Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV

Gezondheidstoestand

Om lokaal en regionaal gezondheidsbeleid te kunnen vormgeven, is kennis over de gezondheidstoestand in de regio noodzakelijk. Het gaat dan om vragen als: hoe lang leven we en hoe lang leven we in goede gezondheid? Wat zijn de belangrijkste, meest voorkomende ziekten? Zijn de mensen in mijn regio gezonder dan in andere regio’s in Nederland? Zijn er verschillen tussen de gemeenten in mijn regio?

Met behulp van de gegevens in dit onderdeel van de Toolkit kun je de gezondheid van de bevolking beschrijven aan de hand van een aantal indicatoren.

Algemeen

Sterfte en levensverwachting

Functioneren en kwaliteit van leven

Ziekten en aandoeningen

    Gezondheidstoestand
    Algemeen

    Gezondheid en ziekte


    Gezondheidstoestand van bevolking nodig om volkgezondheidsbeleid vorm te geven

    Om volksgezondheidsbeleid vorm te kunnen geven is informatie nodig over de gezondheidstoestand van de bevolking, recente ontwikkelingen daarin en te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Maar wat is gezondheid en hoe meten we dit eigenlijk?

    Sterfte en levensverwachting veelgebruikte indicatoren voor gezondheidstoestand

    Veelgebruikte indicatoren om de gezondheidstoestand in kaart te brengen, zijn sterfte en levensverwachting. De van oudsher meest gebruikte maat is sterfte. Het gaat daarbij niet alleen om het aantal mensen dat overlijdt, maar ook om de (gemiddelde) leeftijd waarop ze overlijden. Daarom zijn naast sterftecijfers ook levensverwachting en verloren levensjaren van belang.

    Neemt de sterfte in Nederland toe of af? Wat zijn nu de belangrijkste doodsoorzaken? Wat is de levensverwachting in 2011? Om deze en andere vragen voor jouw regio te kunnen beschrijven, zijn indicatoren nodig over sterfte, gezondheid en ziekte. Deze indicatoren zijn te vinden onder 'sterfte en levensverwachting'.

    Functioneren en kwaliteit van leven belangrijke indicatoren

    Ook functioneren en kwaliteit van leven zijn belangrijke indicatoren om de gezondheidstoestand van de bevolking in kaart te brengen. Bij verloren levensjaren gaan we er van uit dat iemand die jong sterft meer jaren verliest dan iemand die oud is bij overlijden.

    Hoe gezond voelen we ons? Welke lichamelijke beperkingen hebben we en nemen deze toe of af? En in hoeverre zijn dit gevolgen van ziekten en aandoeningen? De indicatoren om dit te beschrijven staan onder 'functioneren en kwaliteit van leven'.

    Bij beschrijving gezondheid ook aantal mensen met ziekte van belang

    Maar sterfte en verloren levensjaren zeggen ook niet alles. Aan veel ziekten gaan we immers niet dood. Het is dan ook van belang te beschrijven hoeveel mensen aan bepaalde ziekten lijden en welke gevolgen deze ziekten hebben voor het functioneren en de kwaliteit van leven. Voor het beschrijven van het aantal mensen met diabetes in jouw regio of het aantal mensen met kanker of dat een hartinfarct heeft doorgemaakt, zijn de indicatoren en bronnen te vinden onder 'ziekten en aandoeningen'.

    Om tot een rangorde van de belangrijkste ziekten te komen, kun je vervolgens al deze gezondheidsaspecten tot één maat combineren, de DALY (Disability-Adjusted Life-Year, ofwel voor kwaliteit van leven gecorrigeerde levensjaren).

    Selectie van indicatoren voor gezondheidstoestand in een regionale VTV

    De in deze Toolkit beschreven indicatoren van de gezondheidstoestand vormen een selectie van alle indicatoren. Vooral voor ziekten en aandoeningen moet een selectie worden gemaakt. Je vindt in de Toolkit informatie over cijfers van meer dan vijftig ziekten en aandoeningen. Uiteraard is dit een selectie uit alle gezondheidsproblemen die een mens kunnen treffen. Deze ziekten en aandoeningen staan ook uitgebreid in het Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpNationaal Kompas Volksgezondheid beschreven. In de Icoon: urlLokale en Nationale Monitors Gezondheid kun je de bijbehorende vraagstellingen vinden, die je bij voorkeur zou moeten gebruiken om een uitspraak te kunnen doen over deze indicatoren. De uiteindelijke selectie van de indicatoren wordt mede bepaald door de beschikbaarheid van (recente) gegevens op landelijk en/of regionaal niveau. In onderstaande documenten worden de indicatoren toegelicht. Ook presenteren we daar de beschikbare bronnen.

    Sterfte en levensverwachting

    Functioneren en kwaliteit van leven

    Ziekten en aandoeningen

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Sterfte en Levensverwachting

    Levensverwachting

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom de levensverwachting in een regionale VTV?

    De levensverwachting is een veel gebruikte algemene maat voor de gezondheidtoestand van een bevolking. De levensverwachting hangt niet af van de leeftijdsverdeling en omvang van die bevolking en kan dan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld verschillende regio's met elkaar te vergelijken.

    De gezonde levensverwachting van de bevolking wordt ook vaak gepresenteerd, zie: Icoon: Interne link naar documentGezonde levensverwachting.

    Levensverwachting kan op elke leeftijd worden berekend

    De levensverwachting laat voor mannen en vrouwen van een bepaalde leeftijd zien hoe lang ze naar verwachting (nog) zullen leven. Meestal wordt de levensverwachting bij geboorte gepresenteerd: dit geeft aan hoeveel jaren kinderen vanaf het moment van geboorte zullen leven. De levensverwachting kan op elke willekeurige leeftijd worden berekend.

    Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen

    Vrouwen leven gemiddeld enkele jaren langer dan mannen. De resterende levensverwachting is voor vrouwen op iedere leeftijd groter dan voor mannen. Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt het verschil in levensverwachting snel af. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is vooral een gevolg van lagere sterftekansen voor vrouwen van boven de 65 jaar dan voor mannen. Op jongere leeftijd zijn er wel verschillen in sterfte tussen mannen en vrouwen maar deze hebben een klein effect op de levensverwachting, omdat sterfte op jonge leeftijd relatief zeldzaam is.

    Indicatoren voor de levensverwachting

    In onderstaande tabel staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de levensverwachting. We bevelen aan om de levensverwachting voor mannen en vrouwen apart te presenteren.

    Tabel 1: Indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de levensverwachting

    Indicator

    Omschrijving

    Levensverwachting bij geboorte

    • Het gemiddeld aantal levensjaren dat pasgeboren jongens kunnen verwachten te leven.
    • Het gemiddeld aantal levensjaren dat pasgeboren meisjes kunnen verwachten te leven.

    Resterende levensverwachting

    • Het gemiddeld aantal jaren dat mannen en vrouwen van een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld 65 jaar) naar verwachting (nog) zullen leven.

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentBerekening van de levensverwachting

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor de levensverwachting?

    Het is niet nodig om zelf berekeningen van de levensverwachting uit te voeren: gegevens op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau kun je vinden in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). Deze gegevens worden regelmatig geactualiseerd. Zie voor de kaarten en cijfers die op dit moment in de Zorgatlas staan: Icoon: ZorgatlasZorgatlas: Levensverwachting.

    Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor de levensverwachting bij geboorte en de resterende levensverwachting bij 65 jaar.

    Tabel 2: Bronnen die je kunt hanteren voor de levensverwachting bij geboorte en de resterende levensverwachting bij 65 jaar.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • Zorgatlas

    Gemeenten

    • Zorgatlas

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    • Zorgatlas

    Vergelijking van GGD-regio met Nederland

    • Zorgatlas

    Figuur 1: Levensverwachting bij geboorte voor mannen per GGD-regio over de periode 2005-2008 (Bron: CBS-StatLine, Icoon: ZorgatlasZorgatlas.nl)

    Levensverwachting bij geboorte voor mannen per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, (gezonde) levensverwachting).

    GGD-regio

    • De levensverwachting bij geboorte en bij 65 jaar kun je voor elke GGD-regio vinden in de Icoon: ZorgatlasZorgatlas, voor zowel mannen en vrouwen gezamenlijk als afzonderlijk.
    • Hiermee kun je de levensverwachting in een GGD-regio vergelijken met die in andere GGD-regio's en in Nederland.

    Ter illustratie

    De levensverwachting van pasgeboren jongetjes in Nederland varieert van 76,7 jaar in de regio Den Haag tot 79,1 in Zuid-Holland West. Een lage levensverwachting vinden we behalve in Den Haag ook in de andere grote steden en in Zuid-Limburg.

    Zie figuur 1.

    Gemeenten

    • De levensverwachting bij geboorte en bij 65 jaar in de gemeenten kun je vinden in de Icoon: ZorgatlasZorgatlas.
    • Cijfers die de levensverwachting per gemeente weergeven, zijn echter van beperkte waarde. Door de kleine aantallen sterfgevallen binnen gemeenten, vooral op jongere leeftijd, zijn deze cijfers te veel onderhevig aan toevalsfluctuaties.
    • Als je toch de levensverwachting per gemeente wilt presenteren, dan kun je het beste de gemiddelde levensverwachting over een periode van een aantal jaren presenteren. Deze gegevens kun je vinden in de Zorgatlas.

    Ter illustratie

    De hoogste levensverwachting bij geboorte voor vrouwen is te vinden in de gemeente Haarlemmerliede. In de periode 2005-2008 was de levensverwachting bij geboorte voor vrouwen in die gemeente significant hoger dan de gemiddelde 82,2 jaar voor Nederlandse vrouwen.

    Zie figuur 2.

    Nederland

    • De levensverwachting bij geboorte en bij 65 jaar voor Nederland kun je vinden in de Icoon: ZorgatlasZorgatlas.
    • Zowel de levensverwachting in een GGD-regio als de levensverwachting in Nederland komen uit de Zorgatlas; daarom kun je beide getallen ook met elkaar vergelijken.
    • Het is niet mogelijk om de significantie van eventuele verschillen in levenverwachting tussen de GGD-regio en Nederland te berekenen.

    Ter illustratie

    De gemiddelde levensverwachting voor 65-jarigen in Nederland voor de periode van 2005 tot en met 2008 is 19,3 jaar: de gemiddelde resterende levensverwachting voor 65-jarige mannen was 17,4 jaar in deze periode in Nederland en 20,9 jaar voor vrouwen.

    Zie figuur 3.

    Figuur 2: Levensverwachting bij geboorte voor vrouwen per gemeente over de periode 2005-2008 (Bron: CBS-StatLine, Icoon: ZorgatlasZorgatlas)

    Levensverwachting bij geboorte voor vrouwen per gemeente (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, (gezonde) levensverwachting).

    Figuur 3: Levensverwachting bij 65 jaar voor mannen en vrouwen per gemeente, periode 2005-2008 (Bron: CBS-StatLine, Icoon: ZorgatlasZorgatlas)

    Levensverwachting bij 65 jaar voor mannen en vrouwen per gemeente (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, (gezonde) levensverwachting).

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Sterfte en Levensverwachting

    Gezonde levensverwachting

    Beschrijving en definities Levensverwachting in goede ervaren gezondheid Levensverwachting zonder beperkingen Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid Levensverwachting zonder chronische ziekten Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom de gezonde levensverwachting in een regionale VTV?

    Uit prevalentie- en incidentiecijfers blijkt wat de meest voorkomende ziekten en aandoeningen in een bevolking zijn. Deze cijfers zeggen echter niets over de gevolgen van ziekten in termen van kwaliteit van leven. De gezonde levensverwachting, dat wil zeggen het aantal levensjaren dat iemand kan verwachten in goede gezondheid door te brengen, combineert lengte en kwaliteit van leven in één maat.

    Gezonde levensverwachting is aantal te verwachten levensjaren in goede gezondheid

    De gezonde levensverwachting is het gemiddeld aantal levensjaren dat mensen mogen verwachten in goede gezondheid door te brengen. Deze gezondheidsmaat combineert het aantal te verwachten levensjaren en de kwaliteit van het leven in één getal. Het aantal levensjaren is gebaseerd op de levensverwachting. Voor de 'kwaliteit van het leven' is gebruik gemaakt van vier gezondheidsindicatoren die elk de basis vormen van een specifiek soort gezonde levensverwachting:

    • levensverwachting in goede ervaren gezondheid;
    • levensverwachting zonder beperkingen;
    • levensverwachting in goede geestelijke gezondheid;
    • levensverwachting zonder chronische ziekten.

    Voor berekening van gezonde levensverwachting wordt methode van Sullivan gehanteerd

    Voor de berekening van de gezonde levensverwachting wordt de methode van Sullivan gehanteerd (Sullivan, 1971). Om de gezonde levensverwachting te berekenen, wordt de totale levensverwachting gesplitst in een aantal gezonde en een aantal ongezonde jaren. De gezonde jaren worden bij de vier genoemde varianten op gezonde levensverwachting berekend op basis van drie verschillende gezondheidsindicatoren, namelijk ervaren gezondheid, lichamelijke beperkingen en geestelijke gezondheid.

    Bij de berekening van de gezonde levensverwachting maak je gebruik van de sterfte- en gezondheidscijfers die betrekking hebben op het geboortejaar van het cohort waarvoor je de berekening uitvoert.

    Zie voor meer informatie: kompasGezonde levensverwachting (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

    Indicatoren voor de gezonde levensverwachting

    In onderstaande tabel staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de gezonde levensverwachting.

    Tabel 1: Indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de gezonde levensverwachting.

    Indicator

    Omschrijving

    Levensverwachting in goede ervaren gezondheid

    • In jaren, bepaald op basis van het percentage personen dat op de vraag naar de ervaren gezondheid 'goed' of 'zeer goed' antwoordde.

    Levensverwachting zonder beperkingen

    • In jaren, bepaald op basis van het percentage personen dat aangeeft alle activiteiten waarbij mensen lichamelijke beperkingen kunnen ervaren 'zonder moeite' of 'met enige moeite' te kunnen uitvoeren.

    Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid

    • In jaren, bepaald op basis van het percentage personen dat een score van 60 of meer heeft op de MHI-5.

    Levensverwachting zonder chronische ziekten

    • In jaren, bepaald op basis van het percentage personen dat aangeeft geen van de genoemde ziekten te hebben.

    Naar boven


    Levensverwachting in goede ervaren gezondheid

    Ervaren gezondheid weerspiegelt oordeel over eigen gezondheid

    Ervaren gezondheid, ook wel 'subjectieve gezondheid' of 'gezondheidsbeleving' genoemd, weerspiegelt het oordeel van mensen over hun eigen gezondheid. Ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle gezondheidsaspecten die relevant zijn voor de persoon of bevolking in kwestie.

    Levensverwachting in goede ervaren gezondheid

    Voor de levensverwachting in goede ervaren gezondheid wordt het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van het percentage personen dat op de vraag naar de ervaren gezondheid de antwoorden 'goed' of 'zeer goed' gaf. Degenen die antwoorden 'gaat wel' noemen we licht ongezond en de mensen die antwoorden 'slecht' of 'zeer slecht' noemen we 'ongezond'.

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentErvaren gezondheid.

    Ter illustratie

    Nederlanders leven gemiddeld ruim 80 jaar waarvan 63 jaar in goede ervaren gezondheid (periode 2005-2008).

    Zie figuur 1.

    Figuur 1: Levensverwachting in goede ervaren gezondheid per GGD-regio in de periode 2005-2008 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Levensverwachting in goed ervaren gezondheid (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, gezonde levensverwachting).

    Naar boven


    Levensverwachting zonder beperkingen

    Mensen met moeite met lichamelijk functioneren zijn lichamelijk beperkt

    Als iemand moeilijkheden ervaart bij het uitvoeren van lichamelijke functies of dagelijkse routine-activiteiten, is er sprake van lichamelijke beperkingen. Voorbeelden hiervan zijn lopen, eten, aan- en uitkleden en boodschappentassen dragen. Ook de lichamelijke functies horen en zien zijn van belang voor het lichamelijk functioneren.

    Levensverwachting zonder beperkingen

    Voor de berekening van de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen worden gegevens gebruikt over langdurige beperkingen in activiteiten van het dagelijks leven (ADL), mobiliteit, gezichtsvermogen en gehoor. Voor de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen wordt het aantal gezonde jaren bepaald op basis van het percentage personen die aangeven alle activiteiten waarbij mensen lichamelijke beperkingen kunnen ervaren 'zonder moeite' of 'met enige moeite' kunnen uitvoeren. Personen zijn geclassificeerd als 'licht ongezond' of 'ongezond' wanneer zij aangeven één, twee of meer van de activiteiten niet of slechts met veel moeite te kunnen uitvoeren.

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentLichamelijk functioneren.

    Ter illustratie

    Nederlanders leven gemiddeld ruim 80 jaar. Daarvan leven ze 69 jaar zonder lichamelijke beperkingen (periode 2005-2008).

    Zie figuur 2.

    Figuur 2: Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen per GGD-regio in de periode 2005-2008 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlasl).

    Levensverwachting zonder beperkingen per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, gezonde levensverwachting).

    Naar boven


    Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid

    Psychisch ongezonde mensen hebben psychische klachten

    Volgens de WHO voelen geestelijk of psychisch gezonde personen zich in staat de eigen intellectuele en emotionele mogelijkheden te verwezenlijken. Psychisch ongezonde mensen hebben last van psychische klachten of zelfs van psychische stoornissen.

    Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid

    Geestelijke of psychische gezondheid kan met verschillende vragenlijsten worden gemeten. Drie veel gebruikte vragenlijsten zijn: de RAND Mental Health Inventory (MHI-5), de Affect Balance Scale (ABS) en de General Health Questionnaire (GHQ). Schattingen van de omvang van psychische gezondheid in de bevolking verschillen sterk per gebruikte vragenlijst.

    Het CBS gebruikt voor het berekenen van de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid gegevens uit de MHI-5. De MHI-5 is een onderdeel van een algemene maat voor kwaliteit van leven (de SF-36 vragenlijst) en meet de algemene psychische gezondheid met 5 vragen naar gevoelens van geluk, somberheid en angst. De score van de MHI-5 loopt van 0 (zeer ongezond) tot 100 (perfect gezond). Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als gezond, bij een score tussen 45 en 60 als 'licht ongezond' en bij een score lager dan 45 als 'ongezond' (Perenboom et al., 2000).

    Zie ook: kompasDrie vragenlijsten voor het meten van psychische ongezondheid (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentPsychische gezondheid.

    Ter illustratie

    Nederlanders leven gemiddeld ruim 80 jaar waarvan ruim 72,5 jaar in goede geestelijke gezondheid (periode 2005-2008). Het aantal 'ongezonde' jaren is bepaald op basis van het percentage personen dat 60 of hoger scoorde op de MHI-5.

    Zie figuur 3.

    Figuur 3: Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid per GGD-regio in de periode 2005-2008 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, gezonde levensverwachting).

    Naar boven


    Levensverwachting zonder chronische ziekten

    Elf chronische ziekten bepalen of iemand chronisch ziek is

    Voor de berekening van de levensverwachting zonder chronische ziekten worden zelfgerapporteerde gegevens gebruikt over elf ziektegroepen. Het gaat om de volgende chronische ziektegroepen: hartaandoening en/of hartinfarct, astma, chronische bronchitis, longemfyseem of CARA, kanker, beroerte, suikerziekte, ernstige of hardnekkige darmstoornissen, chronische gewrichtsontsteking (ontstekingsreuma, chronische reuma, reumatoïde artritis), ernstige of hardnekkige aandoening van de rug (inclusief hernia), gewrichtsslijtage van heupen of knieën, hoge bloeddruk en migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn.

    Levensverwachting zonder chronische ziekten

    Voor de berekening van de levensverwachting zonder chronische ziekten worden zelfgerapporteerde gegevens gebruikt over elf ziektegroepen. Voor de levensverwachting zonder chronische ziekten is het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van het percentage personen dat aangaf géén van de genoemde ziekten te hebben. Degenen die aangeven één of meer van de elf genoemde ziekten te hebben worden beschouwd als 'licht ongezond' (1 ziekte) en 'ongezond' (2 of meer ziekten). Hier is echter een kanttekening bij te plaatsen. Het is mogelijk dat iemand met één levensbedreigende chronische ziekte als licht ongezond wordt aangemerkt en dat iemand met twee of meer relatief milde chronische ziekten als ongezond wordt beschouwd.

    Ter illustratie

    Nederlanders leven gemiddeld ruim 80 jaar waarvan bijna 43,5 jaar zonder chronische ziekten (periode 2005-2008).

    Zie figuur 4.

    Figuur 4: Levensverwachting zonder chronische ziekten per GGD-regio in de periode 2005-2008 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Levensverwachting zonder chronische ziekten per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, gezonde levensverwachting).

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor de gezonde levensverwachting?

    De gegevens over de vier typen gezonde levensverwachting in de GGD-regio en in Nederland staan in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). Het is dus niet nodig berekeningen hiervoor zelf uit te voeren. Voor geen van de vier typen levensverwachting staan gegevens voor de afzonderlijke gemeenten in de Zorgatlas. De levensverwachting op gemeenteniveau kan berekend worden op basis van gegevens uit de GGD-gezondheidsenquête (die input levert voor de Icoon: urlLokale en Nationale Monitors Gezondheid) van een GGD-regio in combinatie met sterfte- en bevolkingscijfers.

    Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen er zijn voor de gezonde levensverwachting.

    Tabel 2: Bronnen die er zijn voor de gezonde levensverwachting.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • Zorgatlas
    • GGD-gezondheidsenquête
    • CBS-Doodsoorzakenstatistiek
    • CBS-Bevolkingsstatistiek

    Gemeenten

    • GGD-gezondheidsenquête
    • CBS-Doodsoorzakenstatistiek
    • CBS-Bevolkingsstatistiek

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    • GGD-gezondheidsenquête
    • CBS-Doodsoorzakenstatistiek
    • CBS-Bevolkingsstatistiek

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    • Zorgatlas

    GGD-regio

    • Er zijn twee bronnen beschikbaar voor de levensverwachting in goede ervaren gezondheid, de levensverwachting zonder beperkingen, de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid en de levensverwachting zonder chronische ziekten voor de GGD-regio: de Zorgatlas en de GGD-gezondheidsenquête (de laatste in combinatie net de CBS-doodsoorzakenstatistiek en CBS-bevolkingsstatistiek).
    • Welke je gebruikt, is afhankelijk van de vergelijking die je wilt maken (zie tabel).
    • Via de Zorgatlas is een GGD-regio ook te vergelijken met andere GGD-regio's en met Nederland.

    Ter illustratie

    In de regio's Zuid-Limburg en Utrecht is de levensverwachting in goed ervaren gezondheid minder dan 60 jaar. Daartegenover staan enkele regio's waar de levensverwachting in goed ervaren gezondheid boven de 65 jaar is. Dit zijn de GGD-regio's Drenthe, Zuid-Holland West, Midden-Nederland, Hollands Midden, Brabant-Zuidoost en de Gooi- en Vechtstreek.

    Zie figuur 1.

    Gemeenten

    • De levensverwachting in goede ervaren gezondheid, de levensverwachting zonder beperkingen, de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid en de levensverwachting zonder chronische ziekten moeten worden berekend uit vragen uit de GGD-gezondheidsenquête in combinatie met de CBS-Doodsoorzakenstatistiek en CBS-bevolkingsstatistiek.
    • Cijfers die de gezonde levensverwachting per gemeente weergeven zijn echter van beperkte waarde. Door de kleine aantallen sterfgevallen binnen gemeenten, vooral op jongere leeftijd, zijn deze cijfers te veel onderhevig aan toevalsfluctuaties.

    Nederland

    • De levensverwachting in goede ervaren gezondheid, de levensverwachting zonder beperkingen, de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid en de levensverwachting zonder chronische ziekten kunnen worden gevonden in de Zorgatlas.

    Ter illustratie

    In de regio's Midden-Nederland en Zuid-Holland West, maar ook in Hollands Midden, Hollands Noorden, Kennemerland en Brabant-Zuidoost ligt de levensverwachting zonder chronische ziekten boven de 45 jaar. Daartegenover staan de regio's Nijmegen, Zuid-Limburg, Utrecht en Rotterdam-Rijnmond, waar de levensverwachting zonder chronische ziekten onder de 41,5 jaar ligt.

    Zie figuur 4.

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Sterfte en Levensverwachting

    Totale sterfte

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom totale sterfte in een regionale VTV?

    De totale sterfte is een veel gebruikte maat voor de beschrijving van de gezondheid van een bevolking. Als we de sterfte van verschillende populaties (bijvoorbeeld populaties in verschillende regio's) met elkaar willen vergelijken, moeten we rekening houden met de samenstelling van de populaties. De leeftijdsopbouw kan bijvoorbeeld effect hebben op de hoogte van de sterfte. In een oudere populatie zullen meer mensen overlijden dan in een jongere populatie. Om hier rekening mee te houden worden sterftecijfers meestal gestandaardiseerd.

    De totale sterfte kan in verschillende maten worden uitgedrukt. Afhankelijk van wat je wilt weergeven, is de ene maat geschikter dan de andere. De volgende sterftematen worden het meest gebruikt:

    Sterftecijfers standaardiseren om populaties te vergelijken

    Om rekening te houden met verschillen in samenstelling van populaties worden sterftecijfers meestal gestandaardiseerd. Door voor leeftijd te standaardiseren zijn de uiteindelijke sterftecijfers, bijvoorbeeld van verschillende GGD-regio’s, beter vergelijkbaar. Twee veel gebruikte maten voor gestandaardiseerde sterfte zijn de Standardised Mortality Ratio (SMR) en de Comparative Mortality Figure (CMF). In de kaarten in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') wordt de CMF gebruikt om de sterfte in verschillende regio's te vergelijken. Hierbij wordt Nederland op 100 gesteld. Heeft een regio een CMF van 95, dan is de sterfte in die regio gunstiger dan in heel Nederland. In de Zorgatlas wordt ook aangegeven of het verschil tussen een regio en Nederland significant is.

    Indicatoren voor de totale sterfte

    Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die je kunt gebruiken voor het presenteren van de totale sterfte. Ons advies is om zowel de absolute sterfte als de gestandaardiseerde sterfte te presenteren. Voor een vergelijking van de sterfte van verschillende populaties (bijvoorbeeld populaties in verschillende regio's) gebruik je gestandaardiseerde sterftecijfers. Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

    Tabel 1: Indicatoren die je kunt gebruiken voor het presenteren van de totale sterfte.

    Indicator

    Omschrijving

    Absolute sterfte

    • Gemiddeld aantal overledenen in een bepaalde periode.

    Gestandaardiseerde sterfte

    • Aantal overledenen in een periode gestandaardiseerd voor leeftijd en geslacht.

    Bruto sterfte

    • Gemiddeld aantal overledenen per 100.000 (of 10.000) inwoners in een bepaalde periode.

    Zie voor meer informatie:

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor de totale sterfte?

    Gegevens over de totale sterfte in Nederland zijn te vinden in de Zorgatlas en worden tevens uitgebreid beschreven in het Nationaal Kompas Volksgezondheid (zie Nationaal Kompas: Sterfte). In het Nationaal Kompas wordt de sterfte in een recent jaar beschreven naar leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status en etniciteit, worden trends uit het verleden gepresenteerd en komen verwachtingen voor de toekomst aan de orde.

    Zorgatlas presenteert sterfte per GGD-regio en per gemeente

    Gegevens met betrekking tot de totale sterfte naar regio zijn te vinden in de Zorgatlas. Hierbij is het niet nodig om zelf berekeningen uit te voeren. De cijfers over de totale sterfte worden in de Zorgatlas gepresenteerd als CMF per GGD-regio en per gemeente. Deze cijfers zijn dus gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht van de verschillende regio’s. De cijfers per GGD-regio en per gemeente worden regelmatig geactualiseerd.

    Zie voor de kaarten die op dit moment in de Zorgatlas staan: Icoon: ZorgatlasZorgatlas: Totale sterfte.

    Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor de totale sterfte.

    Tabel 2: Bronnen voor berekening totale sterfte.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • Zorgatlas

    Gemeenten

    • Zorgatlas

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    • Zorgatlas

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    • Zorgatlas

    GGD-regio

    • De totale sterfte per GGD-regio kun je vinden in de Zorgatlas. De Zorgatlas presenteert de CMF voor de totale sterfte per GGD-regio.
    • Hiermee kun je ook de totale sterfte in een GGD-regio vergelijken met de totale sterfte in andere GGD-regio's en met de totale sterfte in Nederland.
    • Met deze cijfers kun je aangeven of jouw GGD-regio beter of slechter scoort in vergelijking met andere GGD-regio's.
    • Met deze cijfers kun je ook aangeven of de sterfte in jouw GGD-regio significant hoger of lager is dan in Nederland.

    Ter illustratie

    In de regio's Zuid-Limburg (77,1 per 10.000) lag de sterfte in de periode 2005-2008 boven het landelijk gemiddelde van 72,1 sterfgevallen per 10.000 inwoners per jaar.

    Zie figuur 1.

    Gemeenten

    • De totale sterfte per gemeente kun je vinden in de Zorgatlas. De Zorgatlas presenteert de CMF voor de totale sterfte per gemeente.
    • Hiermee kun je de totale sterfte in een gemeente vergelijken met de totale sterfte in andere gemeenten en met de totale sterfte in Nederland.
    • Met deze cijfers kun je aangeven of een gemeente in jouw GGD-regio beter of slechter scoort in vergelijking met andere gemeenten in jouw GGD-regio of in andere GGD-regio's.
    • Met deze cijfers is ook aan te geven of de sterfte in de gemeente significant hoger of lager is dan in Nederland.

    Ter illustratie

    In het westen liggen verhoudingsgewijs de meeste gemeenten met een laag sterftecijfer, met uitzondering van de meeste grote steden. In de meeste grote steden is de sterfte gemiddeld hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Zie figuur 2.

    Nederland

    • De totale sterfte in Nederland is te vinden in de Zorgatlas. De Zorgatlas presenteert de CMF voor de totale sterfte in Nederland.
    • Met de kaartjes van de totale sterfte per GGD-regio en de totale sterfte per gemeente kun je vergelijken of GGD'en respectievelijk gemeenten significant verschillen van de totale sterfte in Nederland.
    • Via de Zorgatlas kun je een excelsheet downloaden met de relatief gestandaardiseerde sterfte per doodsoorzaak.

    Ter illustratie

    Gemiddeld overlijden er in Nederland 134.959 mensen per jaar (gemeten over de periode 2005-2008), dat zijn 72,1 sterfgevallen per 10.000 inwoners per jaar.

    Figuur 1: Totale sterfte in Nederland naar GGD-regio in de periode 2005-2008 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Totale sterfte per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaart (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, sterfte).

    Figuur 2: Totale sterfte in Nederland naar gemeente in de periode 2003-2006 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Totale sterfte per gemeente (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaart (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, sterfte).

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Sterfte en Levensverwachting

    Sterfte naar doodsoorzaak

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom sterfte naar doodsoorzaak in een regionale VTV?

    Sterfte naar doodsoorzaak is een veel gebruikte maat voor de beschrijving van de gezondheid van een bevolking. De sterfte naar doodsoorzaak betreft het aantal mensen dat overlijdt aan een bepaalde ziekte. De sterfte naar doodsoorzaak kan in verschillende maten uitgedrukt worden. Afhankelijk van wat je wilt weergeven is de ene maat geschikter dan de andere. De volgende sterftematen zijn voor een regionale VTV het meest bruikbaar:

    • Absolute sterfte naar doodsoorzaak: gemiddeld aantal overledenen aan een bepaalde ziekte of aandoening in een bepaalde periode.
    • Bruto sterfte naar doodsoorzaak: gemiddeld aantal overledenen per 100.000 (of 10.000) inwoners aan een bepaalde ziekte of aandoening in een bepaalde periode.
    • Gestandaardiseerde sterfte: voor leeftijd en geslacht gestandaardiseerde cijfers van de sterfte aan een bepaalde ziekte of aandoening in een bepaalde periode.

    Sterftecijfers meestal gestandaardiseerd om populaties te kunnen vergelijken

    Als we de sterfte aan een bepaalde doodsoorzaak van verschillende populaties (verschillende regio's) met elkaar willen vergelijken, moeten we rekening houden met de samenstelling van de populaties. Zo kan de leeftijdsopbouw bijvoorbeeld effect hebben op de hoogte van de sterfte. In een oudere populatie zullen meer mensen overlijden dan in een jongere populatie. Om hier rekening mee te houden worden sterftecijfers meestal gestandaardiseerd. Door voor leeftijd te standaardiseren zijn de uiteindelijke sterftecijfers, bijvoorbeeld van verschillende GGD-regio’s, beter vergelijkbaar. Twee veel gebruikte maten voor gestandaardiseerde sterfte zijn de Standardised Mortality Ratio (SMR) en de Comparative Mortality Figure (CMF). In de kaarten in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') wordt de CMF gebruikt om de sterfte naar doodsoorzaak in verschillende regio's te vergelijken. Hierbij wordt Nederland op 100 gesteld. Heeft een regio een CMF van 95, dan is de sterfte in die regio gunstiger dan in heel Nederland. In de Zorgatlas wordt ook aangegeven of het verschil tussen een regio en Nederland significant is.

    Indicatoren voor sterfte naar doodsoorzaak

    Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die je kunt gebruiken voor het presenteren van de sterfte naar doodsoorzaak. Ons advies is om zowel de absolute sterfte als de bruto sterfte te presenteren. Voor een vergelijking van de sterfte van verschillende populaties (bijvoorbeeld populaties in verschillende regio's) gebruik je gestandaardiseerde sterftecijfers. Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

    Tabel 1:  Overzicht van de indicatoren die je kunt gebruiken voor het presenteren van de sterfte naar doodsoorzaak.

    Indicator

    Omschrijving

    Absolute sterfte

    • Gemiddeld aantal overledenen aan een bepaalde ziekte of aandoening in een bepaalde periode.

    Bruto sterfte

    • Gemiddeld aantal overledenen per 100.000 (of 10.000) inwoners aan een bepaalde ziekte of aandoening in een bepaalde periode.

    Gestandaardiseerde sterfte

    • Voor leeftijd en geslacht gestandaardiseerde cijfers van de sterfte aan een bepaalde ziekte of aandoening in een bepaalde periode.

    Zie voor meer informatie:

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor sterfte naar doodsoorzaak?

    Gegevens over de sterfte naar doodsoorzaak in Nederland staan vermeld in de Zorgatlas en komen uitgebreid aan de orde in het Nationaal Kompas Volksgezondheid (zie Nationaal Kompas: Sterfte naar doodsoorzaak). In het Nationaal Kompas wordt de sterfte in een recent jaar beschreven naar doodsoorzaak en ook de verschillen naar leeftijd, geslacht en etniciteit. Voor de tien ziekten met de hoogste sterfte worden de trends beschreven. Verder is voor iedere ziekte waarbij sterfte een rol speelt, informatie te vinden in het Kompas over sterfte naar leeftijd en geslacht en trends in de sterfte in Nederland (zie Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpNationaal Kompas: Ziekten en aandoeningen).

    Zorgatlas presenteert regionale gegevens over sterfte naar doodsoorzaak

    Regionale gegevens met betrekking tot de sterfte naar doodsoorzaak in Nederland kun je vinden in de Zorgatlas. Hierbij is het niet nodig om zelf berekeningen uit te voeren. De cijfers over de sterfte aan een bepaalde doodsoorzaak worden in de Zorgatlas gepresenteerd als CMF per GGD-regio en per gemeente. Deze cijfers zijn dus gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht van de verschillende regio’s. De cijfers per GGD-regio en per gemeente worden regelmatig geactualiseerd. Zie voor de kaarten die op dit moment in de Zorgatlas staan: Icoon: ZorgatlasZorgatlas: Sterfte naar doodsoorzaken.

    De Zorgatlas presenteert voor vier hoofdgroepen (kanker, ziekten van het hart- en vaatstelsel, ziekten van de ademhalingswegen en niet-natuurlijke doodsoorzaken) de sterfte naar GGD-regio, evenals voor ruim twintig specifieke ziekten. Voor veel ziekten zijn de aantallen te klein om verschillen per GGD-regio te beschrijven. Met de kaartjes uit de Zorgatlas kun je dus voor een groot aantal doodsoorzaken jouw GGD-regio met Nederland vergelijken. Ook kun je hier vinden of een verschil van jouw GGD-regio ten opzichte van Nederland significant is.

    Per gemeente alleen sterfte voor kankers en ziekten van het hart- en vaatstelsel

    De Zorgatlas presenteert alleen kaartjes naar gemeente voor alle kankers samen en alle ziekten van het hart- en vaatstelsel samen. Voor andere specifieke (groepen van) ziekten zijn de aantallen te klein om verschillen per gemeente te beschrijven.

    Bij de vergelijking van de gestandaardiseerde sterfte aan hart- en vaatziekten op gemeenteniveau moeten we voorzichtig zijn. Er mag namelijk verwacht worden dat gemeenten met verpleeg- en verzorgingshuizen een hoger sterftecijfer hebben dan gemeenten zonder deze voorzieningen. Bij het interpreteren van verschillen is het dus van belang om na te gaan of er (veel) verpleeg- en verzorgingshuizen in de betreffende gemeenten aanwezig zijn.

    Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor de sterfte naar doodsoorzaak.

    Tabel 2:  Bronnen je kunt hanteren voor de sterfte naar doodsoorzaak.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • Zorgatlas:
      • kankers
      • ziekten van het hart- en vaatstelsel
      • ziekten van de ademhalingswegen
      • niet-natuurlijke doodsoorzaken
      • aantal specifieke ziekten

    Gemeenten

    • Zorgatlas:
      • kanker totaal
      • ziekten van het hartvaatstelsel totaal

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    • Zorgatlas:
      • kanker totaal
      • ziekten van het hartvaatstelsel totaal

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    • Zorgatlas:
      • kankers
      • ziekten van het hart- en vaatstelsel
      • ziekten van de ademhalingswegen
      • niet-natuurlijke doodsoorzaken
      • aantal specifieke ziekten

    GGD-regio

    • De sterfte naar doodsoorzaak per GGD-regio is te vinden in de Zorgatlas. De Zorgtlas presenteert de CMF voor de sterfte naar doodsoorzaak per GGD-regio.
    • De Zorgatlas presenteert de sterfte naar doodsoorzaak voor vier hoofdgroepen (kanker, ziekten van het hartvaatstelsel, ziekten van de ademhalingswegen en niet-natuurlijke doodsoorzaken) en een aantal specifieke ziekten.
    • Hiermee is ook de sterfte naar doodsoorzaak in een GGD-regio te vergelijken met de sterfte naar doodsoorzaak in andere GGD-regio's en met de sterfte naar doodsoorzaak in Nederland.
    • Met deze cijfers kun je aangeven of jouw GGD-regio beter of slechter scoort in vergelijking met andere GGD-regio's.
    • Met deze cijfers kun je ook aangeven of de sterfte voor verschillende doodsoorzaken in jouw GGD-regio significant hoger of lager is dan in Nederland.
    • Via de Zorgatlas kun je een excelsheet downloaden met de relatief gestandaardiseerde sterfte per doodsoorzaak (zie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerptabel met afzonderlijke doodsoorzaken per GGD-regio).

    Ter illustratie

    In de GGD-regio Utrecht wordt het hoogste sterftecijfer aan longkanker gemeld (6,1 sterfgevallen per 10.000 inwoners per jaar). Dit is significant hoger dan het landelijk gemiddelde van 5,2 sterfgevallen per 10.000 inwoners per jaar (gemeten over de periode 2005-2008).

    Zie figuur 1.

    Gemeenten

    • De sterfte naar doodsoorzaak per gemeente is te vinden in de Zorgatlas voor alle kankers samen en voor alle ziekten van het hartvaatstelsel samen. Voor andere specifieke (groepen van) ziekten zijn de aantallen te klein om verschillen per gemeente te beschrijven.
    • De Zorgatlas presenteert de CMF voor de sterfte naar doodsoorzaak per GGD-regio.
    • Hiermee is de sterfte naar doodsoorzaak in een gemeente te vergelijken met de sterfte naar doodsoorzaak in Nederland.
    • Met deze cijfers kun je aangeven of een gemeente in jouw GGD-regio beter of slechter scoort in vergelijking met andere gemeenten in jouw GGD-regio of in andere GGD-regio's.
    • Met deze cijfers is ook aan te geven of de sterfte in de gemeente significant hoger of lager is dan in Nederland.
    • Let op bij het vergelijken van de sterfte aan hart- en vaatziekten: ga na of er (veel) verpleeg- en verzorgingshuizen in de betreffende gemeente zijn.

    Ter illustratie

    De sterfte aan ziekten van het hartvaatstelsel is voor de meeste gemeenten in het westen van Nederland lager dan het Nederlands gemiddelde (21,8 sterfgevallen per 10.000 inwoners per jaar in de periode 2005-2008). In het noorden, oosten en zuiden zijn wat kleine clusters van gemeenten te vinden waar de sterfte hoger is dan het landelijk gemiddelde.

    Zie figuur 2.

    Nederland

    • De sterfte naar doodsoorzaak in Nederland is te vinden in de Zorgatlas. Het gaat om de sterfte naar doodsoorzaak voor de hoofdgroepen kanker, ziekten van het hartvaatstelsel, ziekten van de ademhalingswegen en niet-natuurlijke doodsoorzaken en voor een aantal specifieke ziekten.
    • De Zorgatlas presenteert de CMF voor de sterfte naar doodsoorzaak in Nederland.
    • Met de kaartjes van de sterfte per GGD-regio en de sterfte per gemeente kun je vergelijken of GGD'en respectievelijk gemeenten significant verschillen van de sterfte naar doodsoorzaak in Nederland.
    • Via de Zorgatlas kun je een excelsheet downloaden met de relatief gestandaardiseerde sterfte per doodsoorzaak (zie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerptabel met afzonderlijke doodsoorzaken per GGD-regio). Deze cijfers zijn ook bij GGD Nederland op te vragen.

    Ter illustratie

    In Nederland sterven jaarlijks gemiddeld 39.842 mensen aan kanker (21,5 sterfgevallen per 10.000 mensen per jaar in de periode 2005-2008).

    Figuur 1: Sterfte aan longkanker per GGD-regio in Nederland in de periode 2005-2008 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Sterfte aan longkanker per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, sterfte naar doodsoorzaken).

    Figuur 2: Sterfte aan ziekten van het hartvaatstelsel per gemeente in Nederland in de periode 2005-2008 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Sterfte aan ziekten van het hartvaatstelsel per gemeente (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, sterfte naar doodsoorzaken).

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Functioneren en kwaliteit van leven

    Ervaren gezondheid

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom ervaren gezondheid in een regionale volksgezondheidsrapportage?

    Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid van een persoon. Het is een samenvattende gezondheidsmaat van alle gezondheidsaspecten die relevant zijn voor de persoon in kwestie. Op populatieniveau is 'het percentage inwoners dat de eigen gezondheid als minder dan goed ervaart' een veelgebruikte en relevante indicator van de gezondheid.

    Deze gezondheidsmaat wordt niet alleen veel gebruikt als afzonderlijke maat, maar is ook nodig voor het berekenen van de levensverwachting in goede gezondheid, zie: Icoon: Interne link naar documentgezonde levensverwachting.

    Ervaren gezondheid is een sterke voorspeller van sterfte

    Ervaren gezondheid is een sterke voorspeller van sterfte. Hoe slechter iemand zijn eigen gezondheid ervaart, hoe hoger de kans op overlijden. De sterke relatie tussen ervaren gezondheid en sterfte blijft bestaan nadat rekening is gehouden met een groot aantal andere factoren waarvan bekend is dat ze sterfte voorspellen, zoals leeftijd, objectieve gezondheidsmaten (zoals ziekten, bloeddruk) en andere relevante medische, leefstijl- en psychosociale factoren (Idler & Benyamini, 1997; Benyamini & Idler, 1999).

    Zie voor meer informatie over ervaren gezondheid: Icoon: Interne link naar documentWat is ervaren gezondheid en hoe wordt het gemeten? (in het Nationaal Kompas Volksgezondheid).

    Indicatoren voor ervaren gezondheid

    In onderstaande tabel 1 staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van ervaren gezondheid. Welke gegevens je presenteert is, behalve van het doel, ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de gegevens.

    Tabel 1: indicatoren voor het meten van ervaren gezondheid.

    Indicator

    Omschrijving

    Goed ervaren gezondheid

    Percentage mensena dat de eigen gezondheid als goed of zeer goed ervaart.

    Minder dan goed ervaren gezondheid

    Percentage mensena dat de eigen gezondheid als gaat wel, slecht of zeer slecht ervaart.

    a Eventueel uitgesplitst naar mannen en vrouwen, sociaaleconomische status, leeftijdsgroepen.

    Sommige bronnen gebruiken andere antwoordcategorieën, namelijk: uitstekend, zeer goed, goed, matig en slecht.

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor ervaren gezondheid?

    De Gezondheidsmonitor levert landelijke, regionale en lokale informatie over lichamelijk functioneren. De Gezondheidsmonitor van GGD'en, CBS en RIVM bestaat uit de gegevens van de GGD-monitors en uit een deel van de CBS-Gezondheidsenquête. Deze monitor levert eens in de vier jaar cijfers over volwassenen. De CBS-Gezondheidsenquête levert jaarlijks landelijke cijfers voor mensen van 12 jaar en ouder. De vraagstellingen in de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête zijn op elkaar afgestemd.

    In de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête is de volgende vraag aan mensen voorgelegd: hoe is over het algemeen uw gezondheid? Is deze: zeer goed / goed / gaat wel / slecht / zeer slecht. Het percentage personen dat op deze vraag 'goed' of 'zeer goed' antwoordt, heeft een goede ervaren gezondheid. Degenen die antwoorden 'gaat wel', 'slecht' of 'zeer slecht', hebben een minder dan goede ervaren gezondheid.

    In de Gezondheidsmonitor zijn indicatoren aangemaakt waarmee percentages berekend kunnen worden, waaronder:

    • percentage dat de eigen gezondheid als goed tot zeer goed ervaart;
    • percentage dat de eigen gezondheid als gaat wel, slecht tot zeer slecht ervaart.

    Voor gemeenten, GGD-regio's en Nederland als geheel staan gegevens over ervaren gezondheid uit de Gezondheidsmonitor in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en op Statline van het CBS. In de Zorgatlas staan percentages voor de gehele 19+ bevolking (geen uitsplitsing naar 19-64 jarigen en ouderen van 65 jaar en ouder). Op Statline staan zowel percentages voor de gehele 19+ bevolking als voor volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentGezondheidsmonitor.

    De Icoon Zorggegevens piramide transparantLokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid levert informatie over kinderen en jongeren.

    Onderstaande tabel 2 geeft aan welke bronnen er zijn voor de ervaren gezondheid.

    Tabel 2: Bronnen over ervaren gezondheid.

    Presentatieniveau gegevens

    Mogelijke bron

    Gemeenten

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline)

    Kinderen en jongeren: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

    GGD-regio

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête

    Kinderen en jongeren: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline)

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête

    Ter illustratie

    Hieronder volgen een aantal illustraties van de beschrijving van informatie over ervaren gezondheid. De genoemde cijfers zijn veelal verouderd. Zie voor recente cijfers over ervaren gezondheid:

    1. Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpErvaren gezondheid (Nationaal Kompas Volksgezondheid)
    2. Icoon: ZorgatlasErvaren gezondheid (Zorgatlas)

    Voorbeeld 1

    Vooral in Zuid-Limburg en in de grote steden ervaren meer inwoners de eigen gezondheid als minder goed. Het hoogste percentage wordt waargenomen in de regio Zuid-Limburg, waar een kwart (24,8%) van de bevolking de gezondheid als minder goed ervaart.

    Voorbeeld 2

    Het aantal volwassenen met een minder goed ervaren gezondheid is in de gemeenten Gouda en Nederlek significant hoger dan gemiddeld in de regio Midden-Holland.

    Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Functioneren en kwaliteit van leven

    Lichamelijk functioneren

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom lichamelijk functioneren in een regionale VTV?

    Lichamelijk functioneren is een maat voor de kwaliteit van leven. Lichamelijk functioneren verwijst naar het kunnen uitvoeren van lichamelijke functies en dagelijkse routine-activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn lopen, eten, aan- en uitkleden en boodschappentassen dragen. Ook de lichamelijke functies 'horen' en 'zien' zijn van belang voor het lichamelijk functioneren. Als er moeilijkheden bestaan in deze functies of activiteiten, spreken we van lichamelijke beperkingen.

    Meestal worden bij lichamelijke beperkingen onderscheiden:

    • gehoorbeperkingen;
    • gezichtsbeperkingen;
    • mobiliteitsbeperkingen;
    • beperkingen in activiteiten van het dagelijks leven (ook wel afgekort als ADL-beperkingen).

    Naast het rapporteren van het lichamelijk functioneren in de bevolking kan met behulp van deze maat ook de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen worden berekend, zie: Icoon: Interne link naar documentGezonde levensverwachting.

    Effecten van beperkingen op het functioneren lopen sterk uiteen

    Factoren als ernst (mild of ernstig), aard (lichamelijk of zintuiglijk), duur (tijdelijk of langdurig), verloop (constant of wisselend) en oorzaak bepalen deels het effect van beperkingen op het functioneren. Ook de zichtbaarheid van beperkingen, de afhankelijkheid van zorg, persoonlijke hulp en/of hulpmiddelen, de mate waarin er sprake is van arbeidsongeschiktheid, en het moment in de levensloop waarop beperkingen ontstaan, zijn hierbij van belang. Zo zal bijvoorbeeld het niet goed kunnen lopen op jonge leeftijd een ander effect hebben, met verdergaande consequenties voor opleiding, werk en vrijetijdsinvulling, dan het niet goed kunnen lopen op hoge leeftijd.

    Zie voor meer informatie over lichamelijk funtioneren: lichamelijk functioneren (in het Nationaal Kompas Volksgezondheid).

    Indicatoren voor lichamelijk functioneren

    in onderstaande tabel 1 staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van lichamelijk functioneren. Lichamelijke beperkingen worden vaak gemeten met vier indicatoren. De volgende beperkingen in het uitvoeren van activiteiten worden onderscheiden: gehoorbeperkingen, gezichtsbeperkingen, mobiliteitsbeperkingen en ADL-beperkingen (ofwel beperkingen in activiteiten van het dagelijks leven).

    Tabel 1: Indicatoren voor het meten van lichamelijke beperkingen.

    Indicator

    Omschrijving

    Lichamelijke beperkingen

    • Percentage mensena dat lichamelijk grote moeite heeft met of niet in staat is te functioneren op activiteiten die betrekking hebben op gehoor, gezichtsvermogen, mobiliteit en ADL-activiteiten.

    Gehoorbeperkingen

    • Percentage mensena dat beperkingen in het horen ondervindt: grote moeite hebben met of niet in staan zijn een gesprek te voeren met één andere persoon en/of een gesprek te volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met een hoorapparaat).

    Gezichtsbeperkingen

    • Percentage mensena dat beperkingen in het zien ondervindt: grote moeite met of niet in staat zijn de kleine letters in de krant te lezen en/of op een afstand van vier meter het gezicht van iemand te herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen).

    Mobiliteitsbeperkingen

    • Percentage mensena dat langdurige beperkingen in de mobiliteit ondervindt: grote moeite of niet in staat een voorwerp van 5 kg (bijvoorbeeld een volle boodschappentas) 10 meter te dragen, te bukken en iets van de grond te pakken en/of 400 meter aan een stuk te lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok).

    ADL-beperkingen

    • Percentage mensena dat beperkingen in de activiteiten van het dagelijks leven (ADL) ondervindt: grote moeite met of alleen met hulp van anderen in staat zijn te gaan zitten en opstaan uit een stoel, in en uit bed stappen, en de trap op- en aflopen.

    a Eventueel uitgesplitst naar mannen en vrouwen, sociaaleconomische status, leeftijdsgroepen.

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor lichamelijk functioneren?

    De Gezondheidsmonitor levert landelijke, regionale en lokale informatie over lichamelijk functioneren. De Gezondheidsmonitor van GGD'en, CBS en RIVM bestaat uit de gegevens van de GGD-monitors en uit een deel van de CBS-Gezondheidsenquête. Deze monitor levert eens in de vier jaar cijfers over volwassenen. De CBS-Gezondheidsenquête levert jaarlijks landelijke cijfers voor mensen van 12 jaar en ouder. De vraagstellingen in de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête zijn op elkaar afgestemd.

    Er is gevraagd om van zeven activiteiten die betrekking hebben op horen, zien en bewegen aan te geven of men deze zonder moeite, met enige moeite, met grote moeite of niet kunnen verrichten (zogenaamde OESO (OECD)-indicator). Personen die ten minste één activiteit niet of alleen met grote moeite kunnen verrichten, worden als lichamelijk beperkt beschouwd.

    In de Gezondheidsmonitor zijn indicatoren aangemaakt waarmee percentages berekend kunnen worden, waaronder:

    • percentage met gehoorbeperkingen;
    • percentage met gezichtsbeperkingen;
    • percentage met mobiliteitsbeperkingen;
    • percentage moeite met 1 of meer OECD items.

    Voor gemeenten, GGD-regio's en Nederland als geheel staan gegevens over lichamelijk functioneren uit de Gezondheidsmonitor in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en op Statline van het CBS. In de Zorgatlas staan percentages voor de gehele 19+ bevolking (geen uitsplitsing naar 19-64 jarigen en ouderen van 65 jaar en ouder). Op Statline staan zowel percentages voor de gehele 19+ bevolking als voor volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentGezondheidsmonitor.

    De Icoon Zorggegevens piramide transparantLokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid levert informatie over kinderen en jongeren.

    Onderstaande tabel 2 geeft aan welke bronnen je kunt gebruiken voor lichamelijk functioneren.

    Tabel 2: Bronnen over lichamelijk functioneren.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    Gemeenten

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (Zie Zorgatlas en StatLine).

    GGD-regio

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (Zie Zorgatlas en StatLine), Gezondheidsenquête.

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (Zie Zorgatlas en StatLine).

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (Zie Zorgatlas en StatLine), Gezondheidsenquête.

    Ter illustratie

    Hieronder volgt een illustratie van de beschrijving van informatie over lichamelijk functioneren. De genoemde cijfers zijn veelal verouderd. Zie voor recente cijfers over lichamelijk functioneren:

    Voorbeeld 1

    Amsterdam (16,5%) heeft het hoogste percentage personen van 12 jaar en ouder met één of meer lichamelijke beperkingen. Dit is significant hoger dan het landelijk gemiddelde van 12,5%.

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Functioneren en kwaliteit van leven

    Psychische gezondheid

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom psychische gezondheid in een regionale VTV?

    Psychische gezondheid is een maat voor de kwaliteit van leven van mensen. Bij een optimale psychische gezondheid is er sprake van succesvol functioneren en dit resulteert in productieve activiteiten, bevredigende relaties met anderen en het vermogen tot aanpassen en omgaan met tegenslagen (Surgeon General, 1999). De mate waarin psychische klachten vóórkomen in de bevolking geeft een indicatie van de psychische gezondheid van de bevolking.

    De gezondheidsmaat psychische gezondheid wordt niet alleen gebruikt voor het weergeven van de psychische gezondheid in de bevolking maar ook voor het berekenen van de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid, zie: Icoon: Interne link naar documentGezonde levensverwachting.

    Psychische klachten verhogen risico op sterfte, pijn en beperkingen

    Volgens de WHO hebben psychisch gezonde personen een subjectieve beleving van welzijn, autonomie en competentie. Ze voelen zich in staat de eigen intellectuele en emotionele mogelijkheden te verwezenlijken. Psychische klachten omvatten gevoelens van psychische verstoring, zoals gevoelens van angst, depressie, slaapverstoring en stress. Dit kan leiden tot zichtbaar leed, een (gedeeltelijk) onvermogen tot functioneren en een verhoogd risico op sterfte, pijn en beperkingen. In de praktijk wordt psychische gezondheid vaak gezien als de mate waarin psychische klachten afwezig zijn.

    Vóórkomen van psychische klachten meten met vragenlijsten

    Het vóórkomen van psychische klachten kan met verschillende vragenlijsten worden gemeten. Drie veelgebruikte vragenlijsten zijn: RAND Mental Health Inventory (MHI-5), de Affect Balance Scale (ABS) en de General Health Questionnaire (GHQ). Schattingen van de omvang van psychische ongezondheid in de bevolking verschillen sterk per gebruikte vragenlijst. Voor meer informatie zie: Icoon: Interne link naar documentDrie vragenlijsten voor het meten van psychische ongezondheid (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

    Voor een beschrijving van psychische stoornissen (zoals dementie, schizofrenie, depressie, angststoornissen, stoornissen in het middelengebruik en verstandelijke handicap), zie: kompasPsychische stoornissen (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

    Indicatoren voor psychische gezondheid

    In onderstaande tabel staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van psychische gezondheid. Vaak wordt dit uitgesplitst naar volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65+) en eventueel jongeren en kinderen (< 19 jaar).

    Tabel 1: Indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van psychische gezondheid.

    Indicator

    Omschrijving

    Psychische klachten

    • percentage volwassenen met psychische klachten (gemeten met MHI-5).
    • percentage ouderen met psychische klachten (gemeten met MHI-5).
    • percentage jongeren met psychische klachten (gemeten met MHI-5).

    Psychische gezondheid

    • gemiddelde MHI-5-somscore van de volwassenen (score tussen 0 en 100).
    • gemiddelde MHI-5-somscore van de ouderen (score tussen 0 en 100).
    • gemiddelde MHI-5-somscore van de jongeren (score tussen 0 en 100).

    Slechte psychische gezondheid

    • percentage volwassenen met een slechte psychische gezondheid (score MHI-5< 60).
    • percentage ouderen met een slechte psychische gezondheid (score MHI-5< 60).
    • percentage jongeren met een slechte psychische gezondheid (score MHI-5< 60).

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn beschikbaar voor het berekenen van de psychische gezondheid?

    Psychische gezondheid kan met verschillende vragenlijsten worden gemeten, zoals de veelgebruikte MHI-5, de ABS en de GHQ. Schattingen van de omvang van psychische ongezondheid in de bevolking verschillen sterk per gebruikte vragenlijst.

    CBS gebruikt MHI-5 om psychische gezondheid te meten

    Het CBS maakt sinds 2001 gebruik van de MHI-5, daarvóór van de Affect Balance Scale (ABS). Het percentage mensen dat psychisch ongezond is volgens de ABS en de MHI, is niet zo maar met elkaar te vergelijken. De voorkeur voor het meten van de psychische gezondheid gaat nu uit naar de MHI-5. Ook voor de Icoon: urlNationale en Lokale Monitors Gezondheid is de MHI-5 de standaard. Het CBS presenteert de gemiddelde somscore van de bevolking op de MHI-5 op CBS-StatLine. De gegevens uit de POLS-vragenlijst van het CBS staan in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en wel het percentage mensen met een slechte psychische gezondheid (een score van minder dan 60 op de MHI-5). Deze gegevens hoeven dus niet zelf te worden berekend.

    MHI-5 meet algemene psychische gezondheidstoestand in de bevolking

    De MHI-5 is opgezet om de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking te meten. Er worden zowel positieve als negatieve vragen gesteld, die kunnen worden beantwoord met: voortdurend, meestal, vaak, soms, zelden en nooit. De antwoorden worden gecombineerd tot een somsore tussen 0 en 100. Hoe hoger de score des te beter de psychische gezondheid. Naast een gemiddelde somscore wordt vaak het percentage mensen vermeld dat scoort onder een afkappunt; meestal is dat 60. Mensen die scoren van 0 tot 60 worden in dat geval 'psychisch ongezond' genoemd, mensen met een score van 60 en hoger worden 'psychisch gezond' genoemd.

    Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor de psychische gezondheid.

    Tabel 2: Bronnen die je kunt hanteren voor de psychische gezondheid.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • Zorgatlas
    • GGD-gezondheidsenquête

    Gemeenten

    • GGD-gezondheidsenquête

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    • GGD-gezondheidsenquête

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    • Zorgatlas

    GGD-regio

    • Er kunnen twee bronnen beschikbaar zijn voor de psychische gezondheid: de Zorgatlas en de GGD-gezondheidsenquête.
    • Welke je gebruikt, is afhankelijk van welke vergelijking je wilt maken (zie tabel).
    • Via de Atlas is een GGD-regio nu al te vergelijken met andere GGD-regio's en met Nederland. In de nabije toekomst is deze vergelijking ook te maken via de Lokale en Nationale Monitors Gezondheid.

    Ter illustratie

    Het percentage mensen dat psychisch ongezond is (MHI-5-somscore< 60) is in Den Haag het hoogst: 13,0%. Ook Amsterdam (12,8%) en Zuid-Limburg (11,6%) hebben relatief veel inwoners met psychische klachten. De laagste percentages psychisch ongezonde inwoners hebben de regio's IJsselland (6,6%), Hollands Midden (7,2%), Drenthe (7,5%) en Friesland (8,0%).

    Zie figuur 1.

    Gemeenten

    • Gegevens over de psychische gezondheid moeten uit de GGD-gezondheidsenquête komen.

    Ter illustratie

    Het percentage psychisch ongezonde inwoners in Midden-Holland varieert van 11% in Bergambacht tot 18% in Gouda en Zevenhuizen-Moerkapelle (gemeten met de MHI-5).

    Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9.95 Mb)

    Nederland

    • Voor de psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking zijn gegevens uit de POLS-vragenlijst van het CBS opgenomen in de Atlas.
    • In de Atlas staat het percentage mensen met een slechte psychische gezondheid (MHI-5-score< 60).
    • Via CBS-StatLine is de gemiddelde somscore van de Nederlandse bevolking op de MHI-5 te vinden.

    Ter illustratie

    In Nederland is 9,6% van de bevolking van 12 jaar en ouder psychisch ongezond (gemeten met de MHI-5 in de periode 2005-2008).

    Zie figuur 1.

    Figuur 1: Percentage personen met psychische klachten per GGD-regio in de periode 2005-2008 (Bron: CBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

    Personen met psychische klachen per GGD-regio (2005-2008)

    Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, functioneren en kwaliteit van leven).

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Functioneren en kwaliteit van leven

    Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

    Beschrijving en definities

    Waarom kwaliteit van leven in een regionale VTV?

    Prevalentie- en incidentiecijfers geven zicht op de meest voorkomende ziekten en aandoeningen in een bevolking, maar ze zeggen niets over de gevolgen ervan in termen van kwaliteit van leven. Een verminderde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven is vaak het gevolg van ziekten en aandoeningen. Kwaliteit van leven is een samenvattende maat voor het welbevinden van de bevolking (in termen van lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren).

    Kwaliteit van leven is zowel objectief als subjectief

    Kwaliteit van leven is het functioneren van personen op fysiek, psychisch en sociaal gebied en de subjectieve evaluatie daarvan. Kwaliteit van leven bestaat dus uit zowel relatief objectieve als uit subjectieve aspecten. Objectieve aspecten gaan over het feit of iemand als gevolg van zijn gezondheid bepaalde beperkingen heeft. Subjectieve aspecten zeggen iets over het oordeel van de persoon over (aspecten van) zijn gezondheid. Het gaat dus bijvoorbeeld niet alleen over het aantal treden dat iemand kan traplopen in een bepaald tijdsbestek, maar ook over hoe hij of zij dit ervaart.

    Kwaliteit van leven is multidimensioneel

    Kwaliteit van leven bestaat uit meerdere dimensies of domeinen. Globaal zijn deze onder te verdelen in het lichamelijke, het psychische en het sociale domein. Deze kunnen worden onderverdeeld in specifieke dimensies, zoals bijvoorbeeld lichamelijk functioneren en pijn die beide deel uitmaken van het lichamelijke domein van kwaliteit van leven. Het psychische domein omvat psychische klachten, zoals angstige of depressieve gevoelens of positieve gevoelens van welbevinden. Het sociale domein omvat bijvoorbeeld het aantal en de kwaliteit van de sociale contacten. Ook de mogelijkheid om sociale rollen te vervullen, zoals het functioneren in gezin, werk, vriendenkring of vrije tijd, valt onder het sociale domein. Aspecten die niet direct in relatie staan tot ziekte en gezondheidszorg worden buiten beschouwing gelaten. In plaats van over kwaliteit van leven spreken we dan ook liever over gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

    Generieke, ziektespecifieke en domeinspecifieke vragenlijsten

    Het meten van kwaliteit van leven gebeurt door middel van vragenlijsten, die de persoon zelf invult. Er zijn drie typen vragenlijsten:

    • Generiek: generieke vragenlijsten meten de kwaliteit van leven in termen die voor iedereen, dus ongeacht de aan- of afwezigheid van specifieke ziekten, relevant zijn.
    • Ziektespecifiek: ziektespecifieke vragenlijsten meten de gevolgen van een specifieke ziekte, zoals pijn en stijfheid bij artrose.
    • Domeinspecifiek: domeinspecifieke vragenlijsten omvatten één bepaald (sub-)domein van kwaliteit van leven, bijvoorbeeld lichamelijke beperkingen.

    SF-12, SF-36 en EQ-6D vaak gebruikt als generieke meetinstrumenten

    Er is geen gouden standaard voor het meten van kwaliteit van leven. Dit komt doordat verschillende onderzoekers verschillende definities van kwaliteit van leven hanteren (Van Heck, 2008; Sanderman, 2008). Voor de presentatie van kwaliteit van leven voor de algemene populatie kiezen we vaak voor generieke instrumenten, en binnen deze groep voor de SF-12, de SF-36 en de EQ-6D (zie ook: Icoon: Interne link naar documentDrie instrumenten voor de kwaliteit van leven).

    Indicatoren voor kwaliteit van leven

    In onderstaande tabel staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de kwaliteit van leven. Vaak wordt dit uitgesplitst naar volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65+), soms ook naar jongeren en kinderen (< 19 jaar).

    Tabel 1: Indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de kwaliteit van leven.

    Indicator

    Omschrijving

    Lichamelijke kwaliteit van leven

    • Gemiddelde somscore voor de lichamelijke kwaliteit van leven (gemeten met de SF-12) in de volwassen/ ouderen/ jongeren populatie.
    • Percentage volwassenen/ ouderen/ jongeren dat onder de lichamelijke normscorea van de SF-12 scoort, dat wil zeggen: physical component score (PCS)< 50.

    Psychische kwaliteit van leven

    • Gemiddelde somscore voor de psychische kwaliteit van leven (gemeten met de SF-12) in de volwassen/ ouderen/ jongeren populatie.
    • Percentage volwassenen/ ouderen/ jongeren dat onder de psychische normscorea van de SF-12 scoort, dat wil zeggen: mental component score (MCS)< 42.

    a De normscores zijn afgeleid uit de SF-12 handleiding (Ware et al., 1995b).

    Meer informatie over deze drie typen vragenlijsten kun je vinden in: Icoon: Interne link naar documentInstrumenten voor de kwaliteit van leven.

    Zie voor meer informatie over gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven: kompasGezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

    Naar boven


    Gegevens en bronnen

    Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van de kwaliteit van leven?

    Voor het meten van de kwaliteit van leven in de algemene bevolking gebruik je generieke vragenlijsten, zoals de SF-12, de SF-36 of de EQ-6D. Het CBS maakt in de POLS-enquête gebruik van de SF-12 en beschikt over Nederlandse gemiddelden. De SF-12, een variant van de SF-36, bestaat uit twaalf vragen die twee totaalscores berekent, één voor de lichamelijke kwaliteit van leven (physcial component score) en één voor de psychische kwaliteit van leven (mental component score).

    CBS presenteert gegevens over kwaliteit van leven

    Gegevens over de kwaliteit van leven, gemeten met de SF-12, in de GGD-regio en in Nederland komen uit de POLS-enquête en zijn beschikbaar via CBS-StatLine. Het is dus niet nodig hiervoor zelf berekeningen uit te voeren. Voor de afzonderlijke gemeenten staan deze gegevens niet in POLS. Deze moeten uit de gezondheidsenquête (die input levert voor de Icoon: urlLokale en Nationale Monitors Gezondheid) van de GGD-regio komen.

    Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor de kwaliteit van leven.

    Tabel 2: Bronnen die gebruikt kunnen worden voor het meten van kwaliteit van leven.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • CBS-POLS
    • GGD-gezondheidsenquête

    Gemeenten

    • GGD-gezondheidsenquête

    Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

    • GGD-gezondheidsenquête

    Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

    • CBS-POLS

    GGD-regio

    • Er kunnen twee bronnen beschikbaar zijn voor de kwaliteit van leven voor de GGD-regio: CBS-POLS en de GGD-gezondheidsenquête.
    • Welke je gebruikt, is afhankelijk van welke vergelijking je wilt maken (zie tabel).
    • De gegevens van de POLS-enquête van het CBS zijn via Icoon: URL transparantStatLine beschikbaar.
    • In de nabije toekomst kun je jouw GGD-regio vergelijken met andere GGD-regio's en met Nederland via de Lokale en Nationale Monitor Gezondheid.

    Gemeenten

    • Voor de kwaliteit van leven voor de afzonderlijke gemeenten moet gebruik worden gemaakt van gegevens uit de GGD-gezondheidsenquête.

    Nederland

    • Voor de kwaliteit van leven in Nederland zijn gegevens beschikbaar uit de CBS-POLS-enquêtes en zijn te vinden op CBS-StatLine.

    Ter illustratie

    Over het algemeen rapporteren mannen een betere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven dan vrouwen. Mannen rapporteren een hogere normscore op de SF-12 dan vrouwen. In 2009 was de gemiddelde lichamelijke somscore 51,2 voor mannen en 49,5 voor vrouwen, de gemiddelde psychische somscore was 53,7 voor mannen en 52,2 voor vrouwen. Ook het percentage mannen dat een minder goede kwaliteit van leven rapporteert, ligt lager dan bij vrouwen. Dit geldt zowel voor lichamelijke (mannen 26% en vrouwen 35%) als voor psychische aspecten (mannen 9% en vrouwen 13%) van de kwaliteit van leven.

    Zie: Icoon: Interne link naar documentKwaliteit van leven (Nationaal Kompas Volksgezondheid) en Icoon: URL transparantCBS-StatLine.

    Naar boven

    Gezondheidstoestand
    Ziekten en aandoeningen

    Vóórkomen van ziekten en aandoeningen

    Beschrijving en definities Gegevens en bronnen van zorgregistraties Gegevens en bronnen van zelfgerapporteerde aandoeningen

    Beschrijving en definities

    Waarom ziekten en aandoeningen in een regionale volksgezondheidsrapportage?

    Het vóórkomen van ziekten en aandoeningen in een bevolking is een maat voor de gezondheidstoestand van die bevolking. Het gaat om welke ziekten in de regio het meest vóórkomen en wat de belangrijkste ziekten zijn in subgroepen van de bevolking, bijvoorbeeld ouderen.

    Voorkomen van ziekten wordt uitgedrukt in prevalentie en incidentie

    Het vóórkomen van ziekten en aandoeningen wordt uitgedrukt in de prevalentie en/of incidentie. De prevalentie is het aantal personen dat een bepaalde ziekte had op een bepaald moment (puntprevalentie) of in een bepaalde periode heeft gehad (bijvoorbeeld jaarprevalentie).

    De incidentie is het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode. Bij de incidentie van griep kan een persoon meerdere keren meetellen (meerdere gevallen), bij diabetes kan een persoon maar één keer meetellen (één persoon).

    Zorgregistraties en gezondheidsenquêtes leveren inzicht in prevalentie en incidentie

    We onderscheiden hieronder twee manieren om inzicht te krijgen in de prevalentie en incidentie van ziekten en aandoeningen, namelijk op basis van gegevens uit zorgregistraties en op basis van zelfgerapporteerde gegevens uit gezondheidsenquêtes. Cijfers gebaseerd op zorgregistraties en gezondheidsenquêtes kunnen verschillen. Zo zijn er mensen die in een enquête aangeven dat ze een ziekte hebben maar daarvoor geen zorg gebruiken. Ze zijn dan ook niet bekend in zorgregistraties. De cijfers over prevalentie en incidentie zijn gebaseerd op gegevens uit zorgregistraties, in het bijzonder de huisartsenregistraties. Dit betekent dat ziekten waarmee mensen niet naar een zorgverlener gaan, niet geregistreerd worden. De cijfers vormen daarom een onderschatting van het werkelijk aantal mensen met een ziekte. Dit geldt bijvoorbeeld voor psychische stoornissen, waarvoor lang niet altijd hulp wordt gezocht.

    Vóórkomen van ziekten en aandoeningen op basis van zorgregistraties

    Op basis van gegevens uit verschillende zorgregistraties kan geschat worden hoe vaak verschillende ziekten en aandoeningen vóórkomen. Deze registraties bevatten cijfers over ziekten en aandoeningen waarmee patiënten bijvoorbeeld bij de huisarts komen of waarmee ze in het ziekenhuis terechtkomen. In zorgregistraties wordt onderscheid gemaakt tussen veel verschillende ziektebeelden. Zorgregistraties geven niet altijd een goed beeld van het werkelijk aantal mensen met een ziekte. Voor rugklachten gaat bijvoorbeeld slechts een deel van de mensen naar de huisarts.

    Vóórkomen van ziekten en aandoeningen op basis van zelfrapportage

    Voor cijfers over de prevalentie van ziekten en aandoeningen kan ook gebruik worden gemaakt van zelfgerapporteerde gegevens. Zo wordt bijvoorbeeld aan mensen gevraagd welke ziekten of aandoeningen ze in de afgelopen twaalf maanden hebben gehad. Voor deze ziekten of aandoeningen hoeven ze niet per se bij een arts te zijn geweest. In gezondheidsenquêtes wordt meestal gevraagd naar het voorkomen van een beperkt aantal ziektebeelden.

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpZiekten en aandoeningen (in het Nationaal Kompas Volksgezondheid).

    Indicatoren voor ziekten en aandoeningen

    In onderstaande tabel 1 staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van ziekten en aandoeningen. In een regionale VTV toon je vaak een top tien van ziekten en aandoeningen die het meest voorkomen. Omdat er vaak verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in het vóórkomen van veel aandoeningen, presenteren we deze rangordelijstjes vaak voor mannen en vrouwen apart.

    Tabel 1: Indicatoren voor het meten van ziekten en aandoeningen.

    Indicator

    Omschrijving

    Incidentie

    • Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode (vaak een jaar).

    Puntprevalentie

    • Het aantal personen dat een bepaalde ziekte had op een bepaald moment.

    Jaarprevalentie

    • Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.

    Naar boven


    Gegevens en bronnen van zorgregistraties

    Op basis van gegevens van verschillende zorgregistraties, zoals huisartsenregistraties en ziekenhuisregistraties, kan worden geschat hoe vaak verschillende ziekten en aandoeningen voorkomen (zie: Icoon: URL transparantVTV 2014 en Nationaal Kompas: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpZiekten en aandoeningen).

    Nauwelijks gegevens uit zorgregistraties op regionaal niveau

    Meestal zijn cijfers uit zorgregistraties niet op regionaal niveau beschikbaar. Om een indicatie van het vóórkomen van een ziekte in een regio te krijgen, kun je de landelijke gegevens omrekenen naar de bevolking van de GGD-regio door rekening te houden met de bevolkingsopbouw in die regio. Verschillen tussen GGD-regio's zijn alleen zichtbaar als er verschillen zijn in bevolkingsopbouw. Een GGD-regio met een oudere populatie zal voor een ouderdomsziekte een hogere prevalentie hebben dan een GGD-regio met een jongere populatie. Bij het omrekenen van landelijke gegevens naar de GGD-populatie ga je er impliciet vanuit dat de leeftijds- en geslachtsspecifieke incidentie- en prevalentiecijfers voor Nederland ook gelden voor de GGD-regio. Hoewel dit niet altijd het geval zal zijn, krijg je voor de meeste ziekten wel een redelijke indicatie van de prevalentie en incidentie in een regio. Voor ziekten waarvan je weet dat er grote regionale verschillen bestaan, geldt dit uiteraard niet. Zo kun je geen omrekening maken op basis van landelijke cijfers voor de ziekte aids en ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Aids komt namelijk vooral voor in de grote steden en de RVP-ziekten komen meer dan gemiddeld voor in gebieden met een lagere vaccinatiegraad.

    Berekening regiospecifieke cijfers

    • Meestal zijn geen cijfers beschikbaar per GGD-regio. Wel kun je de schattingen van de landelijke prevalentie- en incidentiecijfers omrekenen voor jouw GGD-regio door rekening te houden met de bevolkingsopbouw in die regio. Alleen door verschillen in bevolkingsopbouw zien we dan verschillen in prevalentie- en incidentiecijfers tussen GGD-regio's.
    • Zie voor het omrekenen van de Nederlandse cijfers naar regio-cijfers de uploadfile onder deze opsomming. Daar vind je de incidentie- en prevalentiecijfers van ziekten en aandoeningen in Nederland in 2011 gebaseerd op zorgregistraties. In het bestand staan verdere instructies voor de berekeningen. Voor de berekeningen heb je de populatiecijfers naar leeftijd en geslacht van jouw GGD-regio nodig.
    • Hierbij ga je er impliciet vanuit dat de leeftijds- en geslachtsspecifieke incidentie- en prevalentiecijfers voor Nederland ook gelden voor de GGD-regio. Voor de meeste ziekten krijg je dan wel een redelijke indicatie van de prevalentie en incidentie in jouw regio.
    • Let op: voor sommige aandoeningen, zoals aids en ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma, geldt dit niet. Een omrekening voor deze aandoeningen raden we dan ook af.

    Downloadfile: Landelijke incidentie en prevalentie (VTV-2014) omrekenen naar GGD-regio (Excel; 955 Kb)

    Geen betrouwbare recente cijfers over ziekenhuisopnamen

    De Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') presenteert ziekenhuisopnamen voor een aantal ziekten en aandoeningen voor gemeenten en voor GGD-regio's. Deze cijfers in de Zorgatlas hebben betrekking op de periode 2001-2004. Deze gegevens zijn lastig te actualiseren.

    Onderstaande tabel 2 geeft aan waar informatie te vinden is over de prevalentie- en incidentiecijfers van ziekten en aandoeningen uit zorgregistraties.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    GGD-regio

    • Nationaal Kompas Volksgezondheid

    Gemeenten

    • Niet mogelijk

    Vergelijking GGD-regio met gemeenten

    • Niet mogelijk

    Vergelijking GGD-regio met Nederland

    • Nationaal Kompas (mogelijk op basis van demografie, echter niet echt zinvol)

    Ter illustratie

    Hieronder volgt een illustratie van de beschrijving van informatie over de incidentie van ziekten en aandoeningen op het niveau van GGD-regio’s.

    Voorbeeld 1

    De (sub)acute ziekten met de hoogste incidentie in Zeeland zijn: bovenste luchtweginfecties, nek- en rugklachten, urineweginfecties, onderste luchtweginfecties, privé-ongevallen en sportblessures. Dit zijn over het algemeen gezondheidsproblemen met een korte duur.

    Zie: Gezondheid boven water in Zeeland (Zeeland 2008) (Pdf; 12,5 Mb)

    Naar boven


    Gegevens en bronnen van zelfgerapporteerde aandoeningen

    Welke gegevens zijn beschikbaar over zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen?

    De Gezondheidsmonitor levert landelijke, regionale en lokale informatie over lichamelijk functioneren. De Gezondheidsmonitor van GGD'en, CBS en RIVM bestaat uit de gegevens van de GGD-monitors en uit een deel van de CBS-Gezondheidsenquête. Deze monitor levert eens in de vier jaar cijfers over volwassenen. De CBS-Gezondheidsenquête levert jaarlijks landelijke cijfers voor mensen van 12 jaar en ouder. De vraagstellingen in de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête zijn op elkaar afgestemd.

    Er is gevraagd naar negentien ziekten of aandoeningen. Respondenten konden aangeven of ze deze ziekten en aandoeningen in de afgelopen twaalf maanden hebben gehad en of ze voor de ziekte of aandoening onder behandeling of controle waren bij de huisarts of een specialist. Het gaat om de volgende ziekten of aandoeningen: een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct; een hartinfarct; een andere ernstige hartaandoening zoals hartfalen of angina pectoris; kanker; migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn; hoge bloeddruk; vernauwing van de bloedvaten in de buik of de benen; astma of COPD; psoriasis; chronisch eczeem; duizeligheid met vallen; ernstige of hardnekkige darmstoornis, langer dan 3 maanden; onvrijwillig urineverlies; gewrichtsslijtage van heupen of knieën; chronische gewrichtsontsteking; ernstige of hardnekkige aandoening van de rug; een ernstige of hardnekkige aandoening van nek of schouder; een andere ernstige of hardnekkige aandoening van elleboog, pols of hand; of suikerziekte. Alleen bij suikerziekte is niet aan de periode van 12 maanden gerefereerd.

    In de Gezondheidsmonitor zijn indicatoren aangemaakt waarmee percentages berekend kunnen worden, waaronder:

    • percentage met 1 of meer chronische aandoeningen (in de afgelopen 12 maanden);
    • percentage dat onder behandeling is van een huisarts / specialist voor 1 of meer chronische aandoeningen (in de afgelopen 12 maanden).

    Voor gemeenten, GGD-regio's en Nederland als geheel staan zelfgerapporteerde gegevens over het vóórkomen van ziekten en aandoeningen uit de Gezondheidsmonitor in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en op Statline van het CBS. In de Zorgatlas staan percentages voor de gehele 19+ bevolking (geen uitsplitsing naar 19-64 jarigen en ouderen van 65 jaar en ouder). Op Statline staan zowel percentages voor de gehele 19+ bevolking als voor volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

    Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentGezondheidsmonitor.

    De Icoon: URL transparantLokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid levert informatie over jongeren en kinderen.

    Onderstaande tabel 3 geeft aan welke bronnen je kunt gebruiken voor het berekenen van prevalentie- en incidentiecijfers van zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen.

    Tabel 3 Bronnen over zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen.

    Presentatieniveau gegevens

    Bron

    Gemeenten

    • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline)
    • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

    GGD-regio

    • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête
    • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

    Vergelijking GGD-regio met gemeenten

    • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline)
    • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

    Vergelijking GGD-regio met Nederland

    • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête

    Ter illustratie

    Hieronder volgen enkele illustraties van de beschrijving van informatie over ziekten en aandoeningen. De genoemde cijfers zijn veelal verouderd. Zie voor recente cijfers over ziekten en aandoeningen:

    Voorbeeld 2

    De meest voorkomende chronische aandoeningen onder 18-65-jarigen in de regio Midden-Holland zijn migraine en hoge bloeddruk. Onder 65-plussers zijn een hoge bloeddruk en artrose de meest gerapporteerde chronische aandoeningen.

    Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

    Voorbeeld 3

    In de gemeenten Nieuwerkerk aan den IJssel en Waddinxveen rapporteren volwassenen relatief vaker één of meer chronische aandoeningen dan in de andere gemeenten in de regio Midden-Holland. Volwassenen in Schoonhoven rapporteren significant vaker kanker dan gemiddeld in de regio (3,3% versus 1,3%) en in Waddinxveen rapporteren ze significant vaker chronische gewrichtsaandoeningen dan gemiddeld (9,8% versus 3,8%).

    Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

    Voorbeeld 4

    In Nederland geeft gemiddeld 3,7% van de bevolking aan dat ze gedurende het afgelopen jaar diabetes mellitus hebben gehad. De regio Kennemerland heeft het laagste percentage inwoners met diabetes (2,0%).

    2,2% van de bevolking in Nederland geeft aan dat ze ooit een hartinfarct heeft gehad. Het hoogste percentage inwoners met een doorgemaakt hartinfarct is te vinden in de regio Rivierenland (4,2%).

    Naar boven

    Bronnen en Literatuur

    Bronnen

    Literatuur

    • Benyamini Y, Idler EL.Community studies reporting associations between self-rated health and mortality. Additional studies, 1995-1998. Research on Aging 1999; 21 (3): 392-401.
    • Idler EL, Benyamini Y. Self-rated health and mortality: a review of twenty-seven community studies. J Health Soc Behav1997; 38: 21-37.
    • Perenboom R, Oudshoorn K, Herten L van, Hoeymans N, Bijl R.Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid: bepaling afkappunten en wegingsfactoren voor de MHI-5 en GHQ-12. Leiden: TNO, 2000.
    • Sullivan DF.A single index of mortality and morbidity. Health Services Mental Health Administration Health Reports, 1971; 86: 347-354.
    • Surgeon General.Mental health: A Report of the Surgeon General. http: //www.surgeongeneral.gov/library/mentalhealth/home.html (geraadpleegd oktober 2002). Surgeon General, 1999.
    • Ware JE, Kosinski M, Keller SD.SF-12: How to score the SF-12 Physical and Mental Health Summary Scales. Boston: The Health Institute, New England Medical Center, 1995b.

    Begrippen en afkortingen

    Afkortingen

    ABS
    Affect balance scale
    Meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens.
    ADL
    Activiteiten van het dagelijks leven
    CBS
    Centraal Bureau voor de Statistiek
    URL: http://www.cbs.nl
    CMF
    Comparative Mortality Figure
    De verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie en de sterfte in de totale populatie gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen (directe standaardisatie).
    DALY
    Disability-Adjusted Life-Year
    Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.
    GHQ
    General health questionnaire
    Meetinstrument voor de opsporing van potentiële psychische stoornissen bij mensen in de eerste lijn.
    MHI
    RAND Mental health inventory
    Meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens.
    OECD
    Organisation for Economic Co-operation and Development
    Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling. URL ledenlijst van de OECD: http://www.oecd.org/document/58/0,3746,en_2649_201185_1889402_1_1_1_1,00.html
    OESO
    Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling
    POLS
    Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
    SF-12
    Medical Outcomes Study 12-Item Short Form Health Survey
    Variant van de SF-36 (zie aldaar), een vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. De SF-12 bestaat uit 12 vragen waarmee twee totaalscores berekend kunnen worden: één voor de lichamelijke kwaliteit van leven (physcial component score) en één voor de psychische kwaliteit van leven (mental component score).