Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV

Redactierichtlijnen

In dit deel van de Toolkit vind je een checklist met de schrijf- en opmaakregels en tips voor heldere taal bij het schrijven van een regionale volksgezondheidsrapportage. De schrijf- en opmaakregels zijn ontstaan uit eerdere ervaringen met de landelijke VTV en de regionale VTV's. Ze blijven in ontwikkeling. Opmerkingen over de checklist zijn welkom en kun je doorgeven via: ToolkitVTV@rivm.nl.

Alles in één keer printen?

Wil je alle onderstaande documenten over de redactierichtlijnen in één keer printen, klik dan hier (Pdf; 415 kB).

Schrijf- en opmaakregels

Redactierichtlijnen
Schrijf- en opmaakregels

Checklist schrijf- en opmaakregels rVTV


Over deze checklist

Belangrijkste uitgangspunt: wees consequent door het hele rapport

In dit document vind je een checklist met schrijf- en opmaakregels om op te letten bij het schrijven van een rVTV. Belangrijkste uitgangspunt is dat een schrijfwijze hetzelfde is binnen het hele rapport. Dus heb je ergens voor gekozen houd dit dan aan.

Checklist blijft in ontwikkeling

De schrijfregels zijn niet statisch, aanvullingen/opmerkingen zijn welkom (mail: toolkitVTV@rivm.nl). De veel voorkomende woordenlijst kan per rapport verschillen. Het is verstandig om zelf vanaf het begin een lijst bij te houden.

Let op: De schrijf- en opmaakregels zijn langzaamaan ontstaan uit eerdere ervaringen met de landelijke VTV en de regionale VTV van Hart van Brabant, West-Brabant en Zeeland. Het komt dus voor dat daarin inconsequenties zitten, dus dat ze niet volgens de checklist zijn!

De checklist is onderverdeeld in de volgende categorieën:

  1. Algemene punten
  2. Verwijzing naar figuur, tabel, tekstblok, bijlage, rapportonderdeel
  3. Verwijzing naar auteur
  4. Getallen en eenheden
  5. Richtlijn afkortingen (en hoofdlettergebruik)
  6. Tekstblokken
  7. Tabellen & figuren
  8. Schrijfwijze Literatuur, gegevensbronnen en websites
  9. Schrijfwijze vaak voorkomende woorden

Naar boven


1. Algemene punten

  • Belangrijkste is dat de schrijfwijze consequent is binnen het rapport.
  • Gebruik het Groene Boekje als uitgangspunt bij spelling: http://woordenlijst.org/
  • Gebruik alleen 'enkele' aanhalingstekens (geen dubbele).
  • (Enkele) aanhalingtekens bij:
    • rapporttitels, campagnes, programma's, Engelse namen/termen. Bij de eerste keer gebruik je de aanhalingstekens. Daarna hoef je geen aanhalingstekens meer te gebruiken.
  • Cursief bij:
    • in de lopende tekst alleen bij verwijzingen naar tabellen/figuren/hoofdstukken etc.. En verder bij: Latijnse namen, wetenschappelijke namen van planten en dieren, bacterienamen (zie tabel 1).
  • Vermijd zoveel mogelijk haakjes, zet voorbeelden niet tussen haakjes maar in de tekst met bijvoorbeeld het woordje 'zoals'. Voorbeeld:
    • Niet: deze maatregel is gericht op leefstijl (roken en bewegen enzovoort).
    • Wel: deze maatregel is gericht op leefstijl zoals roken en bewegen.
  • Voor 'en' geen komma plaatsen.
  • URL's in de tekst niet onderstrepen.
  • Check of er geen dubbele spaties voorkomen (find en replace dubbele spatie voor 1 spatie).
  • Controleer of alle literatuur in de literatuurlijst ook in tekstverwijzingen te vinden is en andersom.
  • Check of de verwijzingen naar figuren, tabellen, tekstblokken en bijlagen kloppen (juiste nummer gebruikt).
  • Controleer paginanummering (op lege pagina geen paginanummer, nummering loopt uiteraard wel door).
  • Gebruik het kleine en het grote streepje op de goede manier. Microsoft Word maakt soms automatisch een groot streepje van een klein streepje. Dit voorkom je door het streepje in te voegen via 'insert symbol'. Voorbeeld:
    • gezondheidstrends en ­-verschillen (klein streepje)
    • Uit de evaluatie zal blijken of ─ en op welke manier ─ de keuze voor indicatoren moet worden aangepast (grote streepjes).

Naar boven


2. Verwijzing naar figuur, tabel, tekstblok, bijlage, rapportonderdeel

  • Verwijzingen cursief doen en met kleine letter. Voorbeeld:
    • Bij 14% is sprake van overgewicht (tabel 2.1). Figuur 1.3 toont in paragraaf 2.1 en hoofdstuk 5.....
  • Als doel van verwijzing verder weg is, dan 'zie' gebruiken, anders niet: (zie bijlage 1) (zie tekstblok 2.2). 'Zie' niet cursief doen.

Naar boven


3. Verwijzing naar auteur

Verwijzingen naar literatuur niet cursief maken (gewoon regular layout) en altijd aan het eind van de zin vóór de punt.

  • één auteur: (De Jong, 2005)
  • twee auteurs: (Van Leeuwen & Wansink, 2002)
  • twee verwijzingen in tekst: (De Jong, 2005; Van Leeuwen & Wansink, 2002)
  • twee verwijzingen van dezelfde auteur: (Van Oers, 2001, 2002)
  • meer dan twee auteurs (Van Oers et al., 2002)
  • meer dan twee auteurs in lopende tekst: Volgens Van Oers et al. (2002) is...

Zie ook:

8. Schrijfwijze lijst met literatuur, gegevensbronnen en websites

Naar boven


4. Getallen en eenheden

Algemeen

  • Bij getallen boven de 1.000 (in cijfers) een punt plaatsen (2.200 en 16.460.000).
  • 55.000-56.000 (niet 55-56.000)
  • geen spatie na '>'-tekens, dus: <5% in plaats van: < 5%
  • Wees alert op het gebruik van het koppelteken in bijvoorbeeld '10-18-jarigen'. Het levert namelijk misverstand op of het inclusief 18 of exclusief 18 is. Gebruik daarom in de lopende tekst liever niet het koppelteken, maar 10- tot en met 18-jarigen of 10- tot 18-jarigen. In tabellen en figuren is het koppelteken wél duidelijk omdat je dan meerdere leeftijdscategorieën vermeldt. Overigens betekent het koppelteken in de VTV altijd 'tot en met'.

Procentcijfers

  • Schrijf bij percentages in de lopende tekst de getallen altijd in cijfers en het procent altijd met het procentteken. Bijvoorbeeld 3%, 20%, 158%.
  • In de kopregel 'procent' gebruiken in plaats van '%'.
  • Geen spatie tussen getal en procentteken: 25% of bij verbindingsteken: 55-56
  • 12-26% (niet 12%-26%) en: 20 versus 30% (ipv 20% versus 30%)

Valuta

  • Valuta uitschrijven, dus: euro uitschrijven zonder hoofdletter, geen euroteken (25.000 euro ipv € 25.000)

De volgende getallen uitschrijven

  • De hele getallen beneden de twintig (bijvoorbeeld elf mensen, achttien).
  • De tientallen tot honderd (bijvoorbeeld twintig mensen, veertig, maar: 28 mensen en 42).
  • De honderdtallen tot duizend (bijvoorbeeld tweehonderd, maar: 235).
  • De getallen duizend, honderdduizend, miljoen en miljard (maar: 18.000)
  • N.B.: getallen met procentteken nooit uitschrijven.

N.B. Zorg wel voor consistentie binnen een zin (of alinea):

Bijvoorbeeld niet: Er waren zeventien vrouwen en 23 mannen aanwezig. In dat geval wordt het:....17 vrouwen en 23 mannen (normaal schrijf je 17 voluit, maar in combinatie met 23 dus niet).

Naar boven


5. Richtlijn afkortingen en definities (incl. gebruik hoofd- of kleine letters)

Eerste keer voluit schrijven en in lijst met afkortingen opnemen (achter in rapport)

  • Schrijf de afkorting of definitie als je deze de eerste keer noemt helemaal uit met erachter de afkorting tussen haakjes. De keren erna kun je volstaan met alleen de afkorting.
  • De betekenis van alle afkortingen en definities opnemen in een lijst van afkortingen en definities achter in het rapport.

Bepaalde afkortingen altijd uitschrijven

  • circa (en niet: ca.), bijvoorbeeld (en niet bijv.), alle voorzetseluitdrukkingen uitschrijven (t.a.v., m.b.t.). Wél: 25 kg, 157 m2, bbp, km2 (en niet: vierkante kilometer)

Meervoud van afkortingen

  • Het meervoud van afkortingen eindigt met 's (cao's, tv's). Uitzondering: GGD'en.

Wanneer hoofdletters of kleine letters?

Zie tabel 1 voor een overzicht van de schrijfwijze van allerlei soorten afkortingen, eigennamen, wetten, publicaties/prgramma's en micro-organismen.

Zie ook:

Voorbeeldlijst van veel voorkomende afkortingen (pdf).

Tabel 1: Overzicht schrijfwijze van allerlei soorten afkortingen, eigennamen, wetten, publicaties/programma's en micro-organismen.

Wat

Schrijfwijze

Voorbeelden

Gangbare begrippen die geen eigennaam zijn

Kleine letters

  • hbo, wo, havo, vwo, cao, arbo, bbp, aids, soa

Ziektes

  • Deze worden aangegeven met hoofdletters.
  • Uitzonderingen: woorden die zo vaak gebruikt worden dat ze als 'gewone' woorden worden gezien zoals aids en soa.
  • BSE, ALS en ME
  • aids, soa

Engelstalige functieaanduidingen

Bij voorkeur niet afkorten, dus niet NP voor 'nurse practitioner'.

Eigennamen

Eigennamen van organisaties (bureaus, colleges, commissies, centra)

Schrijf ze zoals de bedenkers dat doen of zoals in de praktijk gebruikelijk is. Die schrijfwijze is onregelmatig.

  • BJZ: Bureau Jeugdzorg
  • CAK: Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Ziektekosten
  • CBG: College ter Beoordeling van Geneesmiddelen
  • CTZ: College toezicht zorgverzekeringen
  • SoFoKles: Sociaal Fonds voor de kennisSector
  • RvS: Raad van State
  • TK: Tweede Kamer
  • CGL: Centrum Gezond Leven
  • CIb: Centrum Infectieziektebestrijding

Eigennamen van beleidsconcepten (programma's, systemen, instrumenten, andere beleidsbegrippen, campagnes)

Schrijf ze zoals de bedenkers dat doen of zoals in de praktijk gebruikelijk is. Die schrijfwijze is onregelmatig.

  • AZR: AWBZ-brede Zorgregistratie
  • SVOP: Strategisch Vaccinonderzoekprogramma
  • De Gezonde School en Genotmiddelen

Overheidsinstanties, afdelingen, werkgroepen etc.

De algemene aanduiding van een overheidsinstantie of algemene termen zoals 'afdeling', 'project', 'werkgroep' met een kleine letter doen. Daarna alle hoofdwoorden met een hoofdletter.

  • Het ministerie van VWS; De provincie Utrecht; De afdeling Debiteurenadministratie; De directie Curatieve Zorg

Wetten en regelingen

Uitgeschreven:

  • Alleen de eerste letter van de wet krijgt een hoofdletter
  • Uitzondering: als de naam met hoofdletters is ingeburgerd, zoals Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
  • Wet maatschappelijke ondersteuning; Drank- en horecawet.
  • Algemene Ouderdomswet, Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Afgekort:

Met hoofdletters (zoals AOW), tenzij een andere schrijfwijze is ingeburgerd (zoals Wmo).

  • AOW, Wmo

Publicaties

Eerste titelwoord met hoofdletter

  • Het rapport 'Zorg voor gezondheid', de nota 'Belastingen in de 21e eeuw'

Als 'rapport' of 'nota' in de rapporttitel zelf voorkomt: alle hoofdwoorden beginnen met een hoofdletter.

  • SCR: Sociaal en Cultureel Rapport

Micro-organismen

Het eerste woord van een meerledige naam krijgt een hoofdletter. Soortnamen, inclusief aanduiding van orde, familie of genus staan cursief.

  • Histoplasma duboisii

Virusnamen volgens de officiële internationale virusnomenclatuur

Deze krijgen een beginhoofdletter en staan cursief. Hetzelfde geldt voor andere ziekteverwekkers.

  • Infectie met Marburg virus
  • Staphylococcus Salmonella ssp.

Nederlandse virusnamen

Deze krijgen geen hoofdletter en staan niet cursief. Hetzelfde geldt voor andere ziekteverwekkers.

  • infectie met het marburgvirus
  • hepatitis B-virus
  • stafylokok

Naar boven


6. Tekstblokken

Wanneer gebruik je een tekstblok?

In de rVTV staan vaak tekstblokken. Het betreft informatie die te belangrijk is om in de bijlage te zetten.

Titel en bronvermelding

  • Plaats van de titel: binnen het kader van het tekstblok.
  • Titel tekstblok: <Tekstblok 2.1: Teksttekst.> De layout van de titel is vet en eindigt met een punt.
  • Bronnen bij tekstblok: Indien de literatuurverwijzingen in lopende tekst zijn vermeld, die daar laten staan. Anders onder in tekstblok bij elkaar vermelden: (Bron: De Hollander et al., 2006; Jansen & Jansen, 2006), bron altijd enkelvoud, ook bij meerdere bronnen.

Naar boven


7. Tabellen & figuren

Voorbeeld van de opmaak

Neem de opmaak binnen de rVTV Zeeland als uitgangspunt.

Nummering

Figuren etc. binnen een hoofdstuk doornummeren, het hoofdstuknummer is verwerkt in de nummering (dus figuur 5.3 is figuur 3 in hoofdstuk 5).

Titel en bronvermelding

  • Plaats van de titel: bij figuren onder de figuur, bij tabellen boven de tabel
  • De titel en bron: Figuur 4.3: Tekst tekst tekst (Bron: Jansen, 2006). De layout van de titel is dus cursief en eindigt met een punt.
  • Bij eenheden: tussen haakjes en op deze manier: (percentage) of (x miljoen euro) niet: (in miljoenen euro's).

Voetnoten

  • Gebruik geen voetnoten in de tekst, dat verslecht de leesbaarheid.
  • In tabellen gebruiken we wel vaak voetnoten: Gebruik hiervoor een eenduidige notatie, bij voorkeur a b c d (niet 1,2,3 of *, **, ***)
  • Zet in tabel superscript na een spatie, dus: woord a en niet woorda
  • Zet superscript in tabel zo veel mogelijk naar voren (kosten a per hoofd van de bevolking en niet: kosten per hoofd van de bevolking a)

Specifiek voor Figuren/kaarten

  • Alleen een hoofdletter bij: de titel van een kaart en bij aardrijkskundige namen. De rest, zoals asnamen en legenda kunnen gewoon met een kleine letter beginnen.
  • Alle duizendtallen met duizendtalpunt
  • Kleuren: de donkerste kleur het dichtst bij de as doen.
  • Geen vette tekst in figuren
  • 'Miljoen euro' als asnaam aanhouden ipv bijvoorbeeld Kosten (miljoen euro), dus alleen de eenheid neerzetten.
  • Geen tic mark labels bij staafjes doen.

Specifiek voor Tabellen

  • De eerste categorie krijgt een hoofdletter, de 2de categorie krijgt een kleine letter. Dit geldt voor zowel de tabelkolommen als -rijen.
    • Toelichting: De tabelheader (=1ste categorie) begint met een hoofdletter, een tabelsubheader (= 2de categorie) begint met een kleine letter. De hoofdtekst van een kolom (=1ste categorie) begint met een hoofdletter, de subtekst (=2de categorie) begint met een kleine letter (zie eerste kolom in voorbeeldtabel). Korte woorden zoals 'ja' en 'nee' gewoon klein laten.
  • Een tekstkop binnenin de tabel is cursief of vet.
  • Korte minstreepjes aanhouden en geen spatie tussen minstreepje en getal doen, dus: -6,0 ipv - 6,0
  • Cijfers: bij voorkeur alle cijfers dezelfde aantal decimalen
  • Uitlijning: Tekstcellen naar links, getalcellen naar rechts uitlijnen De tabelsubkoppen (als die er zijn) hiermee overeen laten komen. De tabelkoppen ook, maar ze centreren als er meerdere tabelsubkoppen onder komen, evt. per geval laten afhangen hoe het eruit ziet.

Naar boven


8. Schrijfwijze rapportonderdeel 'Literatuur, gegevensbronnen en websites'

Ieder een eigen rubriek

Literatuur, gegevensbronnen en websites krijgen in de referentielijst ieder een eigen rubriek. Wat betreft referenties, raden we aan om de Vancouverstijl te gebruiken. De landelijke VTV gebruikt de speciaal ontwikkelde VTV-Vancouverstijl. Welke stijl je ook kiest, belangrijkste is dat alle referenties consistent zijn (ook wat betreft punten en komma's).

Literatuur

  • Presenteer de referenties op alfabetische volgorde.
  • Schrijf bij literatuurverwijzingen met 'et al.,' in ieder geval de eerste zes namen in de literatuurlijst.
  • Gebruik Vancouver stijl (zie rVTV Zeeland).
  • Moet je naar auteursnaam of instituutsnaam of productnaam verwijzen? Dus is het (VTV, 2006) of (De Hollander et al., 2006)? Richtlijn is: Bij rapporten: houd aan wat er in de colofontekst van het rapport staat vermeld als verwijzing. Staat dit er niet in, bedenk dan: verwijs zoveel mogelijk naar de auteur(s) ipv naar het instituut of productnaam. Dus: (De Hollander et al., 2006) ipv (VTV, 2006). En: (Vriends et al., 2008) in plaats van (rVTV, 2008). Bij artikelen en webartikelen altijd naar de auteur verwijzen.
  • Zie voorbeelden per soort referentie in tabel 2.

Gegevensbronnen

Vermeld naam van de gegevensbron, een omschrijving, (eventueel) een url en (tussen haakjes) de eigenaar van de gegevensbron. Schrijf punten tussen de titels.

Voorbeelden:

  • JIS. Jeugd Informatie Systeem. Registratiesysteem van de Jeugdgezondheidszorg (GGD'en Hart voor Brabant en West-Brabant).
  • POLS, gezondheid en arbeid. Permanent Onderzoek Leefsituatie, gezondheid en arbeid (CBS).

Websites

Vermeld eerst het webadres van de website, dan de naam, eventueel een omschrijving en op het laatst de eigenaar. De eigenaar van de website tussen haakjes doen. Schrijf punten tussen de titels.

Voorbeelden:

  • www.invoeringwmo.nl. Invoering Wmo (VNG & VWS).
  • www.nationaalkompas.nl. Nationaal Kompas Volksgezondheid (RIVM).

Tabel 2: Voorbeelden literatuurverwijzingen per soort. En schrijfwijze in de referentielijst en in de lopende tekst.

In de referentielijst:

In de lopende tekst:

Rapporten

Rapport - met verwijzing naar auteur:

Herweijer L. Gestruikeld voor de start. De school verlaten zonder startkwalificatie. Den Haag: SCP, 2008.

(Herweijer, 2008)

Rapport – met verwijzing naar instituut:

SCP, Sociaal en Cultureel Planbureau. Sociaal en cultureel rapport 2004. Den Haag: SCP, 2004.

(SCP, 2004)

Rapport van het RIVM:

Jansen J, Schuit AJ, Lucht F van der. Tijd voor gezond gedrag. Bevordering van gezond gedrag bij specifieke groepen. RIVM-rapport nr. 270555004. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2002.

(Jansen et al., 2002)

Verwijzing naar meerdere instituten:

VWS & LNV, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport & Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Gezonde voeding, van begin tot eind. Nota voeding en gezondheid. Den Haag: VWS/LNV, 2008.

(VWS & LNV, 2008)

Tijdschriftartikel (+ voorbeeld van volgorde voorvoegsels):

Anderliesten ME, Vrijkotte TG, Wal MF van der, Bonsel GJ. Late start of antenatal care among ethnic minorities in a large cohort of pregnant women. BJOG, 2007;114(10):1232-9.

(Anderliesten et al., 2007)

Artikel in een boek:

Bloks H, Spaans J. Herkenning en diagnostiek. In: Vandereycken W, Noordenbos G, editors. Handboek eetstoornissen. Utrecht: De Tijdstroom, 2002:85-110.

(Bloks & Spaans, 2002)

Internetbronnen

Bij verwijzing naar een artikel of informatie op internet, wordt na de volledige titelbeschrijving het desbetreffende internetadres (URL) vermeld en de datum waarop deze bron daar geraadpleegd is.

Algemene website:

SWOV, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. http://www.swov.nl (geraadpleegd mei 2005). Leidschendam: SWOV, 2005.

(SWOV, 2005)

Specifieke webpagina:

a) Ivoren Kruis. Eten drinken en een gezond gebit. http://www.ivorenkruis.nl – Folders lezen - Eten drinken en een gezond gebit (geraadpleegd 3 juni 2008). Zoetermeer: Ivoren Kruis, 2008.

b) VVN, Veilig Verkeer Nederland. Campagnekalender. http://www.verkeersactie.nl/campkalender/Campagnekalender_verkeersveiligheid_2008.pdf (geraadpleegd 3 juni 2007). Huizen: VVN, 2007.

(Ivoren Kruis, 2008)

Verwijzen naar Kompasdocumenten:

Voor de juiste verwijzing zie de voetregel onderaan de pagina in het kompas. De instantie die achter de auteur tussen haakjes staat niet overnemen.

Voorbeeld:

Lucht F van der, Picavet HSJ. Sociaaleconomische verschillen in persoonsgebonden kenmerken. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, <http://www.nationaalkompas.nl> Bevolking\ Segv, 20 juni 2006.

Niet: (Nationaal Kompas, 2006) maar: (Van der Lucht & Picavet, 2006)

Nog niet gepubliceerde bronnen

Documenten die nog niet gepubliceerd zijn maar al wel geaccepteerd voor publicatie, krijgen in de verwijzing en titelbeschrijving geen jaartal. In plaats daarvan krijgen ze als vermelding: (te verschijnen) of: (in druk).

Naar boven


9. Schrijfwijze vaak voorkomende woorden

Woordenlijst

De veel voorkomende woordenlijst kan per rapport verschillen. Het is verstandig om zelf vanaf het begin een lijst bij te houden. Als een bepaald woord (bijvoorbeeld ggz) onduidelijk wordt in de tekst, gebruik dan het alternatief consequent.

  • bbp
  • 80-jarigen
  • 65-plussers
  • 0-jarigen
  • 15- en 16-jarigen, 10- tot 18-jarigen, 10- tot en met 18-jarigen (liever niet 10-18-jarigen, alleen als je verwijst naar vermelde leeftijdsklassen. Zie voor toelichting: 4. Getallen en eenheden)
  • aids (en niet: AIDS)
  • depressieklachten (in plaats van depressieve klachten)
  • eerstelijnszorg, eerstelijnshulpverlener, eerstelijn, tweedelijn enz
  • EU-landen
  • EU-25
  • GGD'en (en niet: GGD-en)
  • ggz (en niet: GGZ of GGz), maar wél GGZ Nederland
  • hiv ipv HIV
  • jongvolwassenen ipv jonge volwassenen of jong-volwassenen
  • hoogopgeleiden en hoogopgeleide (dus niet: hoger opgeleide etc.)
  • kosteneffectiviteit, kosteneffectief
  • ministerie (dus zonder hoofdletter)
  • prestatie-indicatoren
  • provincie ipv Provincie
  • ses (=sociaaleconomische status), dus niet: SES
  • sociaal-culturele
  • sociaaleconomische (zonder koppelteken dus)
  • CBS StatLine (en niet: Statline met een kleine 'l')
  • top tien
  • toptienland (samenstelling top tien met ander woord aan elkaar vast)
  • Trimbos-instituut
  • VTV 2010
  • Wmo (en niet: WMO)

Samengestelde namen van regio's

Hoofdletters. Bijvoorbeeld: Noord-Nederland, Zuidwest-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen

Let op betekenisverschil ten slotte en tenslotte

Tenslotte betekent 'welbeschouwd, per slot van rekening' ('Ik ben tenslotte ook maar een mens', 'Het is tenslotte feest vandaag'), ten slotte betekent 'tot slot' ('Ten slotte gaf hij een samenvatting van zijn toespraak'). In VTV-teksten zal het meestal om ten slotte in de zin van 'tot slot' gaan.

Naar boven


Meer schrijftips?

Taaladvies (Onze Taal):

http://www.onzetaal.nl/advies/index.php

Het Groene Boekje (Nederlandse Taalunie):

http://taaladvies.net/

Naar boven

Redactierichtlijnen
Schrijf- en opmaakregels

Samenhang in de tekst aanbrengen (inclusief checklists)


De inhoud van dit document komt voor het grootste deel uit de 'Schrijfwijzer voor RIVM-rapporten' (RIVM, 2009b).


Verbeter de leesbaarheid door goede samenhang in de tekst

De leesbaarheid van een rapport kan je verbeteren door een goede samenhang in de tekst aan te brengen en door duidelijke taal te gebruiken. In dit document staan tips voor goede samenhang in de regionale VTV. In het document Heldere taal gebruiken vind je tips voor helder taalgebruik.

Hoe samenhang in de tekst aanbrengen?

Voor de leesbaarheid van een rapport is het belangrijk dat alle tekstdelen op een logische manier met elkaar samenhangen. Hierdoor kan een lezer gemakkelijk zijn weg door de tekst vinden.

Zorg voor samenhang tussen tekstonderdelen, dus:

  • tussen rapporttitel en de inhoud van het rapport;
  • tussen hoofdstuk- en paragraaftitels onderling;
  • tussen hoofdstuk- en paragraaftitels en de tekst;
  • tussen alinea's;
  • tussen zinnen.

De onderstaande checklists helpen daarbij:

  • checklist titels;
  • checklist alinea's;
  • voorbeelden structuuraanduiders (voor samenhang tussen en binnen alinea's).

Naar boven


Checklist voor titels/tussenkoppen

  • Zorg ervoor dat de titel altijd de lading van de erop volgende tekst dekt.
  • Goede titels en tussenkoppen maken de structuur van de tekst in één oogopslag zichtbaar. Controleer de titels door ze los van de tekst achter elkaar na te lezen. Als zo een eerste indruk ontstaat van de inhoud van het rapport, zijn ze goed gekozen.
  • Er zijn drie eisen aan hoofdstuk- en paragraaftitels:
    • ze zijn informatief en dekken de inhoud van het betreffende tekstdeel;
    • ze zijn kort en kernachtig;
    • ze hebben zo veel mogelijk allemaal dezelfde grammaticale structuur.
  • Gebruik voor tussenkoppen liever geen standaardwoorden als 'Algemeen' of 'Vooraf'. Kies liever een formulering die op de inhoud is toegesneden: bijv.: 'Ervaren psychische ongezondheid vooral hoog bij Zeeuwse 75-plussers'.
  • Gebruik voor de afwisseling vragende paragraaftitels en koppen. Ze zijn aansprekend en prikkelen de aandacht, bijv.: 'Waarom zijn bereikbaarheid en spreiding belangrijk?'
  • Herhaal de boodschap/onderwerp uit de paragraafkop in de eerste zin.
    • Toelichting: De titel van een paragraaf is geen onderdeel van de tekst. Begin daarom de tekst niet met een vervolg op de mededeling in de titel. Herhaal daarentegen de boodschap (of het onderwerp) uit de paragraafkop in de eerste zin. Voorkom echter een exacte herhaling van de titel.

Voorbeeld:

Niet:

Wél

Emissiedoelstelling kooldioxide gehaald

Dit komt door extra maatregelen bij de industrie….

Emissiedoelstelling kooldioxide gehaald

Door extra maatregelen bij de industrie is de doelstelling voor de emissie van CO2 (kooldioxide) gehaald….

Naar boven


Checklist voor alinea's

  • Behandel in elke alinea één onderwerp, idee, bewering, enz. Een alinea bevat één kernzin.
  • Introduceer de kern van de alinea in de eerste zin. Als elke alinea begint met de belangrijkste boodschap, wordt de tekst voor de lezer makkelijk scanbaar. De tekst is daardoor aantrekkelijker en beter te begrijpen.
  • Lengte: Een alinea moet niet te lang zijn, een tekst van 20 regels is moeilijker leesbaar dan van 10 regels (heeft voorkeur). Probeer de alinea te splitsen.
  • Zowel tussen alinea's onderling als tussen de zinnen binnen alinea's moet een duidelijk verband bestaan. Gebruik daarvoor structuuraanduidende woorden: zie tabel 1 voor een overzicht van structuuraanduiders met het verband wat ze aanduiden.
  • Begin altijd een nieuwe alinea bij de overgang:
    • van één onderwerp naar het volgende;
    • van oorzaak naar gevolg;
    • van vroeger naar later;
    • van voordelen naar nadelen.

Voorbeeld

De behandeling van diabetespatiënten met overgewicht richt zich in eerste instantie op gewichtreductie. De behandeling bestaat uit advies over voeding en beweging, maar ook uit het voorschrijven van geneesmiddelen tegen overgewicht.

Deze zorginterventies hebben echter maar beperkt effect. Dat blijkt uit het feit veel diabetespatiënten overgewicht houden. Zo heeft 83% van de mannen en 85% van de vrouwelijke patiënten een QI van 25 of hoger.

De overgang van inhoud van de behandeling naar effect wordt in dit voorbeeld gemarkeerd met een alineaovergang. Het structuuraanduidende 'echter' versterkt dit verband. 'Maar ook' markeert dat er nog een behandelvorm komt. Door het woordje 'zo' weet de lezer dat er nu uitleg volgt.

Naar boven


Gebruik structuuraanduiders

Stuctuuraanduiders geven het verband tussen zinnen en tussen alinea's weer. Zij vormen dus het cement van een tekst en vertellen de lezer hoe de informatie in een zin of alinea samenhangt met die in de zin of alinea ervoor. Zij verhogen daarmee de leesbaarheid van de tekst. Zie tabel 1 voor een overzicht van structuuraanduiders met het verband dat ze aanduiden.

Voorbeeld

Tekst zonder structuuraanduiders:

Nederlandse maatregelen bestaan veelal uit ruimtelijke oplossingen, door vervuilingsbronnen ruimtelijk te scheiden van natuur of mensen. Het scheiden van vervuilingsbronnen van natuur of mensen is niet altijd effectief.

Tekst mét structuuraanduiders ('namelijk' en 'maar'), het verband tussen de zinnen is meteen duidelijk:

Nederlandse maatregelen bestaan veelal uit ruimtelijke oplossingen, namelijk door vervuilingsbronnen ruimtelijk te scheiden van natuur of mensen. Maar het scheiden van vervuilingsbronnen van natuur of mensen is niet altijd effectief.

Tabel 1: Structuuraanduiders met het soort verband dat ze aanduiden.

Soort verband

Structuuraanduider

Opsomming

daarnaast, en, bovendien, niet alleen ... maar ook, ten eerste ... ten tweede, daar komt bij dat ...

Reden, oorzaak, gevolg

want, daarom, kortom, namelijk, immers ...

Tegenstelling

Enerzijds ... anderzijds, maar, desondanks, integendeel ...

Conclusie

dus, immers, kortom, met andere woorden, samenvattend ...

Tijd

intussen, later, vorige week, een uur later ...

Voorbeeld

zo, bijvoorbeeld, ter illustratie ...

Samenvatting

kortom, al met al, alles bij elkaar genomen, samenvattend ...

Voorwaarde

tenzij, mits, onder voorwaarde dat ...

Uitwerking

in het bijzonder, met name, dit betekent, dat wil zeggen ...

Toegeving

weliswaar, hoewel, al, natuurlijk ... maar, toch ...

Vergelijking

alsof, eveneens, net als, hetzelfde is het geval bij, op dezelfdewijze ...

Naar boven

Redactierichtlijnen
Schrijf- en opmaakregels

Heldere taal gebruiken


De inhoud van dit document komt voor het grootste deel uit de 'Schrijfwijzer voor RIVM-rapporten' (RIVM, 2009b).


Verbeter de leesbaarheid door helder taalgebruik

De leesbaarheid van een rapport kan je verbeteren door een goede samenhang in de tekst aan te brengen en door duidelijke taal te gebruiken. In dit document staan tips voor helder taalgebruik in de regionale VTV. In het document Samenhang in de tekst aanbrengen vind je tips voor goede samenhang in het rapport.

Hoe ingewikkeld het onderwerp ook is, je kunt de lezer helpen door heldere taal te schrijven. Dit bereik je door:

  • objectief formuleren;
  • ambtelijke taal vermijden;
  • jargon vermijden;
  • actief formuleren;
  • lange zinnen splitsen;
  • afkortingen eerste keer uitschrijven en lijst met afkortingen opnemen.

Hieronder vind je de toelichting op deze punten.

Naar boven


Objectief formuleren

Vermijd subjectieve formuleringen

De bedoeling is dat de rVTV feitelijkheden en analyseresultaten rapporteert op een zakelijke toon. Vermijd daarom woorden die een persoonlijke betrokkenheid of mening suggereren: helaas, jammer, gelukkig. Wees ook voorzichtig met woorden die kunnen worden uitgelegd als een eigen interpretatie van de feiten: een sterke daling, een opvallende toename.

Voorbeeld:

Niet:

Liever:

We achten het onwaarschijnlijk dat het doel gehaald zal worden.

Met het huidige beleid zullen de emissies onvoldoende afnemen om het doel te kunnen bereiken.

De beste beleidsmaatregel is ...

De maatregel met de hoogste kosteneffectiviteit is ...

Maak 'waardevrij' met de als-dan-constructie

Een formulering met een waardeoordeel is makkelijk waardevrij te maken door middel van een als-dan-constructie of een andere causale relatie:

Niet:

Liever:

Het kabinet doet er goed aan om ...

Als het kabinet doel X wil realiseren, dan is actie Y nodig ...

Wees spaarzaam met we/wij

Belangrijk is dat de rVTV betrouwbaarheid en objectiviteit uitstraalt. Veelvuldig gebruik van we/wij maakt de toon persoonlijk en daarmee minder objectief. Het risico bestaat dan dat de lezer de boodschap afdoet als een visie van de schrijver(s) en niet als een objectief feit. Vermijd zeker ook het schoolmeesterachtige we-perspectief dat zowel de schrijver als de lezer insluit, of zelfs alle Nederlanders, of alle mensen.

Voorbeeld:

Niet:

Liever:

Wij ramen dat de emissie in 2010 uitkomt op ...

Op grond van berekeningen komt de emissie in 2010 uit op ...

We vinden allemaal een schoon milieu belangrijk ...

De samenleving hecht veel waarde aan een schoon milieu.

Naar boven


Ambtelijke taal vermijden

Vermijd onnodig lange voorzetseluitdrukkingen

Kenmerk van ambtelijke taal is het veelvuldig gebruik van omslachtige formuleringen. Voorzetseluitdrukkingen zijn daar een voorbeeld van. Dit zijn woordgroepen die samen de functie van één voorzetsel hebben. Ze maken de tekst vaak onnodig omslachtig. Vaak kun je ze vervangen door één voorzetsel. Zie tabel 1 voor een lijst van alternatieve, kortere voorzetsels.

Voorbeeld:

Schrijf niet:

Maar liever:

Door middel van een relatief kleine ingreep kon een uitgebreide operatie worden voorkomen.

Met een relatief kleine ingreep kon een uitgebreide operatie worden voorkomen.

Tabel 1: Lijst met veelgebruikte voorzetseluitdrukkingen en het alternatief daarvoor

Voorzetseluitdrukking

Alternatief

als gevolg van

door

door middel van

door, met

in het bijzonder

met name

in tegenstelling tot

anders dan

in verband met

vanwege

in verband met

omdat, vanwege, wegens

met andere woorden

anders gezegd

met betrekking tot

over

met het oog op

om

ten aanzien van

over, voor, tegen

ten behoeve van

voor

ten gevolge van

door

van de zijde van

door, van

Naar boven


Jargon vermijden

  • Vervang waar mogelijk jargon door een algemene term. Vooral in teksten of rapportonderdelen die voor een bredere doelgroep bestemd zijn (bijv. de samenvatting, inleiding en conclusies) is dit van belang. Het wordt daardoor leesbaarder.
  • Verhelder vaktermen door middel van voorbeelden.
    • Bijvoorbeeld: De laatste jaren verschijnen veel gebiedsvreemde elementen in het landschap, zoals caravanstallingen en minicampings.
  • Als een vakterm niet te vermijden is, verklaar deze dan bij het eerste gebruik. Doe dit in elk langer tekstonderdeel (bijvoorbeeld: per hoofdstuk). Zet na het jargonwoord tussen haakjes een korte verklaring.
  • Neem in het rapport een aparte lijst op met vaak voorkomende definities en hun beschrijving.

Naar boven


Actief formuleren

Gebruik actieve werkwoordsvormen

Je maakt de tekst levendiger en beter leesbaar door zo veel mogelijk in de actieve vorm te schrijven, dus zo min mogelijk lijdende vormen te gebruiken. De lijdende vorm laat namelijk in het midden 'wie wat doet', wat de tekst onduidelijk, onpersoonlijk of saai maakt. Een lijdende vorm is te herkennen aan een hulpwerkwoord of door een bijzin die begint met 'door'.

Voorbeeld:

Niet:

Wel:

Door het RIVM is onderzoek gedaan naar ...

Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar ...

Er wordt de laatste jaren meer aandacht besteed aan een gezond leefpatroon.

De laatste jaren besteedt de samenleving (het ministerie) meer aandacht aan een gezond leefpatroon.

In dit onderzoek wordt nagegaan of ...

In dit onderzoek staat de vraag centraal ...

Daarbij werd vastgesteld ...

Daarbij bleek dat ...

Er werd geconcludeerd dat ...

De conclusie komt naar voren dat ...

Kies voor werkwoorden in plaats van naamwoorden

Wanneer een tekst veel zelfstandige naamwoorden bevat in plaats van werkwoorden, is er sprake van naamwoordstijl. Dit maakt je verhaal onpersoonlijker en moeilijker leesbaar. Gebruik zoveel mogelijk een actieve, werkwoordelijke zinsconstructie. Vertel wie wat doet en zet reeksen naamwoorden om in werkwoorden.

Voorbeeld:

Niet:

Liever:

Het doel was een inventarisatie en objectieve controle van de gegevens met betrekking tot de kwaliteit van de bodem.

Het onderzoek had tot doel om de gegevens over de bodemkwaliteit te inventariseren en objectief te controleren.

Om de haalbaarheid van deze maatregel te bevorderen is samenwerking nodig tussen de sector onderwijs en de sectoren sport, recreatie, volksgezondheid en ruimtelijke ordening.

Deze maatregel wordt beter haalbaar wanneer de sector onderwijs gaat samenwerken met de sectoren sport, recreatie, volksgezondheid en ruimtelijke ordening.

Naar boven


Lastige en lange zinnen vermijden

Splits lange zin en varieer zinslengte

Een lange zin hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Wanneer de informatie in de zin netjes op een rijtje staat en het verband tussen de zinsdelen helder is, zal de lezer de informatie makkelijk kunnen opnemen. Het gevaar van lange zinnen is echter dat de lezer het spoor bijster raakt doordat de zinsvolgorde verwarring schept. Meestal is een lange zin eenvoudig in meer kortere zinnen op te splitsen. Dit bevordert de leesbaarheid. Wanneer de tekst echter alleen uit korte zinnen bestaat, wordt hij 'hakkelig'. Dit kan de lezer gaan irriteren. Het beste is om lange en korte zinnen af te wisselen. Zo ontstaat een levendige, prettig leesbare tekst.

Houd informatie in de zin bij elkaar

Een lange zin wordt moeilijk leesbaar wanneer in de zin woorden die bij elkaar horen, te ver uit elkaar staan. Die woorden ‘omklemmen’ dan de hoofdzin als de grijpers van een tang. Een voorbeeld van zo’n zogenaamde tangconstructie:

Voorbeeld:

In 2005 is de werkgroep een onderzoek naar de directe effecten van de voorgenomen beleidsmaatregelen op de versnippering begonnen.

De gecursiveerde woorden horen bij elkaar, maar zijn uit elkaar getrokken door een lange bepaling. Dit probleem is eenvoudig op te lossen door de woordvolgorde in de zin te veranderen:

In 2005 is de werkgroep een onderzoek begonnen naar de directe effecten van de voorgenomen beleidsmaatregelen op de versnippering.

Naar boven


Afkortingen eerste keer uitschrijven en in bijlage

Afkortingen en acroniemen zijn nuttig om het aantal woorden in een tekst te beperken, en de leessnelheid te vergroten. Het is dan echter wel belangrijk dat de lezer weet wat de afkorting betekent.

  • Schrijf bij het eerste gebruik in elk tekstonderdeel namen van instellingen, afdelingen, regelingen en materialen voluit, met de gebruikte afkorting tussen haakjes.
    • Voorbeeld: Het Regulier Overleg Overgewicht (ROO) is een discussieplatform van vertegenwoordigers van industrie, handel en consumenten.
  • Voeg een aparte lijst met vaak gebruikte afkortingen toe achter in het rapport. Orden deze lijst alfabetisch. Zorg voor een juist gebruik van hoofd- en kleine letters bij afkortingen en acroniemen. En pas ook de juiste schrijfwijze toe bij het voluit schrijven van een naam.
    • Voorbeeld: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) (en niet WMO)
  • Vermijd afkortingen van voorzetseluitdrukkingen (t.a.v., t.h.v. enz.). Schrijf ze uit of vervang ze door één woord.
  • Zie ook: Checklist schrijf- en opmaakregels rVTV

Naar boven

Redactierichtlijnen
Schrijf- en opmaakregels

Algemene uitleg opsommingstekens, interpunctie en koppeltekens

Gebruik van opsommingen Interpunctie Gebruik van koppeltekens

Gebruik van opsommingen

De aanloopzin van een opsomming begint altijd met een hoofdletter en eindigt met een dubbele punt. Zorg ervoor dat de onderdelen van de opsomming gelijk van structuur zijn, zodat ze allemaal op dezelfde manier aansluiten op de inleidende zin (Bron: Schrijfwijzer voor RIVM-rapporten, 2009). Er zijn drie soorten opsommingen:

1. De delen van de opsomming vormen een vervolg op de inleidende zin. Elk deel begint dan met een kleine letter en eindigt met een puntkomma. Het laatste deel van de opsomming krijgt een punt

Voorbeeld:

De correctie van een tekst omvat:

  • spelfouten verbeteren;
  • de interpunctie corrigeren;
  • problemen in de zinsbouw oplossen.

 

2. De opsomming bestaat uit hele zinnen. Elk deel begint met een hoofdletter en eindigt met een punt of vraagteken

Voorbeeld:

Dit boek behandelt onder andere de volgende vragen:

  • Wat is de juiste spelling?
  • Hoe gebruik je interpunctie?
  • Hoe los je zinsbouwproblemen op?

3. De opsommende delen beginnen als vervolg op de inleidende zin, maar worden gevolgd door een toelichting. De vervolgzin krijgt een hoofdletter en een punt

Voorbeeld:

De nieuwe hybride auto’s hebben enkele voordelen:

  • flexibel energiegebruik. Ze maken gebruik van elektrische aandrijving, maar ook van een benzinemotor.
  • grotere actieradius. Daarmee is het probleem van vroegere elektrische auto’s verholpen, die vaak alleen geschikt waren voor gebruik in de stad.

 

Uitzonderingen

Wanneer de opsomming bestaat uit erg korte delen, dan blijven tegenwoordig vaak alle leestekens achterwege (Bron: Icoon: URL transparantTaaladvies).

Voorbeeld:

In deze brochure leest u alles over:

  • ouderdomspensioen
  • nabestaandenpensioen
  • speciale voorzieningen

Naar boven


Interpunctie

Gebruik een dubbele punt om iets aan te kondigen. Dat ‘iets’ kan zijn:

  • een opsomming;
  • een omschrijving, toelichting of verklaring;
  • een citaat.

Na de dubbele punt volgt een kleine letter. Er zijn twee uitzonderingen:

  • als een citaat met een hoofdletter begint;
  • bij een opsomming die uit hele zinnen bestaat.

Plaats een puntkomma wanneer een komma een te kleine en een punt een te grote scheiding is. Bijvoorbeeld als twee zinnen nauw met elkaar verbonden zijn:

‘Uit deze tabel kunt u afleiden dat de posten 1, 2 en 4 niet aftrekbaar zijn; voor post 3 is wel aftrek mogelijk’.

(Bron: Schrijfwijzer voor RIVM-rapporten, 2009).

Naar boven


Gebruik van koppeltekens

Het Groene Boekje geeft duidelijke regels voor het los, aan elkaar of met een koppelteken schrijven van samengestelde woorden. Hieronder volgen de belangrijkste regels:

Samenstellingen zo veel mogelijk aan elkaar schrijven:

  • Langetermijnplanning; regressieanalyse; antistoffen; fijnstoffilter; risicoanalyse.

Gebruik sowieso een koppelteken:

  • Wanneer dat de leesbaarheid of helderheid bevordert, of wanneer twee klinkers botsen: tweede-kansonderwijs; identiteits-chip; havo-opleiding; risico-evaluatie.
  • In een samenstelling met een afkorting of met cijfers of speciale tekens: RIVM-medewerker; SAP-module; A4-papier; G8-landen; 80-jarige; 65+-kaart; CO2-gehalte.
  • In woordgroepen in samenstellingen zijn de elementen van de woordgroep met een koppelteken verbonden, en is het: doe-het-zelfmarkt; wonen-met-tuinscenario.

Samenstelling met Engelse woorden:

  • In Nederland ingeburgerde Engelse samengestelde woorden krijgen de Nederlandse spelling aan elkaar. Bij niet-ingeburgerde woorden blijft de spatie staan: officemanager; pilotstudy; contentmanagement; publicrelations officer
  • In een samenstelling van een Engels met een Nederlands woord komen de delen aan elkaar. Om de leesbaarheid te bevorderen mag een koppelstreepje geplaatst worden: reviewstudie; intensivecareafdeling; second-opinionarts.

Samenstelling met eigennaam:

  • In een samenstelling met een eigennaam wordt de eigennaam vast geschreven aan de rest van het woord, maar blijft de spatie in de eigennaam staan: Jan des Bouvriebank; Rolling Stonesoptreden; Tweede Kamerlid; Middellandse Zeegebied.

Samenstelling met afkorting:

  • Afleidingen met een afkorting krijgen een apostrof: AOW’er; A4’tje; hbo’er; CDA’er; D66’er; 65+’er.

Samenstelling met cijfers:

  • Wanneer een woordgroep bestaat uit een woord en een cijfer of letter, staan woord en letter of cijfer los van elkaar. Een samenstelling met zo’n woordgroep krijgt een koppelteken: 24 uur wordt 24 uursgemiddelde, 50 euro wordt 50 eurobiljet, hepatitis B wordt hepatitis B-infectie en vitamine B12 wordt vitamine B12-pil.

(Bron: Schrijfwijzer voor RIVM-rapporten, 2009).

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.Schrijfwijzer voor RIVM-rapporten. Tips voor auteurs. Bilthoven: RIVM, 2009b.