Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidsdeterminanten
Leefstijlfactoren

Voeding

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom voeding in een regionale VTV?

Voeding levert energie, bouwstoffen en regulerende stoffen. Voedingsstoffen zijn nodig om nieuwe weefsels en cellen te kunnen vormen of hun structuur en functie te onderhouden. Een ongezond voedingspatroon is onder andere een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten, voor diabetes mellitus type 2, voor osteoporose en voor een aantal kankers. In Nederland zijn jaarlijks circa 40.000 gevallen van hart- en vaatziekten en kanker en circa 12% van de sterfgevallen te wijten aan een ongezond voeding. Daarnaast kan ongezonde voeding leiden tot overgewicht dat op zijn beurt weer allerlei nadelige effecten op de volksgezondheid heeft (zie Icoon: Interne link naar documentlichaamsgewicht).

Voeding met veel verzadigde vetzuren en transvetzuren verhoogt risico op hart- en vaatziekten

Het risico op hart- en vaatziekten hangt vooral samen met een voeding die rijk is aan verzadigde vetzuren en transvetzuren en arm is aan vis, groenten en fruit (Ocké & Kromhout, 2004). Het risico op longkanker, slokdarmkanker, maagkanker en kanker in hoofd- en halsgebied is hoger bij een voedingspatroon met weinig groente- en fruit. Het risico op darmkanker is waarschijnlijk hoger met een voeding die rijk is aan vleeswaren en arm aan melk (calcium).

Voeding en lichamelijke activiteit bepalen energiebalans

Voeding en lichamelijke activiteit bepalen samen de energiebalans. De energiebalans is in evenwicht als de dagelijkse inname van energie (voeding) even groot is als het dagelijkse energieverbruik. Bij een groot deel van de bevolking is sprake van te veel eten (ofwel overvoeding) in verhouding tot de mate van lichamelijke activiteit. Dit verhoogt het risico op Icoon: Interne link naar documentovergewicht.

Te weinig eten, ofwel een te lage energie-inname, komt in Nederland alleen voor bij specifieke groepen, zoals zwangeren, bepaalde groepen ouderen, chronisch zieken en verslaafden aan alcohol of drugs.

Voeding volgens Richtlijnen goede voeding optimaal voor gezondheid

De 'Richtlijnen goede voeding 2006' geven de gemiddeld wenselijke voeding weer die qua samenstelling en hoeveelheid optimaal is voor de gezondheid van de bevolking. De richtlijnen zijn bedoeld om de overheid te steunen bij het ontwikkelen van beleid en bij het volgen van de effecten ervan. Ze zijn in 2006 getoetst aan de laatste wetenschappelijke inzichten. Bij het vaststellen van de richtlijnen is naast het voorkomen van de traditionele deficiëntieziekten ook rekening gehouden met de preventie van chronische ziekten. Gekwantificeerde doelstellingen uit de Richtlijnen goede voeding 2006 maken het voor beleidsmakers mogelijk de actuele voedselconsumptie van de bevolking te vergelijken met het aanbevolen voedingspatroon (GR, Gezondheidsraad, 2006h).

Richtlijnen hebben betrekking op algemene gezonde bevolking

De Richtlijnen goede voeding 2006 zijn opgesteld voor de gezonde Nederlandse bevolking vanaf 12 maanden met een stabiel en gezond gewicht. Voor specifieke bevolkingsgroepen zoals kinderen, zwangere vrouwen en ouderen moet rekening worden gehouden met verschillen in hun behoeften (GR, Gezondheidsraad, 2006h; GR, Gezondheidsraad, 2006g). De Richtlijnen goede voeding 2006 (GR, Gezondheidsraad, 2006) zijn:

  • Zorg voor een gevarieerde voeding.
  • Gebruik dagelijks ruim groente, fruit en volkoren graanproducten.
  • Eet regelmatig (vette) vis.
  • Gebruik zo weinig mogelijk producten met een hoog gehalte aan verzadigde vetzuren en enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren.
  • Beperk frequent gebruik van voedingsmiddelen en dranken met gemakkelijk vergistbare suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren.
  • Beperk de inname van keukenzout.
  • Zorg dagelijks voor voldoende lichaamsbeweging.
  • Bij alcoholgebruik: wees matig.

Richtlijnen om algemene gezonde bevolking voldoende microvoedingsstoffen te leveren

Een voeding die voldoet aan de Richtlijnen goede voeding volstaat om de algemene, gezonde bevolking voldoende microvoedingsstoffen te leveren. Een inname van microvoedingsstoffen hoger dan de aanbeveling moet worden voorkomen omdat dit geen gezondheidswinst oplevert; een langdurige inname hoger dan de veilige bovengrens kan zelfs schadelijk zijn voor de gezondheid. Alleen bepaalde risicogroepen hebben in aanvulling op een gevarieerde voeding van sommige microvoedingsstoffen extra nodig (GR, Gezondheidsraad, 2009).

Richtlijnen gezonde voeding voor volwassenen

In Nederland heeft de Gezondheidsraad aanbevelingen opgesteld voor de consumptie van groente en fruit. Volwassenen moeten volgens deze aanbevelingen minimaal 200 gram groente (groentenorm) en 2 stuks fruit (fruitnorm) per dag eten. Deze aanbevelingen gelden ook voor kinderen vanaf 12 jaar. Voor jongere kinderen geldt dat ze dagelijks groente én fruit moeten eten.

De Gezondheidsraad adviseert volwassenen 450 mg/dag visolievetzuren te eten. Dit komt overeen met tweemaal per week een portie vis waarvan tenminste eenmaal vette vis (vis met > 10% vet, zoals botervis, haring, zalm, makreel en paling) (GR, Gezondheidsraad, 2006).

Zie voor meer informatie: kompasVoeding (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Indicatoren voor voeding

In onderstaande tabel kun je de indicatoren vinden die gebruikelijk zijn voor het presenteren van voeding. Het is gebruikelijk deze indicatoren uit te splitsen naar volwassenen (19 jaar-65 jaar), ouderen (65-plussers) en jongeren en kinderen (< 19 jaar). Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

Tabel 1: Indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van cijfers over voeding

Indicator

Omschrijving

Groentenorma

  • Percentage volwassenen dat voldoet aan de groentenorm.
  • Percentage ouderen dat voldoet aan de groentenorm.
  • Percentage jongeren dat voldoet aan de groentenorm.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de groentenorm.

Fruitnormb

  • Percentage volwassenen dat voldoet aan de fruitnorm.
  • Percentage ouderen dat voldoet aan de fruitnorm.
  • Percentage jongeren dat voldoet aan de fruitnorm.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de fruitnorm.

Visc

  • Percentage volwassenen dat voldoet aan de aanbeveling voor het eten van vis.
  • Percentage ouderen dat voldoet aan de aanbeveling voor het eten van vis.
  • Percentage jongeren dat voldoet aan de aanbeveling voor het eten van vis.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de aanbeveling voor het eten van vis.

Totale vetinnamed

  • Percentage volwassenen dat voldoet aan de aanbevelingen voor totale vetinname.
  • Percentage ouderen dat voldoet aan de aanbevelingen voor totale vetinname.
  • Percentage jongeren dat voldoet aan de aanbevelingen voor totale vetinname.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de aanbevelingen voor totale vetinname.

Verzadigd vetd

  • Percentage volwassenen dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van verzadigd vet.
  • Percentage ouderen dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van verzadigd vet.
  • Percentage jongeren dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van verzadigd vet.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van verzadigd vet.

Vezelse

  • Percentage volwassenen dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van vezels.
  • Percentage ouderen dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van vezels.
  • Percentage jongeren dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van vezels.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de aanbevelingen voor de inname van vezels.

Ontbijten

  • Percentage volwassen dat 5 of meer dagen per week ontbijt.
  • Percentage ouderen dat 5 of meer dagen per week ontbijt.
  • Percentage jongeren dat 5 of meer dagen per week ontbijt.
  • Percentage kinderen dat elke dag ontbijt.

a Volwassenen moeten volgens de Richtlijnen goede voeding 150-200 gram groente per dag eten. Voor 2-3 jarige kinderen is de aanbeveling 50-100 gram groente per dag en voor 4-6 jarigen 100-150 gram groente per dag.

b Volwassenen moeten volgens de Richtlijnen goede voeding 200 gram fruit (inclusief noten) per dag eten. Kinderen moeten 150 gram fruit per dag eten.

c Voor volwassenen en kinderen is de aanbeveling 2x per week vis.

d Voor volwassenen wordt als bovengrens voor gezonde voeding 35 en% gehanteerd. Voor verzadigde vetzuren is de aanbeveling <10 en% en voor transvetzuren <1 en%. Voor kinderen wordt voor totale vetzuren <40 en% gehanteerd en voor verzadigde vetzuren respectievelijk <15 en% (2-3 jarigen) en <10 en% (4-6 jarigen). Voor transvetzuren geldt geen aanbeveling voor de 2-3 jarigen, voor de 4-6 jarigen is de aanbeveling <1 en%.

e Voor vezels gelden de volgende aanbevelingen: >3,4 gram/MJ (>25 gram/dag) voor volwassenen, 2,8 g/MJ voor 2-3 jarigen en 3,0 g/MJ voor 4-6 jarigen.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van voeding?

Gegevens over de voedselconsumptie en de voedingstoestand van de Nederlandse bevolking worden sinds 1987 periodiek verzameld in de voedselconsumptiepeiling (Icoon: urlwww.voedselconsumptiepeiling.nl). In de voedselconsumptiepeiling wordt geen onderscheid gemaakt naar GGD-regio. Een vergelijking van de voedselconsumptie van de GGD-regio of gemeenten met Nederland is dus niet mogelijk.

Gegevens voor GGD'en en gemeenten uit GGD-gezondheidsenquête

Voor de GGD-regio's en gemeenten moeten de gegevens komen uit de gezondheidsenquête (die input levert voor de Icoon: urlLokale en Nationale Monitors Gezondheid) van de GGD-regio's.

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor voeding.

Tabel 2: Mogelijk te gebruiken bronnen over voeding.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête

Gemeenten

  • GGD-gezondheidsenquête

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • GGD-gezondheidsenquête

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • Niet mogelijk

GGD-regio

  • De gegevens over voedselconsumptie van volwassenen en van jongeren en kinderen moeten komen uit de gezondheidsenquête van de GGD.
  • Andere bronnen zijn niet beschikbaar.

Ter illustratie

In de regio West-Brabant voldoet ruim 90% van de volwassenen niet aan de aanbeveling voor groente- en fruitconsumptie. Tevens eten ruim vier op de vijf jongeren (86%) in de regio niet dagelijks groenten en fruit. Van degenen die wel dagelijks groenten en fruit eten zal een aantal de aanbevolen hoeveelheden niet halen.

Zie: Gezondheid telt! in West-Brabant (West-Brabant 2006) (Pdf; 2,47 MB)

Gemeenten

  • De gegevens over voedselconsumptie van volwassenen en van jongeren en kinderen moeten komen uit de gezondheidsenquête van de GGD.

Ter illustratie

Verreweg de meeste jongeren in Oss (90%) eten niet dagelijks groente én fruit. Dit percentage is in Oss hoger dan in de rest van de regio Hart voor Brabant.

Zie: Gezondheid telt! In Hart voor Brabant (Hart voor Brabant 2006) (Pdf; 2,47 Mb)

Nederland

  • Gegevens over voedselconsumptie in Nederland zijn beschikbaar in de voedselconsumptiepeiling.
  • De voedselconsumptiepeiling heeft geen indeling naar GGD-regio, dus een vergelijking van de GGD-regio met Nederland is niet mogelijk.

Ter illustratie

Slechts 2% van de jongvolwassenen in Nederland consumeert minstens 150 gram groenten per dag en niemand gebruikt gewoonlijk 200 gram groente of meer per dag. Ook fruit wordt door de Nederlandse jongvolwassenen te weinig gegeten: slechts 7-8% eet voldoende fruit.

Zie: Icoon: URL transparantVoedselconsumptiepeiling

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.