zorggebruik dan niet-rokers. In vergelijking tot andere leefstijlfactoren is voor roken de bijdrage aan de totale ziektelast hoog.

Behalve percentage rokers zijn ook rookfrequentie en aantal sigaretten van belang

Meestal wordt in een vragenlijst gevraagd aan mensen of ze (wel eens) roken. Het percentage rokers betreft alle mensen die roken, ongeacht welke rookwaar (behalve sigaretten ook sigaren en pijptabak). Andere aspecten van het rookgedrag zijn: de frequentie van het roken ('dagelijkse roken' of 'mensen die af en toe roken') en het aantal sigaretten.

Passief roken is blootgesteld worden aan tabaksrook van anderen

Mensen die passief roken, roken zelf niet, maar worden wel blootgesteld aan tabaksrook van anderen en roken daardoor mee. Dit geldt ook voor ongeboren kinderen die een rokende moeder hebben. Ook passief roken schaadt de gezondheid. Informatie over passief roken staat beschreven bij binnenmilieu (zie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpMilieufactoren/Binnenmilieu).

Zie voor meer informatie over (preventie van) roken: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpRoken (in het Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Indicatoren voor roken

In onderstaande tabel 1 staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van roken. Vaak worden deze indicatoren uitgesplitst naar volwassenen (≥ 19 jaar, een verdere uitsplitsing naar ouderen wordt vaak niet gemaakt) en jongeren en kinderen (< 19 jaar). Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

Tabel 1: Indicatoren voor het meten van roken.

Indicator

Omschrijving

Roken

  • Percentage volwassenen en ouderena dat (wel eens) rookt.
  • Percentage jongeren/kinderena dat ooit heeft gerookt.

Dagelijks roken

  • Percentage mensena dat dagelijks rookt.

Dagelijks aantal sigaretten

  • Gemiddeld dagelijks aantal sigaretten door rokende mensen.

Zwaar roken

  • Percentage volwassenen en ouderena dat zwaar rookt ofwel ≥20 sigaretten per dag rookt.

Afgelopen 4 weken gerookt

  • Percentage jongeren/kinderena dat afgelopen maand heeft gerookt.

a Eventueel uitgesplitst naar mannen en vrouwen, sociaaleconomische status, leeftijdsgroepen.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor (het berekenen van) percentages rokers?

De Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête leveren informatie over roken. De Gezondheidsmonitor levert landelijke, regionale en lokale informatie over lichamelijk functioneren. De Gezondheidsmonitor van GGD'en, CBS en RIVM bestaat uit de gegevens van de GGD-monitors en uit een deel van de CBS-Gezondheidsenquête. Deze monitor levert eens in de vier jaar cijfers over volwassenen. De CBS-Gezondheidsenquête levert jaarlijks landelijke cijfers voor mensen van 12 jaar en ouder. De vraagstellingen in de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête zijn op elkaar afgestemd.

In de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête is gevraagd of men wel eens rookt en of men vroeger gerookt heeft. De mensen die bevestigend antwoordden, is vervolgens gevraagd naar het rookgedrag (aantal sigaretten gemiddeld per dag).

In de Gezondheidsmonitor zijn indicatoren aangemaakt waarmee percentages berekend kunnen worden, waaronder:

  • percentage dat rookt;
  • percentage dat ooit gerookt heeft;
  • percentage dat nooit heeft gerookt;
  • percentage dat 20 sigaretten of meer per dag rookt (zware rokers).

Voor gemeenten, GGD-regio's en Nederland staan de percentages mensen die roken en zwaar roken volgens de Gezondheidsmonitor in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en op Statline van het CBS. In de Zorgatlas staan percentages voor de gehele 19+ bevolking (geen uitsplitsing naar 19-64 jarigen en ouderen van 65 jaar en ouder). Op Statline staan zowel percentages voor de gehele 19+ bevolking als voor volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

De Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid en het Peilstationsonderzoek leveren informatie over jongeren

Gegevens over het rookgedrag van jongeren en kinderen zijn te vinden in het Peilstationsonderzoek 'Icoon: URL transparantGenotmiddelengebruik en gokgedrag' van het Trimbosinstiuut en de GGD'en (Icoon Zorggegevens piramide transparantPeilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik).

Onderstaande tabel 2 geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor roken.

Tabel 2: Bronnen over roken.

Presentatieniveau gegevens

Bron

Gemeenten

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline).
  • Jongeren: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid.

GGD-regio

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête.
  • Jongeren: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid, Peilstationsonderzoek.

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline).
  • Jongeren: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid.

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête.
  • Jongeren: Peilstationsonderzoek.

Ter illustratie

Hieronder volgen een aantal illustraties van de beschrijving van informatie over roken. De genoemde cijfers zijn veelal verouderd. Zie voor recente cijfers over roken:

Voorbeeld 1

Met 33,0% is Den Haag de regio met het hoogste percentage rokers, gevolgd door Twente (32,3%) en Drenthe (32,2%). In de regio Zuid-Holland West is het percentage rokers het laagst (24,5%). De regio Zuid-Limburg heeft met 9,4% het grootste aandeel zware rokers onder de bevolking.

Voorbeeld 2

Binnen de regio Midden-Holland is het percentage rokers het hoogst in Gouda en in Bodegraven (31%). In Bergambacht wonen de minste rokers (22%).

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

Naar boven

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

COPD
Chronic obstructive pulmonary disease
Chronische obstructieve longziekten.
Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.