Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Gezondheidstoestand
Ziekten en aandoeningen

Vóórkomen van ziekten en aandoeningen

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen van zorgregistraties Gegevens en bronnen van zelfgerapporteerde aandoeningen

Beschrijving en definities

Waarom ziekten en aandoeningen in een regionale volksgezondheidsrapportage?

Het vóórkomen van ziekten en aandoeningen in een bevolking is een maat voor de gezondheidstoestand van die bevolking. Het gaat om welke ziekten in de regio het meest vóórkomen en wat de belangrijkste ziekten zijn in subgroepen van de bevolking, bijvoorbeeld ouderen.

Voorkomen van ziekten wordt uitgedrukt in prevalentie en incidentie

Het vóórkomen van ziekten en aandoeningen wordt uitgedrukt in de prevalentie en/of incidentie. De prevalentie is het aantal personen dat een bepaalde ziekte had op een bepaald moment (puntprevalentie) of in een bepaalde periode heeft gehad (bijvoorbeeld jaarprevalentie).

De incidentie is het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode. Bij de incidentie van griep kan een persoon meerdere keren meetellen (meerdere gevallen), bij diabetes kan een persoon maar één keer meetellen (één persoon).

Zorgregistraties en gezondheidsenquêtes leveren inzicht in prevalentie en incidentie

We onderscheiden hieronder twee manieren om inzicht te krijgen in de prevalentie en incidentie van ziekten en aandoeningen, namelijk op basis van gegevens uit zorgregistraties en op basis van zelfgerapporteerde gegevens uit gezondheidsenquêtes. Cijfers gebaseerd op zorgregistraties en gezondheidsenquêtes kunnen verschillen. Zo zijn er mensen die in een enquête aangeven dat ze een ziekte hebben maar daarvoor geen zorg gebruiken. Ze zijn dan ook niet bekend in zorgregistraties. De cijfers over prevalentie en incidentie zijn gebaseerd op gegevens uit zorgregistraties, in het bijzonder de huisartsenregistraties. Dit betekent dat ziekten waarmee mensen niet naar een zorgverlener gaan, niet geregistreerd worden. De cijfers vormen daarom een onderschatting van het werkelijk aantal mensen met een ziekte. Dit geldt bijvoorbeeld voor psychische stoornissen, waarvoor lang niet altijd hulp wordt gezocht.

Vóórkomen van ziekten en aandoeningen op basis van zorgregistraties

Op basis van gegevens uit verschillende zorgregistraties kan geschat worden hoe vaak verschillende ziekten en aandoeningen vóórkomen. Deze registraties bevatten cijfers over ziekten en aandoeningen waarmee patiënten bijvoorbeeld bij de huisarts komen of waarmee ze in het ziekenhuis terechtkomen. In zorgregistraties wordt onderscheid gemaakt tussen veel verschillende ziektebeelden. Zorgregistraties geven niet altijd een goed beeld van het werkelijk aantal mensen met een ziekte. Voor rugklachten gaat bijvoorbeeld slechts een deel van de mensen naar de huisarts.

Vóórkomen van ziekten en aandoeningen op basis van zelfrapportage

Voor cijfers over de prevalentie van ziekten en aandoeningen kan ook gebruik worden gemaakt van zelfgerapporteerde gegevens. Zo wordt bijvoorbeeld aan mensen gevraagd welke ziekten of aandoeningen ze in de afgelopen twaalf maanden hebben gehad. Voor deze ziekten of aandoeningen hoeven ze niet per se bij een arts te zijn geweest. In gezondheidsenquêtes wordt meestal gevraagd naar het voorkomen van een beperkt aantal ziektebeelden.

Zie voor meer informatie: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpZiekten en aandoeningen (in het Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Indicatoren voor ziekten en aandoeningen

In onderstaande tabel 1 staan de indicatoren die gebruikelijk zijn voor het presenteren van ziekten en aandoeningen. In een regionale VTV toon je vaak een top tien van ziekten en aandoeningen die het meest voorkomen. Omdat er vaak verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in het vóórkomen van veel aandoeningen, presenteren we deze rangordelijstjes vaak voor mannen en vrouwen apart.

Tabel 1: Indicatoren voor het meten van ziekten en aandoeningen.

Indicator

Omschrijving

Incidentie

  • Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode (vaak een jaar).

Puntprevalentie

  • Het aantal personen dat een bepaalde ziekte had op een bepaald moment.

Jaarprevalentie

  • Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.

Naar boven


Gegevens en bronnen van zorgregistraties

Op basis van gegevens van verschillende zorgregistraties, zoals huisartsenregistraties en ziekenhuisregistraties, kan worden geschat hoe vaak verschillende ziekten en aandoeningen voorkomen (zie: Icoon: URL transparantVTV 2014 en Nationaal Kompas: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpZiekten en aandoeningen).

Nauwelijks gegevens uit zorgregistraties op regionaal niveau

Meestal zijn cijfers uit zorgregistraties niet op regionaal niveau beschikbaar. Om een indicatie van het vóórkomen van een ziekte in een regio te krijgen, kun je de landelijke gegevens omrekenen naar de bevolking van de GGD-regio door rekening te houden met de bevolkingsopbouw in die regio. Verschillen tussen GGD-regio's zijn alleen zichtbaar als er verschillen zijn in bevolkingsopbouw. Een GGD-regio met een oudere populatie zal voor een ouderdomsziekte een hogere prevalentie hebben dan een GGD-regio met een jongere populatie. Bij het omrekenen van landelijke gegevens naar de GGD-populatie ga je er impliciet vanuit dat de leeftijds- en geslachtsspecifieke incidentie- en prevalentiecijfers voor Nederland ook gelden voor de GGD-regio. Hoewel dit niet altijd het geval zal zijn, krijg je voor de meeste ziekten wel een redelijke indicatie van de prevalentie en incidentie in een regio. Voor ziekten waarvan je weet dat er grote regionale verschillen bestaan, geldt dit uiteraard niet. Zo kun je geen omrekening maken op basis van landelijke cijfers voor de ziekte aids en ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Aids komt namelijk vooral voor in de grote steden en de RVP-ziekten komen meer dan gemiddeld voor in gebieden met een lagere vaccinatiegraad.

Berekening regiospecifieke cijfers

  • Meestal zijn geen cijfers beschikbaar per GGD-regio. Wel kun je de schattingen van de landelijke prevalentie- en incidentiecijfers omrekenen voor jouw GGD-regio door rekening te houden met de bevolkingsopbouw in die regio. Alleen door verschillen in bevolkingsopbouw zien we dan verschillen in prevalentie- en incidentiecijfers tussen GGD-regio's.
  • Zie voor het omrekenen van de Nederlandse cijfers naar regio-cijfers de uploadfile onder deze opsomming. Daar vind je de incidentie- en prevalentiecijfers van ziekten en aandoeningen in Nederland in 2011 gebaseerd op zorgregistraties. In het bestand staan verdere instructies voor de berekeningen. Voor de berekeningen heb je de populatiecijfers naar leeftijd en geslacht van jouw GGD-regio nodig.
  • Hierbij ga je er impliciet vanuit dat de leeftijds- en geslachtsspecifieke incidentie- en prevalentiecijfers voor Nederland ook gelden voor de GGD-regio. Voor de meeste ziekten krijg je dan wel een redelijke indicatie van de prevalentie en incidentie in jouw regio.
  • Let op: voor sommige aandoeningen, zoals aids en ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma, geldt dit niet. Een omrekening voor deze aandoeningen raden we dan ook af.

Downloadfile: Landelijke incidentie en prevalentie (VTV-2014) omrekenen naar GGD-regio (Excel; 955 Kb)

Geen betrouwbare recente cijfers over ziekenhuisopnamen

De Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') presenteert ziekenhuisopnamen voor een aantal ziekten en aandoeningen voor gemeenten en voor GGD-regio's. Deze cijfers in de Zorgatlas hebben betrekking op de periode 2001-2004. Deze gegevens zijn lastig te actualiseren.

Onderstaande tabel 2 geeft aan waar informatie te vinden is over de prevalentie- en incidentiecijfers van ziekten en aandoeningen uit zorgregistraties.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • Nationaal Kompas Volksgezondheid

Gemeenten

  • Niet mogelijk

Vergelijking GGD-regio met gemeenten

  • Niet mogelijk

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Nationaal Kompas (mogelijk op basis van demografie, echter niet echt zinvol)

Ter illustratie

Hieronder volgt een illustratie van de beschrijving van informatie over de incidentie van ziekten en aandoeningen op het niveau van GGD-regio’s.

Voorbeeld 1

De (sub)acute ziekten met de hoogste incidentie in Zeeland zijn: bovenste luchtweginfecties, nek- en rugklachten, urineweginfecties, onderste luchtweginfecties, privé-ongevallen en sportblessures. Dit zijn over het algemeen gezondheidsproblemen met een korte duur.

Zie: Gezondheid boven water in Zeeland (Zeeland 2008) (Pdf; 12,5 Mb)

Naar boven


Gegevens en bronnen van zelfgerapporteerde aandoeningen

Welke gegevens zijn beschikbaar over zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen?

De Gezondheidsmonitor levert landelijke, regionale en lokale informatie over lichamelijk functioneren. De Gezondheidsmonitor van GGD'en, CBS en RIVM bestaat uit de gegevens van de GGD-monitors en uit een deel van de CBS-Gezondheidsenquête. Deze monitor levert eens in de vier jaar cijfers over volwassenen. De CBS-Gezondheidsenquête levert jaarlijks landelijke cijfers voor mensen van 12 jaar en ouder. De vraagstellingen in de Gezondheidsmonitor en de Gezondheidsenquête zijn op elkaar afgestemd.

Er is gevraagd naar negentien ziekten of aandoeningen. Respondenten konden aangeven of ze deze ziekten en aandoeningen in de afgelopen twaalf maanden hebben gehad en of ze voor de ziekte of aandoening onder behandeling of controle waren bij de huisarts of een specialist. Het gaat om de volgende ziekten of aandoeningen: een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct; een hartinfarct; een andere ernstige hartaandoening zoals hartfalen of angina pectoris; kanker; migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn; hoge bloeddruk; vernauwing van de bloedvaten in de buik of de benen; astma of COPD; psoriasis; chronisch eczeem; duizeligheid met vallen; ernstige of hardnekkige darmstoornis, langer dan 3 maanden; onvrijwillig urineverlies; gewrichtsslijtage van heupen of knieën; chronische gewrichtsontsteking; ernstige of hardnekkige aandoening van de rug; een ernstige of hardnekkige aandoening van nek of schouder; een andere ernstige of hardnekkige aandoening van elleboog, pols of hand; of suikerziekte. Alleen bij suikerziekte is niet aan de periode van 12 maanden gerefereerd.

In de Gezondheidsmonitor zijn indicatoren aangemaakt waarmee percentages berekend kunnen worden, waaronder:

  • percentage met 1 of meer chronische aandoeningen (in de afgelopen 12 maanden);
  • percentage dat onder behandeling is van een huisarts / specialist voor 1 of meer chronische aandoeningen (in de afgelopen 12 maanden).

Voor gemeenten, GGD-regio's en Nederland als geheel staan zelfgerapporteerde gegevens over het vóórkomen van ziekten en aandoeningen uit de Gezondheidsmonitor in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') en op Statline van het CBS. In de Zorgatlas staan percentages voor de gehele 19+ bevolking (geen uitsplitsing naar 19-64 jarigen en ouderen van 65 jaar en ouder). Op Statline staan zowel percentages voor de gehele 19+ bevolking als voor volwassenen (19-64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

Zie voor meer informatie: Icoon: Interne link naar documentGezondheidsmonitor.

De Icoon: URL transparantLokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid levert informatie over jongeren en kinderen.

Onderstaande tabel 3 geeft aan welke bronnen je kunt gebruiken voor het berekenen van prevalentie- en incidentiecijfers van zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen.

Tabel 3 Bronnen over zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen.

Presentatieniveau gegevens

Bron

Gemeenten

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline)
  • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

GGD-regio

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête
  • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

Vergelijking GGD-regio met gemeenten

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline)
  • Jongeren en kinderen: Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Volwassenen en ouderen: Gezondheidsmonitor (zie Zorgatlas en Statline), Gezondheidsenquête

Ter illustratie

Hieronder volgen enkele illustraties van de beschrijving van informatie over ziekten en aandoeningen. De genoemde cijfers zijn veelal verouderd. Zie voor recente cijfers over ziekten en aandoeningen:

Voorbeeld 2

De meest voorkomende chronische aandoeningen onder 18-65-jarigen in de regio Midden-Holland zijn migraine en hoge bloeddruk. Onder 65-plussers zijn een hoge bloeddruk en artrose de meest gerapporteerde chronische aandoeningen.

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

Voorbeeld 3

In de gemeenten Nieuwerkerk aan den IJssel en Waddinxveen rapporteren volwassenen relatief vaker één of meer chronische aandoeningen dan in de andere gemeenten in de regio Midden-Holland. Volwassenen in Schoonhoven rapporteren significant vaker kanker dan gemiddeld in de regio (3,3% versus 1,3%) en in Waddinxveen rapporteren ze significant vaker chronische gewrichtsaandoeningen dan gemiddeld (9,8% versus 3,8%).

Zie: Groeien in gezondheid (Midden-Holland 2006) (Pdf; 9,95 Mb)

Voorbeeld 4

In Nederland geeft gemiddeld 3,7% van de bevolking aan dat ze gedurende het afgelopen jaar diabetes mellitus hebben gehad. De regio Kennemerland heeft het laagste percentage inwoners met diabetes (2,0%).

2,2% van de bevolking in Nederland geeft aan dat ze ooit een hartinfarct heeft gehad. Het hoogste percentage inwoners met een doorgemaakt hartinfarct is te vinden in de regio Rivierenland (4,2%).

Naar boven

Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.