Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV

Bevolking

De samenstelling van de bevolking heeft een grote invloed op de gezondheid, het ontstaan van ziekten, gezondheidsdeterminanten, preventie en zorggebruik. Hier gaat het om vragen zoals: Hoeveel mensen wonen in mijn regio? Neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe of af? Zijn er binnen mijn regio verschillen in opleidingsniveaus tussen bevolkingsgroepen? Zijn er verschillen tussen mijn regio en andere GGD-regio's in het aantal ouderen? Wijkt mijn regio af van het gemiddelde in Nederland?

Met behulp van de gegevens in dit onderdeel kun je de bevolking in jouw regio beschrijven aan de hand van een aantal indicatoren. Per indicator krijg je informatie over waarom deze indicator opgenomen zou moeten worden in een regionale VTV en welke bronnen je het beste kunt gebruiken.

Algemeen

Demografische factoren

Sociaaleconomische factoren

Bevolking
Algemeen

Demografische en sociaaleconomische factoren


Elke samenleving kent verschillen tussen mensen

Elke samenleving kent ongelijkheid in de betekenis van verschillen tussen mensen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen meer natuurlijke verschillen (als leeftijd, geslacht, huidskleur en dergelijke) en verschillen die op sociale conventies berusten, zoals op grond van opleiding, beroep of inkomen. Deze tweede categorie wordt ook wel maatschappelijke ongelijkheid, gelaagdheid of stratificatie genoemd. De positie van mensen in de sociale stratificatie noemen we sociaaleconomische status.

Informatie over samenstelling van bevolking nodig om beleid vorm te geven

Om volksgezondheidsbeleid vorm te kunnen geven is informatie nodig over de samenstelling van de bevolking, recente ontwikkelingen daarin en te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Ook hebben we informatie nodig over de bevolkingssamenstelling om de gezondheidstoestand van een bevolking, de aanwezigheid van bepaalde gezondheidsdeterminanten en de gebruikte zorg in die bevolking te kunnen vergelijken met die van een andere bevolking.

Demografische en sociaaleconomische factoren bepalen bevolkingssamenstelling

Welke factoren bepalen de samenstelling van een bevolking en hoe meten we dit eigenlijk? De samenstelling van de bevolking in een regio wordt bepaald door allerlei demografische en sociaaleconomische factoren. Demografische en sociaaleconomische factoren binnen onze maatschappij zijn van invloed op gezondheid en ziekte, gezondheidsdeterminanten, preventie en zorggebruik. Zo leven mensen met een lagere sociaaleconomische status in het algemeen korter en minder lang in goede gezondheid dan mensen met een hoge sociaaleconomische status. Ook is bijvoorbeeld de leeftijdssamenstelling van een bevolking mede bepalend voor de gezondheidstoestand van een bevolking. Een oudere bevolking heeft gemiddeld meer gezondheidsproblemen dan een jongere en het zorggebruik zal ook hoger zijn.

Door vergrijzing in de toekomst meer en andere zorg nodig

Een belangrijke drijvende kracht achter toekomstige ontwikkelingen in gezondheid en zorg is de demografische opbouw van de bevolking. In 2010 bereiken de eerste babyboomers de 65-jarige leeftijd. De vergrijzingsgolf gaat nog even door om zo rond 2040 zijn hoogtepunt te bereiken. Omdat de meeste ziekten vooral bij ouderen voorkomen, zal de ziektelast toenemen en daarmee ook het zorggebruik. In de komende 20 jaar zal hierdoor, maar ook door de huidige leestijl en het overgewicht, de ziektelast van chronische ziekten van de oude dag met soms 40% of meer toenemen. Dit vraagt om meer zorg, maar ook om andere zorg, onder andere een verder verschuiving van genezing naar verzorging (De Hollander et al., 2006).

Selectie van demografische en sociaaleconomische indicatoren voor een regionale VTV

De in deze toolkit beschreven demografische en sociaaleconomische factoren vormen een selectie van indicatoren die de bevolkingssamenstelling bepalen. De meeste van deze factoren staan ook in de Icoon: URL transparantVolksgezondheid Toekomst Verkenningen 2006 en 2010 en het Icoon: URL transparantNationaal Kompas Volksgezondheid beschreven. In de Icoon: urlLokale en Nationale Monitor Volksgezondheid kun je de bijbehorende vraagstellingen vinden, die je bij voorkeur zou moeten gebruiken om een uitspraak te kunnen doen over deze indicatoren. De uiteindelijke selectie van de indicatoren wordt mede bepaald door de beschikbaarheid van (recente) gegevens op landelijk en/of regionaal niveau (zie ook: Icoon: Interne link naar documentIndicatoren in een regionale VTV).

Demografische factoren

In de betreffende documenten staan deze factoren uitgelegd. Ook presenteren we daar de bronnen die voorkeur verdienen.

Sociaaleconomische factoren

In de betreffende documenten staan deze factoren uitgelegd. Ook presenteren we daar de bronnen die voorkeur verdienen.

Naar boven

Bevolking
Demografische factoren

Bevolkingsomvang

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom bevolkingsomvang in een regionale VTV?

De bevolkingsomvang beschrijft het aantal bewoners in de gemeenten van de betreffende regio. Ontwikkelingen in de bevolkingsomvang zijn van invloed op gezondheid en ziekte, gezondheidsdeterminanten, preventie en zorggebruik.

Bevolkingsomvang en leeftijdsopbouw bepalen bevolking

De bevolkingsomvang en leeftijdsopbouw bepalen de bevolking. De bevolkingsgroei en daarmee de bevolkingsomvang bestaat uit vier componenten: geboorte, sterfte, immigratie en emigratie. Op het niveau van provincies en gemeenten spelen ook binnenlandse verhuizingen een rol.

Indicatoren voor bevolkingsomvang

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de bevolkingsomvang.

Indicator

Omschrijving

Bevolkingsomvang

  • aantal inwoners
  • aantal mannen
  • aantal vrouwen

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor het presenteren van de bevolkingsomvang?

Het is niet nodig om zelf berekeningen uit te voeren: de bevolkingsomvang (totaal en naar geslacht) per gemeente is beschikbaar via de CBS-website Icoon: urlStatLine.

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor de bevolkingsomvang.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • CBS-StatLine

Gemeenten

  • CBS-StatLine

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • CBS-StatLine

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • CBS-StatLine

GGD-regio

  • De bevolkingsomvang van de GGD-regio is te vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee is ook de bevolkingsomvang in een GGD-regio te vergelijken met de bevolkingsomvang in andere GGD-regio's en met de bevolkingsomvang in Nederland.

Ter illustratie

Op 1 januari 2005 had de regio Midden-Holland 240.000 inwoners.

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006)  (Pdf; 10,1 Mb)

Gemeenten

  • De bevolkingsomvang van de verschillende gemeenten is te vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee is ook de bevolkingsomvang in een gemeente te vergelijken met de bevolkingsomvang in een andere gemeente.

Ter illustratie

In de regio Midden-Holland is Gouda de gemeente met de meeste inwoners (met ruim 70.000 inwoners).

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 10,1 Mb)

Nederland

  • De bevolkingsomvang van Nederland is te vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.

Ter illustratie

Op 1 januari 2007 telde Nederland bijna 16,4 miljoen inwoners.

Zie: kompasBevolking (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Naar boven

Bevolking
Demografische factoren

Bevolkingsdichtheid en stedelijkheid

Bevolkingsomvang en stedelijkheid Bronnen

Bevolkingsomvang en stedelijkheid

Waarom bevolkingsomvang en stedelijkheid in een regionale VTV?

Bevolkingsomvang en stedelijkheid beschrijven de aard van de gemeenten in de betreffende regio. Ontwikkelingen in de bevolkingsomvang zijn van invloed op gezondheid en ziekte, gezondheidsdeterminanten, preventie en zorggebruik. De stedelijkheid is van belang omdat de gezondheidssituatie op het platteland in het algemeen verschilt van die in de stad.

Bevolkingsomvang en leeftijdsopbouw bepalen bevolking

De bevolkingsgroei bestaat uit vier componenten: geboorte, sterfte, immigratie en emigratie. Op het niveau van provincies en gemeenten spelen ook binnenlandse verhuizingen een rol.

Aantal inwoners per vierkante kilometer land is bevolkingsdichtheid

De bevolkingsdichtheid is het aantal inwoners per vierkante kilometer land. Het gemiddelde in Nederland is 485 inwoners per vierkante kilometer. De hoogste bevolkingsdichtheid vinden we in Den Haag met 5.749 inwoners per vierkante kilometer. De drie waddeneilanden, Schiermonnikoog, Vlieland en Terschelling, scoren met respectievelijk 23, 31 en 54 inwoners per vierkante kilometer het laagst.

Omgevingsadressendichtheid vormt basis voor indeling naar stedelijkheid

De omgevingsadressendichtheid vormt de basis voor de indeling van gemeenten naar stedelijkheid (Zorgatlas). De omgevingsadressendichtheid van een gemeente is de gemiddelde waarde van een straal van 1 km rondom een adres voor alle adressen binnen die gemeente. Er zijn vijf stedelijkheidsklassen, deze zijn gebaseerd op klassegrenzen van 2.500, 1.500, 1.000 en 500 adressen per km². De volgende klassen worden onderscheiden:

  • Zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2.500 of meer).
  • Sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1.500 tot 2.500).
  • Matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1.000 tot 1.500).
  • Weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1.000).
  • Niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500) .

Indicatoren voor bevolkingsomvang en stedelijkheid

In onderstaande tabel kun je de indicatoren vinden die gebruikelijk zijn voor het presenteren van bevolkingsomvang en stedelijkheid.

Tabel 1: Indicatoren per categorie personen.

Leeftijdsgroep

Indicator

volwassenen

  • aantal volwassenen

ouderen

  • aantal ouderen

jongeren

  • aantal jongeren
  • aantal jongeren dat

kinderen

  • aantal kinderen dat
  • aantal kinderen dat

Naar boven


Bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van de determinant

Welke gegevens zijn beschikbaar? Inwonersaantallen per gemeenten zijn beschikbaar via CBS Statline. De omgevingsadressendichtheid per gemeente staan in de Atlas. VoorbeeldDe regio Midden-Holland heeft 240.000 inwoners. Gouda is de grootste regiogemeente. Het gebied ten zuiden van de IJssel (Krimpenerwaard) daarentegen is relatief uitgestrekt en dunbevolkt.Zie: [kaartje omgevingsadressendichtheid Atlas] Zie: [kaartje Midden-Holland of Brabant]

Tabel 2: Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor determinant.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • [list-item]

Gemeenten

  • [list-item]

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • [list-item]

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • [list-item]

GGD-regio

  • Nog in te vullen

Gemeenten

  • Nog in te vullen

Nederland

  • Nog in te vullen

Voorbeeld.

Op 1 januari 2007 telde Nederland bijna 16,4 miljoen inwoners. Over heel 2006 nam de bevolking toe met 24.000 personen. Deze bevolkingsgroei werd in zijn geheel veroorzaakt door natuurlijke groei. Er werden 185.000 levensvatbare kinderen geboren en er stierven 135.000 personen: een geboorteoverschot van 50.000 personen. Het migratiesaldo was in 2006 negatief: er verlieten per saldo 31.000 personen ons land.

Naar boven

Bevolking
Demografische factoren

Leeftijdsopbouw

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom leeftijdsopbouw in een regionale VTV?

De leeftijdsopbouw van een bevolking is mede bepalend voor de gezondheidstoestand van de bevolking. Een oudere bevolking heeft gemiddeld meer gezondheidsproblemen dan een jongere bevolking. Ook het zorggebruik zal in een oudere bevolking hoger zijn.

Leeftijdsopbouw wordt meestal weergegeven in een bevolkingspiramide

De leeftijdsopbouw van de bevolking wordt in het algemeen weergegeven met behulp van een bevolkingspiramide. Dit is een grafiek of diagram van de leeftijdsopbouw van een bevolking in de vorm van een histogram van het aantal mannen en het aantal vrouwen in leeftijdsgroepen van vijf jaar. De mannen worden meestal getoond aan de linkerzijde en de vrouwen aan de rechterzijde. Ze kunnen als ruw aantal of als percentage van de totale bevolking worden weergegeven (zie Nationaal Kompas: Icoon: Interne link naar documentLeeftijdsopbouw bevolking).

Demografische druk is som van groene en grijze druk

Demografische druk geeft de verhouding aan tussen de som van het aantal personen van 0-19 jaar en 65 jaar of ouder en de personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20-64 jaar. De demografische druk is de som van de 'groene druk ' en de 'grijze druk'.

  • Groene druk is de verhouding tussen het aantal personen van 0-19 jaar en het aantal personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20-64 jaar.
  • Grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van 20-64 jaar.

Meer oudere vrouwen dan oudere mannen

De verhouding tussen mannen en vrouwen is in de totale bevolking vrijwel in evenwicht: er zijn 49,5% mannen en 50,5% vrouwen (2009). Er bestaan echter wel verschillen in de afzonderlijke levensfasen. Op jonge leeftijd zijn er meer mannen dan vrouwen, doordat er iets meer jongetjes geboren worden (51%). Dit percentage wordt geleidelijk lager, aangezien in alle leeftijdscategorieën meer mannen dan vrouwen overlijden. Vanaf het 64ste levensjaar zijn er meer vrouwen dan mannen. Hierna daalt het aandeel mannen in de totale bevolking snel. Van alle zeventigjarigen is 44% man. Bij de tachtigjarigen is dit percentage gedaald tot 34% en bij negentigjarigen tot 22%.

Indicatoren voor leeftijdsopbouw

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de leeftijdsopbouw.

Tabel 1: Overzicht van de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de leeftijdsopbouw.

Indicator

Omschrijving

Leeftijdsopbouw

  • Aantal of percentage mannen en vrouwen per leeftijdscategorie bij voorkeur weergegeven in een bevolkingspiramide.

Demografische druk

  • Verhouding tussen de som van het aantal personen van 0-19 jaar en 65 jaar of ouder en de personen van 20-64 jaar.

Groene druk

  • Verhouding tussen het aantal personen van 0-19 jaar en het aantal personen van 20-64 jaar.

Grijze druk

  • Verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20-64 jaar.

Voor meer informatie zie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpBevolking (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van de leeftijdsopbouw?

Het is niet nodig zelf berekeningen uit te voeren: het aantal inwoners per gemeente in leeftijdsklassen van vijf jaar is beschikbaar via StatLine van het CBS. Dit geldt ook voor het inwonersaantal per vijf jaarsleeftijdsklassen in heel Nederland. Ook is het niet nodig zelf berekeningen uit te voeren met betrekking tot de demografische druk, de groene en de grijze druk: alle gegevens met betrekking tot de demografische druk, de grijze druk en de groene druk kun je vinden in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas').

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bronnen die je kunt hanteren voor de leeftijdsopbouw.

Tabel 2: Overzicht van de bronnen die je kunt hanteren voor de leeftijdsopbouw.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • CBS-StatLine
  • Zorgatlas

Gemeenten

  • CBS-StatLine
  • Zorgatlas

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • CBS-StatLine
  • Zorgatlas

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • CBS-StatLine
  • Zorgatlas

Figuur 1: Demografische druk per gemeente in 2009 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Demografische druk per gemeenten in 2009

Deze kaart kan zijn vervangen door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, demografie).

GGD-regio

  • De leeftijdsopbouw van de GGD-regio kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee kun je ook de leeftijdsopbouw in jouw GGD-regio vergelijken met de leeftijdsopbouw in andere GGD-regio's en met de leeftijdsopbouw in Nederland.

Ter illustratie

De leeftijdsopbouw in West-Brabant komt redelijk overeen met die van Nederland. Alleen het aandeel 20- t/m 34-jarigen is in West-Brabant met 17,8% kleiner dan in heel Nederland (19,1%) en het aandeel 55- t/m 64-jarigen is in West-Brabant met 12,9% groter dan in heel Nederland (12,0%).

Zie: Gezondheid telt! In West-Brabant (West-Brabant 2006) (Pdf; 2,47 Mb)

Gemeenten

  • De leeftijdsopbouw van de verschillende gemeenten kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee kun je ook de leeftijdsopbouw in een gemeente vergelijken met de leeftijdsopbouw in een andere gemeente.
  • De demografische druk evenals de groene en grijze druk zijn te vinden in de Icoon: URL transparantZorgatlas.

Ter illustratie

Gemiddeld is in Nederland in 2009 de demografische druk 68,1%. In 2009 had de gemeente Rozendaal (bij Arnhem) van alle gemeenten de hoogste demografische druk, maar liefst 98,6%. Steden hebben over het algemeen een lage demografische druk. De gemeente Groningen heeft met 44,8% de laagste demografische druk. Utrecht en Amsterdam volgen Groningen op met percentages van respectievelijk 46,7% en 47,1%.

Zie figuur 1.

Nederland

  • Het aantal inwoners per vijfjaarsleeftijdsklassen (leeftijdsopbouw) kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • De demografische, groene en grijze druk kun je vinden in de Icoon: URL transparantZorgatlas.

Ter illustratie

Op 1 januari 2009 was 15% van de bevolking 65 jaar of ouder. 4% van de bevolking was tachtig jaar of ouder. Vanwege het relatief lage aantal jongeren heeft de bevolkingsopbouw niet de vorm van een piramide maar van een peer. De groene druk in Nederland was op 1 januari 2009 gemiddeld 41,4% en de grijze druk 26,7%.

Zie figuur 2 en figuur 3.

Figuur 2: Groene druk per gemeente in 2009 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Groene druk per gemeente in 2009

Deze kaart kan zijn vervangen door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, demografie).

Figuur 3: Grijze druk per gemeente in 2009 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Grijze druk per gemeente in 2009

Deze kaart kan zijn vervangen door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, demografie).

Naar boven

Bevolking
Demografische factoren

Etniciteit

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom etniciteit in een regionale VTV?

De etnische samenstelling van een bevolking is mede bepalend voor de gezondheidstoestand van die bevolking. De gezondheidstoestand van allochtonen is over het algemeen minder goed dan die van autochtone Nederlanders. Er blijken echter wel enkele uitzonderingen te bestaan, zowel wat betreft gezondheidsprobleem als etnische groep. Zo blijkt de sterfte onder Marokkaanse mannen lager te liggen dan onder autochtone mannen. Bovendien komen hart- en vaatziekten minder frequent voor bij Marokkanen, terwijl deze aandoeningen vaker voorkomen onder Turken en Surinamers vergeleken met autochtonen. Ook het zorggebruik van allochtonen verschilt van dat van de autochtonen. Zo blijken allochtonen (met name Turken, Surinamers en Antillianen) vooral de huisarts vaker te bezoeken dan autochtone Nederlanders. Van sommige zorgvoorzieningen maken allochtonen juist minder gebruik. Marokkanen gaan bijvoorbeeld minder vaak naar een fysiotherapeut dan autochtonen. Ook het medicijngebruik en het gebruik van de thuiszorg en verzorgingshuiszorg ligt lager in enkele allochtone groepen. Informele zorg daarentegen komt aanzienlijk vaker voor onder allochtonen en dan met name onder Marokkanen en Turken (zie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpNationaal Kompas: Etniciteit en gezondheid).

Leeftijdsstructuur westerse allochtonen lijkt op leeftijdsstructuur totale bevolking van Nederland

De leeftijdsstructuur van de westerse allochtonen lijkt erg op die van de totale (en ook de autochtone) bevolking van Nederland. Niet-westerse allochtonen vormen daarentegen een jonge bevolkingsgroep. Zo was op 1 januari 2007 bijna 35% van de niet-westerse allochtonen jonger dan twintig jaar. Dit aandeel is twee keer zo groot als bij autochtonen en westerse allochtonen. Met slechts 3% 65-plussers is van vergrijzing onder niet-westerse allochtonen nog nauwelijks sprake. Onder westerse allochtonen is 16% 65-plusser, wat vergelijkbaar is met het aandeel 65-plussers onder de autochtone bevolking.

Allochtonen zijn personen van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren

Onder ‘allochtonen’ worden personen verstaan van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (tweede generatie). Verder wordt doorgaans een tweedeling gemaakt in westerse en niet-westerse allochtonen. Tot de categorie ‘niet-westers’ behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Alleen voor Indonesië (met name voormalig Nederlands-Indië) en Japan wordt een uitzondering gemaakt: op grond van hun sociaaleconomische en -culturele positie worden allochtonen uit deze twee landen tot de westerse allochtonen gerekend.

Indicatoren voor etniciteit

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van etniciteit.

Tabel 1: Overzicht van de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van etniciteit.

Indicator

Omschrijving

Allochtonen (van eerste en tweede generatie)

  • percentage allochtonen: percentage personen van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
  • percentage eerste generatie allochtonen: personen die zelf in het buitenland zijn geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
  • percentage tweede generatie allochtonen: personen die in Nederland zijn geboren, maar van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

Westerse en niet-westerse allochtonen

  • percentage westerse allochtonen: allochtonen met als herkomstgroepering één van de landen in de werelddelen Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië of Indonesië of Japan.
  • percentage niet-westerse allochtonen: hiertoe behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië.

Zie voor meer informatie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpEtniciteit (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van etniciteit?

Het CBS presenteert cijfers over etniciteit (Icoon: URL transparantCBS-StatLine). Het CBS presenteert deze cijfers als absolute aantallen autochtonen en allochtonen, waarbij de allochtonen kunnen worden onderverdeeld in westerse en niet-westerse allochtonen. Deze cijfers zijn per vijfjaarsleeftijdscategorie te verkrijgen. Ook kunnen de cijfers per postcode worden opgevraagd. Het is dus niet nodig om zelf berekeningen uit te voeren. Cijfers met betrekking tot het percentage Surinamers, Turken, Marokkanen en Antillianen en Arubanen per gemeente zijn ook te vinden in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas', zie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpEtniciteit).

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor etniciteit.

Tabel 2: Bronnen te gebruiken bij het onderwerp etniciteit.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • CBS-StatLine

Gemeenten

  • CBS-StatLine
  • Zorgatlas

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • CBS-StatLine

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • CBS-StatLine

GGD-regio

  • Het aantal (westerse en niet-westerse) allochtonen en autochtonen per vijfjaarsleeftijdscategorie in de GGD-regio zijn te vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee kun je ook een vergelijking maken naar etniciteit van jouw GGD-regio met een andere GGD-regio en met Nederland.

Ter illustratie

Op 1 januari 2005 telde Midden-Holland 32.673 allochtonen. Dit is 14% van de totale bevolking en lager dan gemiddeld in Nederland (19%).

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

Gemeenten

  • Het aantal (westerse en niet-westerse) allochtonen en autochtonen per vijfjaarsleeftijdscategorie per gemeente kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine en de Icoon: URL transparantZorgatlas.
  • Hiermee kun je ook een vergelijking te maken naar etniciteit van een gemeente met een andere gemeente, met de GGD-regio en met Nederland.

Ter illustratie

In Nederland was in 2009 ongeveer 2,3% van de totale bevolking van Turkse afkomst. De gemeente Schiedam heeft met 9,7% het hoogste percentage, gevolgd door Leerdam (9,1%) en Almelo (8,2%). Meer dan de helft van de gemeenten heeft minder dan 0,5% allochtonen van Turkse afkomst.

Zie figuur 1.

Nederland

  • Het aantal (westerse en niet-westerse) allochtonen en autochtonen per vijfjaarsleeftijdscategorie per gemeente kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine en de Icoon: URL transparantZorgatlas.

Ter illustratie

Op 1 januari 2009 telde Nederland 3,3 miljoen allochtonen oftewel 19,9% van de bevolking was van allochtone afkomst. Iets minder dan de helft (45,0%) zijn westerse allochtonen, de anderen (55,0%) zijn niet-westerse allochtonen. In 2009 telde Nederland 1,8 miljoen niet-westerse allochtonen, dat is 11,0% van de bevolking. De hoogste concentraties niet-westerse allochtonen zijn te vinden in de grote steden.

Zie figuur 2.

Figuur 1: Percentage Turken per gemeente in 2009 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Percentage Turken per gemeente (2009)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, etniciteit).

Figuur 2: Percentage niet-westerse allochtonen per gemeente in 2009 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas.nl).

Percentage niet-westerse allochtonen per gemeente (2009)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, etniciteit).

Naar boven

Bevolking
Sociaaleconomische factoren

Huishoudenssamenstelling

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom huishoudenssamenstelling in een regionale VTV?

De huishoudensamenstelling heeft een relatie met gezondheid en zorg onder andere via de burgerlijke staat van mensen. Zo is een sterk verhoogd gebruik van de gezondheidszorg gevonden voor gescheiden mensen en voor mensen uit eenpersoonshuishoudens (Kunst et al., 2007) en leven alleenstaanden ongezonder en risicovoller dan gehuwden.

Huishoudenssamenstelling geeft aan hoe mensen wonen

De huishoudenssamenstelling geeft aan hoe mensen wonen: alleen, in een twee- of meerpersoonshuishouden of in zogenaamde institutioneel huishoudens zoals verpleeghuizen, psychiatrische inrichtingen en gezinsvervangende tehuizen. Particuliere huishoudens zijn onder te verdelen in eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens:

  • Eenpersoonshuishouden: personen die alleen in een woonruimte zijn gehuisvest, of personen die met anderen eenzelfde adres bewonen maar een eigen huishouding voeren. Personen in instellingen, inrichtingen en tehuizen beschouwen we niet als eenpersoonshuishouden.
  • Meerpersoonshuishouden: een particulier huishouden bestaande uit een of meer personen.

Gehuwden leven langer dan nooit-gehuwden

Gehuwde mensen leven langer dan nooit-gehuwden en mensen die gescheiden of verweduwd zijn (De Jong, 2002b). Voor mannen geldt dit sterker dan voor vrouwen. De hogere sterftekansen van niet-gehuwden zijn mogelijk het gevolg van verschillen in leefstijl tussen gehuwden en niet-gehuwden (De Graaf & Loozen, 2006b). Zo zijn zware drinkers het meest te vinden onder ongehuwde en gescheiden mannen en zijn zware rokers oververtegenwoordigd onder gescheiden mannen en gescheiden vrouwen (Verweij & Kardaun, 1994). Ook hebben samenwonenden in vergelijking met alleenstaanden een betere ervaren gezondheid.

Zie voor meer informatie:

Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpHuishoudens (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Indicatoren voor huishoudenssamenstelling

In onderstaande tabel kun je de indicatoren vinden die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de huishoudenssamenstelling.

Tabel 1: Indicatoren vinden die gebruikelijk zijn voor het presenteren van de huishoudenssamenstelling.

Indicator

Omschrijving

Huishoudensgrootte

  • Gemiddeld aantal personen per (particulier) huishouden.

Percentage eenpersoonshuishoudens

  • Percentage personen dat alleen in een woonruimte is gehuisvest of dat met anderen eenzelfde adres bewoont maar een eigen huishouding voert ten opzichte van het totaal aantal particuliere huishoudens.

Meerpersoonshuishoudens

  • Percentage particuliere huishoudens bestaande uit een of meerdere personen, eventueel uitgesplitst naar: paren met kinderen, paren zonder kinderen, eenouderhuishoudens.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van de huishoudenssamenstelling

Het is niet nodig zelf berekeningen uit te voeren: het aantal een- en meerpersoonshuishoudens per gemeente in leeftijdsklassen van vijf jaar is beschikbaar via Icoon: urlStatline van het CBS. De gegevens met betrekking tot de eenpersoonshuishoudens zijn ook te vinden in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas').

Tabel 2: Geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor huishoudenssamenstelling.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • CBS-StatLine

Gemeenten

  • CBS-StatLine
  • Zorgatlas

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • CBS-StatLine

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • CBS-StatLine

Figuur 1: Percentage eenpersoonshuishoudens per gemeente in 2009 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine; Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Eenpersoonshuishoudens per gemeente (2009)

Deze kaart kan zijn vervangen door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, levensfase).

GGD-regio

  • De huishoudenssamenstelling van de verschillende GGD-regio's is te vinden via CBS-Statline.
  • Hiermee is ook de huishoudenssamenstelling in een GGD-regio te vergelijken met de huishoudenssamenstelling in een andere GGD-regio.

Ter illustratie

Op 1 januari 2004 telde de regio Midden-Holland 95.889 huishoudens. Hiervan is 28% een eenpersoonshuishouden. In Nederland is dit percentage 34%. In Midden-Holland zijn procentueel meer grote gezinnen dan gemiddeld in Nederland: 21% van de gezinnen met kinderen heeft drie of meer kinderen ten opzichte van 18% in Nederland.

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

Gemeenten

  • De huishoudenssamenstelling van de verschillende gemeenten is te vinden via Icoon: URL transparantCBS-Statline. De eenpersoonshuishoudens zijn ook te vinden via de Zorgatlas.
  • Hiermee is ook de huishoudenssamenstelling in een gemeente te vergelijken met de huishoudenssamenstelling in een andere gemeente.

Ter illustratie

De studentenstad Wageningen heeft het hoogste percentage eenpersoonshuishoudens, namelijk 59,9%. Dit komt overeen met 12.412 eenpersoonshuishoudens. Na Wageningen heeft Groningen het grootste aandeel aan eenpersoonshuishoudens (58,9%). De gemeente Urk heeft met 17,6% het laagste percentage.

Zie figuur 1.

Nederland

  • De huishoudenssamenstelling van de verschillende gemeenten is te vinden via Icoon: URL transparantCBS-Statline. De eenpersoonshuishoudens zijn ook te vinden via de Zorgatlas.
  • Hiermee is ook de huishoudenssamenstelling in een GGD-regio of in een gemeente te vergelijken met de huishoudenssamenstelling in Nederland.

Ter illustratie

In 2009 telde Nederland in totaal een kleine 7,3 miljoen huishoudens. Zo'n 35,8% van de huishoudens ofwel 2,6 miljoen bestaat uit één persoon. Dit komt overeen met zo'n 15,9% van de totale bevolking. Hoge percentages eenpersoonshuishoudens vinden we in de grote steden en in studentensteden. Veel eenpersooonshuishoudens bevinden zich onder jongeren, die na het verlaten van het ouderlijk huis enige tijd alleen wonen. Het aandeel alleenstaanden is ook relatief hoog onder ouderen: van de 80-85-jarige personen is bijna de helft alleenstaand. Op hogere leeftijd is sterfte van de partner de belangrijkste oorzaak van het alleenstaan.

Zie figuur 1.

Naar boven

Bevolking
Sociaaleconomische factoren

Sociaaleconomische status

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom sociaaleconomische status in een regionale VTV?

Er bestaan in Nederland aanzienlijke verschillen in gezondheid naar sociaaleconomische status, gemeten naar opleiding, inkomen of beroepsniveau. Iemand met alleen basisonderwijs leeft gemiddeld zes tot zeven jaar korter dan iemand met een hbo- of universitaire opleiding. Het gemiddelde verschil tussen hoog- en laagopgeleiden in het aantal jaren dat in minder goed ervaren gezondheid wordt doorgebracht, is zelfs zeventien jaar. Deze verschillen nemen niet af in de tijd. De minder goede gezondheid van mensen met een lage sociaaleconomische status komt voor een deel doordat ze ongezonder gedrag vertonen. Daarnaast kan er ook sprake zijn van gezondheidsselectie, dat wil zeggen dat gezondheidsproblemen hebben geleid tot een lagere sociale positie.

Veel ziekten en aandoeningen komen naar verhouding vaker voor bij mensen met een lage sociale status dan bij mensen met een hoge sociale status. De sociaaleconomische verschillen in ziekten en aandoeningen bestaan zowel onder mannen als onder vrouwen.

Sociaaleconomische status meestal gemeten naar opleiding

Belangrijke kenmerken die vaak als indicatoren van sociaaleconomische status dienen, zijn opleiding, beroep en inkomen (Van Berkel-van Schaik & Tax, 1990). Deze drie indicatoren hebben alledrie als doel het bepalen van de positie van mesnen in de sociale stratificatie die loopt van 'laag' naar 'hoog'. Meestal wordt opleiding gebruikt, waarbij wordt gevraagd wat de hoogst genoten opleiding van de respondent is.

Besteedbaar inkomen wordt ook gebruikt als indicator voor sociaaleconomische status. Het besteedbaar inkomen bepaalt de vrije bestedingsruimte van een persoon of huishouden.

SCP heeft maat voor sociaaleconomische status berekend

Het SCP heeft voor elk vierpositie postcodegebied een sociaaleconomische statusscore berekend (Knol, 1998). Deze score is berekend over 1995. Naar aanleiding hiervan is over 1998, 2002 en 2006 opnieuw een statusscore berekend. Voor deze score worden vier variabelen gebruikt:

  • gemiddeld inkomen;
  • percentage huishoudens met een laag inkomen;
  • percentage inwoners zonder betaalde baan;
  • percentage huishoudens met gemiddeld een lage opleiding.

De score is ingedeeld in zeven groepen oplopend van lage naar hoge status (zie: Icoon: URL transparantStatusscores SCP).

Indicatoren voor sociaaleconomische status

In onderstaande tabel kun je de indicatoren vinden die je kunt gebruiken voor het presenteren van de sociaaleconomische status.

Tabel 1: Overzicht van indicatoren voor het presenteren sociaaleconomische status.

Indicator

Omschrijving

Opleidingsniveau

  • Percentage hoogopgeleiden (personen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding) ten opzichte van de bevolking.
  • Percentage laagopgeleiden (personen met basisonderwijs, v(m)bo, mavo of mbo-1) ten opzichte van de bevolking.

Inkomensniveau

  • Besteedbaar inkomen.

Sociaaleconomische status

  • Sociaaleconomische statusscore van het SCP.

Voor meer informatie zie:

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn nodig voor het berekenen van de sociaaleconomische status?

Het is niet nodig zelf berekeningen uit te voeren: de sociaaleconomische statusscores van het SCP zijn beschikbaar via de website van het SCP (Icoon: URL transparantStatusscores) en via de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). Het percentage inwoners naar opleiding (laag, midden, hoog) is beschikbaar via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.

Tabel 2: Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor sociaaleconomische status.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • CBS-StatLine
  • SCP
  • Zorgatlas

Gemeenten

  • CBS-StatLine
  • SCP
  • Zorgatlas

Vergelijking van de gemeenten met de GGD-regio

  • CBS-StatLine
  • SCP
  • Zorgatlas

Vergelijking van de GGD-regio met Nederland

  • CBS-StatLine
  • SCP
  • Zorgatlas

GGD-regio

  • De opleiding en het besteedbaar inkomen per inwoner van de GGD-regio is te vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee kun je ook opleiding en besteedbaar inkomen in een GGD-regio vergelijken met opleiding en inkomen in andere GGD-regio's en met Nederland.
  • Via het SCP zijn de statusscores beschikbaar. De grafische weergave van deze scores staat ook in de Icoon: ZorgatlasZorgatlas.

Ter illustratie

Het percentage laagopgeleiden in de regio Midden-Holland (37,1%) is iets hoger dan gemiddeld in Nederland (35,4%).

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

Gemeenten

  • De opleiding en het besteedbaar inkomen per inwoner per gemeente kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Hiermee kun je ook opleiding en besteedbaar inkomen in een gemeente vergelijken met opleiding en inkomen in andere gemeenten, de GGD-regio en met Nederland.
  • Via het SCP zijn de statusscores beschikbaar. De grafische weergave van deze scores staat ook in de Icoon: ZorgatlasZorgatlas.
  • De statusscores van de gemeente kun je zo vergelijken met die van andere gemeenten, de GGD-regio en Nederland.

Ter illustratie

In 2007 is het besteedbaar inkomen per inwoner in Nederland gemiddeld 13.300 euro. Gemeenten met inwoners met een hoog besteedbaar inkomen zijn vooral in de noordelijke Randstad te vinden. Zo is Bloemendaal met 22.400 euro de gemeente waar mensen het meest verdienen. Gemeenten met een laag inkomen zijn vooral in het noorden van Nederland geconcentreerd. In Urk is het inkomen met 9.400 euro het laagst. Ook in de gemeente Reiderland is het inkomen laag (11.000 euro per inwoner). Dit is meer dan twee keer zo laag als in de rijkste gemeente Bloemendaal.

Zie figuur 1.

Nederland

  • De opleiding en het besteedbaar inkomen per inwoner per gemeente kun je vinden via Icoon: URL transparantCBS-StatLine.
  • Via het SCP zijn de statusscores beschikbaar. De grafische weergave van deze scores staat ook in de Icoon: ZorgatlasZorgatlas.

Ter illustratie

De statusscore (SCP) is in het noorden van Nederland en in de stedelijke gebieden lager dan de rest van Nederland. In het algemeen zien we verder dat juist de regio's rond de steden beter scoren.

Zie figuur 2.

Figuur 1: Besteedbaar inkomen per inwoner per gemeente in 2007 (Bron: Icoon: URL transparantCBS-StatLine, Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Besteedbaar inkomen per inwoner per gemeente (2007)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaart (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, sociaaleconomische status).

Figuur 2: Sociaaleconomische statusscore per gemeente in 2006 (Bron: Icoon: URL transparantSCP, Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Sociaaleconomische statusscore per gemeente (2006)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaart (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, sociaaleconomische status).

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Berkel-van Schaik AB van, Tax B.Naar een standaardoperationalisatie van sociaal-economische status voor epidemiologisch en sociaal-medisch onderzoek. Den Haag: Ministerie van WVC, 1990.
  • Graaf A de, Loozen S.Wonen zonder partner. CBS Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2006. Voorburg/Heerlen: CBS, 2006b.
  • Hollander AEM de, Hoeymans N, Melse JM, Oers JAM van, Polder JJ. Zorg voor gezondheid. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2006. RIVM-rapport nr. 270061003. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,2006.
  • Jong A de.Gehuwden leven het langst. CBS Maandstatistiek van de bevolking juni 2002. Voorburg/Heerlen: CBS, 2002b: 4-8.
  • Knol F.Van hoog naar laag; van laag naar hoog, de sociaal-ruimtelijke ontwikkeling van wijken in de periode 1971-1995, SCP-Cahier 152. Den Haag: Elsevier Bedrijfsinformatie, 1998.
  • Kunst AE, Meerdink WJ, Varenik N, Polder JJ, Mackenbach JP.Sociale verschillen in zorggebruik en zorgkosten in Nederland 2003. Zorg voor Euro’s - 5. Rotterdam/Bilthoven: Erasmus Medisch Centrum/RIVM, 2007.
  • Verweij GCG, Kardaun JWPF.Gescheidenen roken het meest. CBS Maandbericht Gezondheid. Voorburg/Heerlen: CBS, 1994.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
SCP
Sociaal en Cultureel Planbureau
URL: http://www.scp.nl