Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV

Preventie

Preventie is een determinant van gezondheid in het VTV-model. Voor de regionale VTV is preventie een belangrijk onderwerp omdat gemeenten op basis van de Wet publieke gezondheid (Wpg) verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg. In de regionale VTV staat bij het onderwerp preventie vooral informatie over het huidige aanbod en bereik van preventie in een regio.

Dit onderdeel van de beschrijft een aantal indicatoren waarmee je de situatie op onderdelen van preventie in een regio in kaart kunt brengen. Het gaat om de speerpunten van het landelijk preventiebeleid (roken, alcoholgebruik, overgewicht, diabetes, depressie) en om indicatoren voor vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma, griepvaccinaties, bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker. Per indicator krijg je informatie over waarom deze indicator opgenomen zou moeten worden in een regionale VTV en welke bronnen je het beste kunt gebruiken.

Algemeen

Preventie gericht op determinanten

Preventie van ziekten en aandoeningen

Preventie
Algemeen

Preventie

Algemeen Indeling preventie

Algemeen

Waarom preventie in een regionale VTV?

Preventie levert een belangrijke bijdrage aan de volksgezondheid in Nederland. Preventie is een determinant van gezondheid in het VTV-model (zie figuur 1). Bij preventie gaat het om de invloed van preventieve maatregelen op gezondheid en ziekte. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken voor de publieke gezondheidszorg en de collectieve preventie in hun gemeente. Preventie kan dus worden ingezet om de gezondheid te beïnvloeden en kan daarmee een belangrijk onderdeel zijn van een regionale VTV.

Met preventie zorgen dat mensen gezond blijven en ziekten voorkomen

Preventie heeft twee doelen. Het ene doel van preventie is te zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te beschermen. Het tweede doel van preventie is (complicaties van) ziekten en aandoeningen te voorkómen of in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen.

Preventie kan aangrijpen op verschillende stadia tussen ziek en gezond

Preventieve interventies kunnen ingezet worden in verschillende stadia tussen gezondheid en ziekte.

  • Bij gezonde personen bevordert en beschermt preventie actief de gezondheid.
  • Bij personen met één of meerdere risicofactoren (determinanten) voor een bepaalde ziekte of aandoening probeert preventie die ziekte of aandoening te voorkómen. Preventie kan ook determinanten versterken die gunstig zijn voor de gezondheid. De determinanten kunnen gerelateerd zijn aan het gedrag van personen, maar ook aan hun fysieke en sociale omgeving.
  • Bij personen met gezondheidsproblemen probeert preventie te voorkómen dat de klachten zich ontwikkelen tot een daadwerkelijke ziekte of aandoening.
  • Preventie kan ook voorkómen dat een bestaande ziekte of aandoening leidt tot complicaties, beperkingen of een lagere kwaliteit van leven.
  • Preventie kan zich ook richten op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen die ontstaan ten gevolge van een chronische ziekte. Soms heeft preventie tot doel om te voorkomen dat complicaties van een ziekte leiden tot blijvende beperkingen of sterfte.

Preventieve interventies op verschillende locaties uitgevoerd

Preventieve interventies kunnen op verschillende locaties worden uitgevoerd, ze worden vooral uitgevoerd in de zorg, school, de wijk, de werkplek en de gemeente. Bij een settinggerichte benadering richt preventie zich zowel op personen zelf als op de omgeving waar die personen zich bevinden.

Aanbod leefstijlinterventies in I-database

In Nederland zijn inmiddels duizenden preventieve interventies beschikbaar en er komen er steeds meer bij. In de Interventiedatabase van het Loket gezond leven staat een groot deel van het aanbod van leefstijlinterventies die in Nederland worden uitgevoerd. Het Centrum Gezond Leven heeft hierbij een coördinerende en faciliterende rol.

Preventie bij wet geregeld

Naast de algemene bepalingen in de Grondwet kent Nederland verschillende wetten om de gezondheid van de bevolking te beschermen of te bevorderen. De Wet publieke gezondheid (Wpg) vormt op dit moment het belangrijkste wettelijke kader. Publieke gezondheidszorg is op grond van de Wpg een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en de landelijke overheid. Zij vervullen daarin zowel eigen als complementaire taken. De Wpg omschrijft Publieke gezondheidszorg als 'gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten.’

Preventiecyclus is basis voor Nederlandse gezondheidsbeleid

De basis voor het Nederlandse gezondheidsbeleid is de preventiecyclus (zie figuur 2). Dit is een vierjarige beleidscyclus die is vastgelegd in de Wpg. In deze cyclus brengt het RIVM elke vier jaar de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) uit. Deze verkenning bevat epidemiologische analyses met kernboodschappen gericht aan het ministerie van VWS en vormt zo de basis voor het landelijke volksgezondheidsbeleid. Aan de hand van deze verkenning stelt de minister van VWS de beleidsprioriteiten vast. Deze beleidsprioriteiten vormen de kaders waarbinnen gemeenten verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van lokaal beleid. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) toetst aan dit beleid de stand van zaken van de openbare gezondheidszorg (OGZ) en publiceert de Staat van de Gezondheidszorg.

Gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering taken

Vanuit de Wpg zijn gemeenten primair (bestuurlijk) verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg. Het gaat hierbij om:

  • algemene bevorderingstaken (artikel 2), zoals de afstemming van de publieke gezondheidszorg met de curatieve gezondheidszorg, epidemiologie, gezondheidsbevordering en medische milieukunde;
  • jeugdgezondheidszorg tot 19 jaar (artikel 5);
  • ouderengezondheidszorg vanaf 65 jaar (artikel 5a);
  • infectieziektebestrijding (artikel 6).

Selectie van indicatoren voor preventie voor een regionale VTV

De in deze Toolkit beschreven indicatoren van preventie vormen een selectie van alle indicatoren. Als uitgangspunt voor de selectie van indicatoren voor preventie in de Toolkit hebben de landelijke speerpunten gediend uit de preventienota 'Kiezen voor gezond leven' van VWS. In deze preventienota zijn vijf speerpunten benoemd: preventie van roken, overgewicht en schadelijk alcoholgebruik en preventie van diabetes en depressie. Daarnaast hebben we in de Toolkit een aantal indicatoren voor preventie opgenomen die te maken hebben met ziektepreventie. In lokale nota's volksgezondheid kunnen afwijkende speerpunten worden benoemd die je eveneens kunt opnemen in de regionale VTV.

De uiteindelijke selectie van indicatoren voor preventie wordt onder andere bepaald door de beschikbaarheid van (recente) gegevens op landelijk en/of regionaal niveau. In de Toolkit zijn de volgende onderwerpen met betrekking tot preventie uitgewerkt:

Preventie gericht op determinanten

Preventie gericht op ziekten en aandoeningen

Met behulp van gegevens over de verschillende onderdelen van preventie wordt in een regionale VTV met name geprobeerd antwoord te geven op de vragen: 'Wat is het huidige aanbod van (effectieve) preventieve maatregelen in een regio?' en 'Wat is het bereik van (effectieve) preventieve maatregelen in een regio?'.

Zie voor meer informatie:

Publieke gezondheidszorg

Integraal gezondheidsbeleid

kompasPreventie (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Figuur 1: Conceptuele model uit de VTV (RIVM).

VTV-model (Rijksbreed)

Figuur 2: Preventiecyclus voor Nederlands gezondheidsbeleid.

Preventiecyclus

Naar boven


Indeling preventie

Verschillende indelingen van preventie in gebruik

Er zijn grofweg vier indelingen van preventie in gebruik, namelijk naar: (1) doelgroep, (2) type maatregel, (3) fase in het ziekteproces, en (4) methode van uitvoering.

Preventie vaak gericht op specifieke doelgroep

Preventie is in de praktijk vaak gericht op een specifieke doelgroep van mensen die extra bescherming nodig hebben of van mensen die meer risico lopen ziek te worden door bijvoorbeeld hun leefstijl. De doelgroepen worden onderscheiden naar de fase in het ziekteproces: van de gezonde bevolking (universeel) naar specifieke risicogroepen in de bevolking (selectief), naar mensen met beginnende klachten (geïndiceerd) tot mensen met een ziekte (zorggerelateerd).

Preventie van oudsher ingedeeld naar type maatregel

Preventieve maatregelen worden van oudsher ingedeeld naar het type maatregel: ziektepreventie, gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming:

  • Ziektepreventie omvat maatregelen die gericht zijn op het voorkómen van specifieke ziekten of op de vroege signalering daarvan. Belangrijke maatregelen zijn vaccinaties, screening en preventieve medicatie.
  • Gezondheidsbevordering richt zich op het bevorderen en in stand houden van een gezonde leefstijl en van een gezonde sociale en fysieke omgeving.
  • Gezondheidsbescherming heeft als doel de bevolking te beschermen tegen gezondheidsbedreigende factoren. Bekende maatregelen betreffen de kwaliteitsbewaking van drink- en zwemwater, afvalverwijdering en verkeersveiligheid.

Preventie naar fase in ziekteproces: primaire, secundaire en tertiaire preventie

Preventie naar ziektestadium in het ziekteproces is ingedeeld in primaire, secundaire en tertiaire preventie. Deze indeling is afkomstig uit de gezondheidszorg:

  • Onder primaire preventie vallen activiteiten die voorkómen dat gezonde mensen een bepaald gezondheidsprobleem, ziekte of ongeval krijgen.
  • Bij secundaire preventie worden ziekten of afwijkingen in een vroeg stadium opgespoord bij personen die ziek zijn, een verhoogd risico lopen of een bepaalde genetische aanleg hebben. De ziekte kan daardoor eerder worden behandeld, zodat deze eerder geneest of niet erger wordt.
  • Bij tertiaire preventie bestaat de doelgroep uit patiënten en worden complicaties en ziekteverergering voorkomen. Ook het bevorderen van de zelfredzaamheid van patiënten valt hieronder.

Preventie naar methode van uitvoering gebaseerd op vijf pijlers

Voor het samenstellen van een interventieprogramma in de praktijk hanteert de Handreiking gezonde gemeente een indeling op basis van de methode van uitvoering. Het gaat om de volgende vijf pijlers:

  • Inrichting van de fysieke en sociale omgeving, zoals: rookvrije schoolpleinen, het creëren van meer speelruimte in de wijk, aanpassingen in de infrastructuur van aandachtswijken, normen.
  • Regelgeving en handhaving, bijvoorbeeld: wetten, vergunningen, leeftijdsgrenzen, reclamebeleid, handhaven van regels of prijsmaatregelen (zoals accijnzen of subsidies).
  • Voorlichting en educatie aan groepen, zoals: groepsvoorlichting en lesprogramma’s over een gezonde leefstijl op school, landelijke publiekscampagnes.
  • Signalering en individueel advies, zoals het preventieconsult, signalering overgewicht op scholen of consultatiebureaus, landelijke screeningsprogramma’s en screening van soa bij risicogroepen of gerichte voorlichting aan ouders op het consultatiebureau. Richtlijnen kunnen het proces van signalering en advies standaardiseren.
  • Ondersteuning, bijvoorbeeld: kortdurende adviesgesprekken door de huisarts, groepscursussen in de GGZ of beweegprogramma’s.

Naar boven

Preventie
Preventie gericht op determinanten

Preventie gericht op roken

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over de preventie van roken in een regionale VTV?

Roken is een belangrijke determinant van gezondheid. Roken is een van de vijf speerpunten van het ministerie van VWS in haar preventiebeleid. Preventie van deze vermijdbare risicofactor kan een grote bijdrage leveren aan het voorkomen van een breed scala aan ziekten zoals longkanker, COPD en hart- en vaatziekten. Aandacht voor de preventie van roken in het lokale gezondheidsbeleid is dus van belang. Er is op dit terrein nog veel ruimte voor verbetering: in slechts 10% van de gemeentelijke beleidsnota's volksgezondheid is preventie van roken een aandachtspunt (Icoon: URL transparantSTIVORO lokaal beleid).

Integrale aanpak nodig om roken tegen te gaan

Een integrale aanpak op zowel nationaal als lokaal niveau is nodig om roken tegen te gaan. Deze aanpak bestaat uit een mix van interventiemaatregelen voor verschillende doelgroepen en met verschillende (lokale) partijen (waaronder zorgaanbieders). Rookbeleid moet zich uitstrekken over verschillende (beleids)sectoren, zowel op landelijk als op gemeentelijk niveau.

Zie voor meer informatie:  

Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpRoken (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Indicatoren voor preventie gericht op roken

Het aanbod aan en het bereik van interventies geven zicht op de stand van zaken rondom preventie van roken in een bepaalde regio. De beschikbaarheid van gegevens bepaalt grotendeels de keuze van de indicatoren. De Richtlijn Tabakspreventie in Lokaal Gezondheidsbeleid van Stivoro geeft een overzicht van kansrijke interventies (Icoon: URL transparantSTIVORO lokaal beleid).

Indicator

Omschrijving

Aanbod

  • Aanbod van (effectieve) preventie interventies in de regio.

Bereik

  • Bereik van de effectieve interventies uit de Richtlijn Tabakspreventie in Lokaal Gezondheidsbeleid (STIVORO lokaal beleid).

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar over preventie van roken?

Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies op het gebied van roken in een bepaalde regio kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase (Icoon: URL transparantInterventiedatabase). De I-database is een landelijke databank van het Centrum Gezond Leven met projecten en activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering en preventie.

I-database geeft geen compleet voor alle regio's

De I-database zal echter in de meeste regio's geen compleet beeld leveren van de preventieactiviteiten in die regio. Lang niet alle aanbieders van activiteiten zetten hun projecten in de databank. Verder worden gegevens over de kwaliteit en bereik van de interventies vaak niet ingevuld.

Stivoro geeft informatie over regionale interventies

De Richtlijn Tabakspreventie in Lokaal Gezondheidsbeleid van Stivoro geeft een overzicht van kansrijke interventies (Icoon: URL transparantSTIVORO lokaal beleid).

Voor de GGD-regio's en Nederland staat het percentage rokers van 12 jaar en ouder dat een stoppen-met-rokenadvies ('advies op maat') bij STIVORO heeft aangevraagd in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas', zie: Interventies (Zorgatlas). Gegevens per gemeente zijn niet beschikbaar.

Presentatieniveau gegevens

Bron

Aanbod interventies

GGD-regio

  • I-database

Gemeenten

  • I-database

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • I-database

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Niet mogelijk

Bereik

GGD-regio

  • Zorgatlas

Gemeenten

  • Niet mogelijk

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • Niet mogelijk

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Zorgatlas

GGD-regio

  • Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de Icoon: URL transparantInterventiedatabase
  • Cijfers over het bereik van stoppen-met-rokenadvies ('advies-op-maat') van STIVORO zijn te vinden in de Zorgatlas.

Ter illustratie

In de regio Hart voor Brabant zijn in totaal twaalf preventieprojecten voor roken opgenomen in de I-database. De projecten zijn divers van aard. Zij variëren van publieksinformatie en rookpreventie via scholen tot basisaanbod aan eerstelijns(gezondheids)zorg en risicogroepen.

Zie: Gezondheid Telt! In Hart voor Brabant

Gemeenten

  • Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de Icoon: URL transparantInterventiedatabase

Ter illustratie

Aan volwassenen in Gouda biedt de GGD Midden-Holland in samenwerking met het Transmuraal Centrum, de Stop-met-roken cursus Pakje Kans aan.

Zie: Icoon: urlGroeien in Gezondheid (Midden-Holland)

Nederland

  • De Zorgatlas presenteert gegevens van Stivoro over het bereik van het stoppen-met-roken advies ('advies op maat') per GGD-regio; deze cijfers zijn dus bruikbaar voor een vergelijking van de GGD-regio met Nederland.

Ter illustratie

In het jaar 2006 hebben meer dan 9.700 rokers het Advies op Maat aangevraagd. Dit komt overeen met tuim 22 aanvragen per 10.000 rokers. Het grootste aandeel aanvragers komt uit de GGD-regio Utrecht (40,2 aanvragen per 10.000 rokers). In de regio Noord- en Midden-Limburg is het aandeel rokers dat het advies heeft aangevraagd het kleinst (15,6 aanvragen per 10.000 rokers).

Zie figuur 1.

Figuur 1: Stoppen-met-rokenadvies: aantal rokers dat een Advies op Maat heeft aangevraagd, per GGD-regio (Bron: zorgatlas.nl).

Stoppen-met-rokenadvies 2006, per GGD-regio

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, interventies). 

Naar boven

Preventie
Preventie gericht op determinanten

Preventie gericht op schadelijk alcoholgebruik

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom preventie van schadelijk alcoholgebruik in een regionale VTV?

Preventie van schadelijk alcoholgebruik is één van de speerpunten in de preventienota van het ministerie van VWS. Schadelijk alcoholgebruik heeft talrijke gevolgen voor de volksgezondheid. Voorbeelden hiervan zijn leveraandoeningen, verschillende vormen van kanker, verkeersongevallen, valincidenten, depressie en verslaving. Met alcoholmatiging is dan ook veel gezondheidswinst te behalen.

Alleen samenhangende aanpak doeltreffend

Om schadelijk alcoholgebruik tegen te gaan, blijkt alleen een samenhangende aanpak doeltreffend. Verschillende beleidsinstrumenten worden daarom tegelijk ingezet, zoals voorlichting, wetgeving, zelfregulering door de branche, hulpverlening en accijnsheffing. Ondanks deze mix aan instrumenten ontbreekt vooralsnog vaak een eenduidige, samenhangende aanpak (De Hollander et al., 2006). Gemeenten hebben een belangrijke rol in alcoholpreventie. De Voedsel- en Warenautoriteit heeft een handleiding lokaal alcoholbeleid samengesteld, ter ondersteuning van integraal alcoholbeleid op gemeentelijk niveau.

Zie voor meer informatie:

Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpAlcoholgebruik: preventie en beleid (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Indicatoren voor preventie van schadelijk alcoholgebruik

Het aanbod en bereik van interventies geven zicht op de stand van zaken rondom de preventie van (schadelijk) alcoholgebruik in een bepaalde regio. De beschikbaarheid van voldoende regionale en nationale gegevens bepaalt grotendeels de keuze van de indicatore. De Icoon: URL transparanthandleiding lokaal alcoholbeleid geeft een overzicht van kansrijke interventies.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren.

Tabel 1: Overzicht van indicatoren.

Indicator

Omschrijving

Bereik

  • bereik van interventies

Aanbod

  • aanbod van interventies

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor het in kaart brengen van activiteiten op het gebied van alcoholpreventie?

Gegevens over het aanbod aan (effectieve) interventies op het gebied van schadelijk alcoholgebruik in een bepaalde regio kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase (Icoon: URL transparantInterventiedatabase) van het Centrum Gezond Leven (CGL). Dit is een landelijke databank met projecten en activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering en preventie.

Interventiedatabase geeft niet voor alle regio's compleet beeld

De Interventiedatabase zal echter voor de meeste regio's geen compleet beeld geven van alle preventie-activiteiten in die regio. Niet alle aanbieders van activiteiten zetten hun projecten in de databank. Verder worden gegevens over kwaliteit en bereik van de interventies vaak niet ingevuld.

Tabel 2: Bronnen informatie over schadelijk alcoholgebruik. 

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • I-database

Gemeenten

  • I-database

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • I-database

Vergelijking GGD-regio met Nederland

-

GGD-regio

  • Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase.
  • Cijfers over het bereik van regionale interventies uit de Interventiedatabase, indien beschikbaar.

Ter illustratie

In de regio West-Brabant zijn in totaal 22 preventieprojecten voor alcohol opgenomen in de I-database. Hiervan worden zestien projecten uitgevoerd door Novadic-Kentron, vijf door de GGD en één door de GGZ Westelijk Noord-Brabant.

Zie: Gezondheid Telt! In West-Brabant

Gemeenten

  • Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de Icoon: URL transparantInterventiedatabase.
  • Cijfers over het bereik van regionale interventies uit de Interventiedatabase, indien beschikbaar.

Nederland

  • Van de campagne Gezonde School en Genotmiddelen zijn landelijke cijfers bekend over aanbod en bereik (zie: Alcoholgebruik: Preventie en beleid (Nationaal Kompas Volksgezondheid). Regionale bereikgegevens kunnen hiermee worden vergeleken.

Naar boven

Preventie
Preventie gericht op determinanten

Preventie gericht op overgewicht

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over preventie van overgewicht in een regionale VTV?

De preventie van overgewicht is een van de vijf speerpunten van het ministerie van VWS. De preventie van overgewicht is gericht op een betere balans tussen energie-inname en energiegebruik. Het gaat dus niet alleen om minder eten, maar ook om het stimuleren van een actieve leefstijl.

Preventieaanbod gericht op overgewicht erg versnipperd

Op dit moment is in Nederland het preventieaanbod gericht op overgewicht erg versnipperd, zowel in de praktijk als in het beleid. Het ontbreekt aan een overkoepelende visie en eenduidige doelstellingen. Veel partijen zien de noodzaak tot actie en zetten er (grootschalig) op in. Diverse activiteiten op het gebied van gezonde voeding, het bevorderen van lichamelijke activiteit of een combinatie van beide worden geïnitieerd om overgewicht te voorkómen.

Integrale aanpak nodig om overgewicht tegen te gaan

Een integrale aanpak op zowel nationaal als lokaal niveau is nodig om overgewicht tegen te gaan. Deze aanpak bestaat uit een mix van interventiemaatregelen voor verschillende doelgroepen en met verschillende (lokale) partijen (waaronder zorgaanbieders). Overgewichtbeleid moet zich uitstrekken over verschillende (beleids)sectoren, zowel op landelijk als op gemeentelijk niveau.

Indicatoren voor preventie van overgewicht

Het aanbod en het bereik van preventieve interventies gericht op overgewicht, geven zicht op de stand van zaken rondom de preventie van overgewicht in een bepaalde regio. De beschikbaarheid van gegevens bepaalt grotendeels de keuze van de indicatoren.

Tabel 1: Aanbod en het bereik van preventieve interventies gericht op overgewicht.

Indicator

Omschrijving

Aanbod

  • Aanbod van (effectieve) preventieve interventies in de regio.

Bereik

  • Bereik van effectieve interventies.

Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpPreventie gericht op overgewicht (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar over preventie van overgewicht?

Gegevens over het aanbod aan (effectieve) interventies op het gebied van overgewicht kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase (Icoon: URL transparantInterventiedatabase). Dit is een landelijke databank van het Centrum Gezond Leven (CGL) met projecten en activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering en preventie.

Interventiedatabase geeft niet altijd compleet beeld van alle regio's

De I-database zal echter in de meeste gevallen geen compleet beeld geven van de preventie-activiteiten in die regio. Lang niet alle aanbieders van activiteiten zetten hun projecten in de databank. Verder worden gegevens over de kwaliteit en het bereik van de interventies vaak niet gevuld.

Zorgatlas geeft regionale informatie over aantal interventieprojecten

Voor de GGD-regio's en Nederland staat het bereik van een aantal projecten in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). Zie: Icoon: URL transparantInterventies (Nationale Atlas Volksgezondheid). Gegevens per gemeente zijn niet beschikbaar.

Tabel 2: Mogelijke bronnen.

Presentatieniveau gegevens

Bron

Aanbod interventies

GGD-regio

  • I-database

Gemeenten

  • I-database

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

-

Vergelijking GGD-regio met Nederland

-

Bereik

GGD-regio

  • Zorgatlas

Gemeenten

-

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

-

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Zorgatlas

GGD-regio

Ter illustratie

De preventieprojecten overgewicht zijn in de I-database onderverdeeld in preventieprojecten voor voeding en preventieprojecten voor bewegen. Voor bewegen zijn in de I-database veertien preventieprojecten in de regio West-Brabant opgenomen. Het gaat om zeven BOS-projecten in de gemeenten Woensdrecht, Zundert, Etten-Leur, Halderberge en Roosendaal, zes projecten van de GGD West-Brabant, waarvan drie projecten zich ook op voeding richten, en één project van de gemeente Breda.

Zie: Icoon: URL transparantGezondheid Telt! In West-Brabant

Gemeenten

  • Gegevens over het aanbod aan (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase.

Ter illustratie

In Waddinxveen probeert men de openbare ruimte in een nieuwbouwwijk dusdanig in te richten dat deze uitnodigt tot meer bewegen ('bewegingsbevorderend bouwen').

Zie: Icoon: urlGroeien in Gezondheid (Midden-Holland).

Nederland

Ter illustratie

In de periode van oktober 2004 t/m september 2005 heeft 33% van alle schoollocaties een informatie pakket van het project de Gezonde Schoolkantine aangevraagd. Dat komt overeen met 405 schoollocaties. De GGD-regio Utrecht scoort het laagst. 15% van de schoollocaties in die regio heeft een pakket ontvangen.

Zie figuur 1.

Figuur 1: Gezonde Schoolkantineproject 2004 t/m 2005: aantal schoollocaties per GGD-regio dat een informatiepakket heeft aangevraagd (Bron: Icoon: ZorgatlasZorgatlas).

Gezonde Schoolkantineproject 2004-2005 per GGD-regio

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (Icoon: ZorgatlasZorgatlas, interventies). 

Naar boven

Preventie
Jeugd en maatschappelijke zorg

Jeugdgezondheidszorg (JGZ)

Beschrijving en definitie Gegevens en bronnen

Beschrijving en definitie

Waarom gegevens over jeugdgezondheidszorg in een regionale volksgezondheidsrapportage?

Op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg, 2008) en het aangepaste Besluit Publieke Gezondheid (2015) bieden gemeenten aan alle jongeren van 0-18 jaar jeugdgezondheidszorg aan. Doel van de vernieuwing is het basispakket te moderniseren op grond van nieuwe wetenschappelijke inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen en beter te laten aansluiten op de Stelselwijziging Jeugd.

De JGZ draagt bij aan het gezond en veilig opgroeien van kinderen in Nederland. Gemeenten zijn er voor verantwoordelijk dat het nieuwe basispakket beschikbaar is en actief wordt aangeboden aan alle kinderen en jongeren tot 18 jaar. Zij geven de uitvoering samen met de JGZ-organisaties vorm.

Jeugdgezondheidszorg is preventieve gezondheidszorg voor 0-18-jarige kinderen

Jeugdgezondheidszorg is preventieve gezondheidszorg die aan alle kinderen van nul tot achttien jaar in Nederland wordt aangeboden. Zodoende wordt de preventieve zorg voor alle kinderen in Nederland op een voldoende hoog peil gehouden. Het doel van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) is het bevorderen, bewaken en beschermen van de gezonde en veilige ontwikkeling van het individuele kind. Daartoe heeft JGZ alle kinderen 0-18 in beeld. JGZ ondersteunt kinderen, jongeren en ouders zodanig dat zij regie kunnen hebben over de eigen gezondheid en ontwikkeling. De JGZ geeft informatie en advies aan kinderen, jongeren en ouders over een gezonde en veilige ontwikkeling. Daarnaast volgt de JGZ kinderen in hun ontwikkeling en signaleert (dreigende) stoornissen en risico’s om tijdig adequate ondersteuning, korte interventies, doorverwijzing of andere vormen van hulpverlening te kunnen aanbieden. De kern van het basispakket Jeugdgezondheidszorg is:

  • Systematisch volgen van de lichamelijke, psychosociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen en jongeren.
  • Beoordelen van de ontwikkeling in relatie tot de sociale, pedagogische en fysieke omgeving van de kinderen en jongeren en het gezin waarin ze opgroeien.
  • Tijdig signaleren van problemen en vroegtijdig opsporen van specifieke stoornissen.
  • Geven van preventieve voorlichting, advies, instructie en begeleiding, individueel of in groepen, gericht op het versterken van de eigen kracht van ouders en jongeren. De onderwerpen waarop de voorlichting en het advies zijn gericht staan beschreven in het besluit (artikel 6). Er zijn onderwerpen toegevoegd zoals overgewicht, kindermishandeling (waaronder vrouwelijke genitale verminking en shaken baby syndroom), internetgebruik en gameverslaving.
  • Ontzorgen en normaliseren door het geven van voorlichting, advies en ondersteuning of door het voeren van enkele gesprekken om ouders en jongeren te ondersteunen en gerust te stellen, indien nodig.
  • Beoordelen of extra ondersteuning, hulp of zorg nodig is en direct de juiste zorg of hulp erbij halen.
  • Samenwerken met professionals uit onderwijs, voorschoolse voorzieningen, jeugdhulp, verloskundigen, kraamzorg, huisartsen en andere curatieve zorgverleners, buurtteams en andere relevante partijen. Dit is zowel van belang voor het signaleren als voor het kunnen bieden van goede en snelle zorg en ondersteuning.
  • Adviseren van gemeenten en scholen over collectieve maatregelen/activiteiten op basis van analyse van verkregen gegevens.

Meer informatie: De factsheet Icoon: URL transparantNieuw basispakket Jeugdgezondheidszorg (december 2014) geeft kort aan wat het nieuwe basispakket inhoudt en wat er verandert.

In artikel 5.3 van de Wpg staat vermeld dat de jeugdgezondheidszorg verplicht is om gegevens digitaal op te slaan bij de uitvoering van haar taken. Gegevens die de JGZ verzamelt, kunnen gemeenten niet alleen gebruiken in hun gezondheidsbeleid, maar ook in het beleid in het kader van de Jeugdwet.

Landelijk professioneel kader Basispakket JGZ

Een kind (en zijn/haar) ouders heeft tot het 18e jaar recht op 20 contactmomenten met de JGZ. In het Landelijk professioneel kader Basispakket JGZ (NCJ, 2014b) wordt beschreven hoe de JGZ-professional in overleg met de ouders en jongere deze 20 contacten in de verschillende ontwikkelingsfasen kan inzetten. Het aanbod is gebaseerd op sleutelleeftijden in de ontwikkeling van het kind en landelijke professionele richtlijnen. Ze zijn geschikt voor gerichte, leeftijdsspecifieke voorlichting en advisering aan ouder en kind, het rijksvaccinatieprogramma en het signaleren van (dreigende) groei- en ontwikkelingsachter- standen. Als het goed gaat met het kind kan een ouder, in overleg met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige, een aantal specifieke contactmomenten of delen daaruit laten vervallen of naar andere ontwikkelingsfasen verplaatsen.

Het Landelijk professioneel kader Basispakket JGZ wordt momenteel afgestemd met VWS, VNG, IGZ en de branche- en beroepsverenigingen. Het is de bedoeling te komen tot algemeen draagvlak van alle partijen, zodat het Landelijk professioneel kader de Richtlijn Contactmomenten uit 2003 kan vervangen. Verwachting: voor de zomer van 2015.

De JGZ transformeert van een oriëntatie op ziekte en problemen naar een oriëntatie op het functioneren en de ontwikkeling van een kind. JGZ anticipeert samen met ouders op specifieke individuele behoeften van hun kind. De JGZ maakt daarbij gebruik van het vermogen om toekomstige risico’s voor gezondheid, groei en ontwikkeling aan te geven, vast te stellen en te kwantificeren. Daarbij komen alle biologische, psychische en sociale aspecten van de groei en ontwikkeling, de ontwikkelbehoeften en het functioneren van hun kind aan bod. In dialoog wordt nagegaan of en wat het kind of de ouder nodig heeft om de eigen kracht te versterken. Oplossingen worden dicht bij kind en gezin gezocht of er wordt tijdelijk lichte hulp erbij gehaald, zodat kind en gezin weer zo snel mogelijk op eigen kracht verder kunnen. Voor meer informatie zie de website van het Icoon: URL transparantNCJ.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Borgen van de continuïteit van de zorg voor het kind

Alle organisaties in de jeugdgezondheidszorg zijn sinds 1 juli 2010 verplicht met digitale dossiers te werken. Het borgen van de continuïteit van de zorg voor het kind vormde een belangrijk argument: “Bij verhuizing of wanneer het kind 4 jaar wordt en de zorg wordt overgedragen van jeugdgezondheidszorg 0-4 naar jeugdgezondheidszorg 4-19 kan een digitaal dossier makkelijker worden overgedragen aan de nieuwe JGZ-professional, als die de zorg voor het kind overneemt.”

Gekozen is voor de decentrale aanschaf van automatiseringspakketten door JGZ-instellingen, waardoor verschillende JGZ-organisaties met verschillende digitale dossiers werken. Dat maakte standaardisatie van groot belang. De JGZ-standaard “Basisdataset JGZ” werd ontwikkeld. Het gebruik hiervan is verplicht gesteld om te zorgen voor uniformiteit in de registraties met als doel uitwisselbaarheid van gegevens.

Daarnaast werd bij de digitaliseringsplicht de ambitie vermeld dat “landelijke analyse van geanonimiseerde gegevens mogelijk zou worden om meer inzicht te krijgen in de gezondheid van de jeugd”. Het belang van deze ontwikkeling wordt nog eens benadrukt in het Basispakket JGZ waarin de Beleidsadvisering, oftewel ‘het adviseren ten behoeve van collectieve maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen’, een plek heeft gekregen.

Ter ondersteuning van de JGZ-beleidsadvisering heeft het NCJ Jeugd In Beeld ontwikkeld: een systematiek om met behulp van gegevens uit het digitale dossier, rapportages te kunnen genereren. Voor meer informatie hierover, zie: Icoon: URL transparantJeugd in beeld.  

Daarnaast zijn er heel veel andere databronnen waaruit geput kan worden:

Waar staat je gemeente?

Met de prestaties van gemeenten op verschillende maatschappelijke thema's, zoals woon- en leefklimaat, veiligheid, duurzaamheid en lokale economie in Icoon: URL transparantKinderen In Tel (onderdeel woon- en leefklimaat) wordt hierover informatie gegeven.

Jeugdmonitor op CBS StatLine

StatLine is de elektronische databank van het CBS, waarin je zelf tabellen en grafieken kunt samenstellen. Er is een databank specifiek over jeugd ontwikkeld. Daarnaast zijn wat meer algemene cijfers over jongeren en bijvoorbeeld bevolkingssamenstelling interessant.

De Jeugdmonitor is een samenvatting van informatie, op papier en op internet, over de situatie van de jeugd in Nederland. De Jeugdmonitor is bedoeld om beleidsmakers, onderzoekers en andere geïnteresseerden te informeren over de situatie van de jeugd. De uitvoering van de Jeugdmonitor is in handen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Alle uitkomsten in de Jeugdmonitor zijn beschikbaar via de Jeugddatabase, de elektronische databank van het CBS (zie hiervoor: Icoon: URL transparantStatLine). De uitkomsten kun je daar bekijken, printen of opslaan.

In de Jeugdmonitor zijn zoveel mogelijk indicatoren op regionaal niveau beschikbaar. Deze gegevens worden gepresenteerd in de Lokale jeugdspiegel en in de Jeugddatabase.

Vanaf 2006 brengt het Databoek Icoon: URL transparantKinderen in Tel (KIT) de leefsituatie van kinderen en jongeren per gemeente, provincie en per wijk in kaart. Aan de hand van elf indicatoren, gebaseerd op het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind, laat KIT zien hoe het gesteld is met het welzijn van kinderen in Nederland en in welke omstandigheden zij verkeren. Zie: Icoon: URL transparant Kinderenintel.nl.

In Beeld, In Zorg en Bereik

De JGZ is verantwoordelijk voor het In Beeld en het In Zorg hebben van alle kinderen en jongeren van 0-19 jaar. De JGZ wil daarom over bruikbare definities kunnen beschikken, waarmee inzichtelijk kan worden gemaakt in hoeverre kinderen In Beeld zijn, dan wel Bereikt worden. In het Standpunt Bereik van de Jeugdgezondheidszorg uit 2010 zijn begrippen gedefinieerd. Uit onderzoek van onder meer de Inspectie voor de Gezondheidszorg bleek echter dat er in de praktijk van de uitvoering en registratie door JGZ organisaties op verschillende manieren met deze begrippen werd omgegaan. Derhalve is het NCJ een traject gestart om tot herziening van deze definities te komen, inclusief de bijbehorende indicatoren. De verwachting is dat dit traject in de loop van 2015 wordt afgerond.

Naar boven

Preventie
Preventie gericht op ziekten en aandoeningen

Preventie van depressie

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over de preventie van depressie in een regionale VTV?

Depressie is een beleidsspeerpunt  van het ministerie van VWS. Doelstelling van het landelijk beleid is om meer mensen te bereiken met depressiepreventie. De inspanningen hiertoe richten zich onder andere op het beter inbedden van depressiepreventie in het lokale beleid en in de gezondheidszorg.

Laag bereik van depressiepreventie

Met depressiepreventie worden nu nog weinig mensen bereikt: in totaal slechts 1% van de ruim 350 duizend mensen die per jaar een depressie ontwikkelen (Meijer et al., 2006). Oorzaken voor dit geringe bereik liggen onder meer in de wijze waarop het landelijke en lokale beleid en de gezondheidszorg omgaan met depressiepreventie. Voor de landelijke en lokale overheid is gestandaardiseerde depressiepreventie nog grotendeels een nieuw thema. Gemeenten kunnen binnen het lokaal gezondheidsbeleid een integrale en samenhangende aanpak van depressiepreventie bevorderen. Afstemming tussen de landelijke en de lokale mogelijkheden kan het aantal mensen met depressieve klachten sterk terugdringen.

Verschillende preventieve interventies kunnen depressie voorkomen

Er is een grote diversiteit in interventies ter preventie van depressie. Van verschillende preventieve interventies is aangetoond dat ze op korte termijn een depressie kunnen voorkomen. ‘Grip op je dip’ en ‘In de put, uit de put’ zijn hiervan voorbeelden.

Zie voor meer informatie:

Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpPreventie van depressie (stemmingsstoornissen) (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Integrale aanpak nodig om depressie tegen te gaan

Een integrale aanpak op zowel nationaal als lokaal niveau is nodig om depressie tegen te gaan. Deze aanpak bestaat uit een mix van interventiemaatregelen voor verschillende doelgroepen en met verschillende (lokale) partijen (waaronder zorgaanbieders). Beleid moet zich uitstrekken over verschillende (beleids)sectoren, zowel op landelijk als op gemeentelijk niveau.

Indicatoren voor preventie van depressie

Het aanbod en het bereik van preventieve interventies gericht op depressie, geven zicht op de stand van zaken rondom de preventie van depressie in een bepaalde regio. De beschikbaarheid van gegevens bepaalt grotendeels de keuze van de indicatoren.

Tabel 1:  Aanbod en het bereik van preventieve interventies gericht op depressie. 

Indicator

Omschrijving

Aanbod

  • Het aanbod van (effectieve) preventieve interventies.

Bereik

  • Het bereik van (effectieve) interventies.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar over preventie van depressie?

Gegevens over het aanbod aan (effectieve) interventies op het gebied van depressie kunnen worden gehaald uit de Icoon: URL transparantInterventiedatabase (I-database). De I-database is een landelijke databank van het Centrum Gezond Leven met projecten en activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering en preventie.

Interventiedatabase geeft niet voor alle regio's compleet beeld

De Interventiedatabase zal echter in de meeste gevallen geen compleet beeld leveren van de preventie-activiteiten in de regio. Lang niet alle aanbieders van activiteiten zetten hun projecten in de databank. Verder worden gegevens over de kwaliteit en bereik van de interventies vaak niet ingevuld.

Geen gegevens over bereik van interventies

Gegevens over het bereik van interventies op het gebied van depressie ontbreken. Eventueel zijn regionale gegevens beschikbaar via de Interventiedatabase.

Tabel 2: Vindplaats gegevens op het gebied van depressies.

Presentatieniveau gegevens

Bron

Aanbod interventies

GGD-regio

  • I-database

Gemeenten

  • I-database

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

-

Vergelijking GGD-regio met Nederland

-

Bereik interventies

GGD-regio

  • I-database

Gemeenten

  • I-database

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

-

Vergelijking GGD-regio met Nederland

-

GGD-regio

  • Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de I-database.
  • Cijfers over het bereik van (effectieve) interventies kunnen, indien beschikbaar, uit de I-database komen.

Ter illustratie

In de regio West-Brabant zijn in totaal elf preventieprojecten voor depressie opgenomen in de I-database, waaronder de cursussen 'Grip op je dip' en 'In de put, uit de put'.

Van de elf preventieprojecten in de regio West-Brabant worden vijf projecten uitgevoerd door de GGZ Westelijk Noord-Brabant, vier door de GGZ-regio Breda en twee door de GGD West-Brabant.

Zie:Gezondheid Telt! In West-Brabant

Gemeenten

  • Gegevens over het aanbod van (effectieve) interventies kunnen worden gehaald uit de I-database.
  • Cijfers over bereik van (effectieve) interventies kunnen, indien beschikbaar, uit de I-database komen.

Nederland

  • Exacte gegevens over het bereik van preventieve interventies voor depressie ontbreken, de landelijke VTV geeft een schatting van het bereik.

Ter illustratie

Naar verwachting maken jaarlijks slecht twee- tot vijfduizend volwassenen gebruik van een interventie gericht op het voorkomen van depressie.

Zie: 'Gezond Verstand, evidence-based preventie van psychische stoornissen' (Meijer et al., 2006).

Naar boven

Preventie
Preventie van ziekten en aandoeningen

Preventie van diabetes

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over de preventie van diabetes in een regionale VTV?

Bij de preventie van diabetes zijn veel verschillende organisaties betrokken. Gezondheidsbevorderende instituten als het NIGZ, het Voedingscentrum en het NISB, GGD'en, de Nederlandse Diabetesfederatie, het Diabetesfonds en de Diabetesvereniging Nederland zijn betrokken bij het opzetten en uitvoeren van preventieactiviteiten. Zorgverleners en hun landelijke organisaties dragen bij aan een goede diabeteszorg. Het beleid wordt in grote lijnen uitgezet door landelijke en lokale overheden.

Nog steeds gezondheidswinst mogelijk

Diabetes is een van de speerpunten van het ministerie van VWS. Evenals de thema's roken en overgewicht (bewegen en voeding) sprong het thema diabetes er in negatieve zin het meest uit. Deze thema’s zijn met voorrang aangepakt via allerlei landelijke en lokale projecten. Toch is er nog steeds gezondheidswinst mogelijk. Ook de ziektelast van de speerpunten depressie en schadelijk alcoholgebruik kan, via vroegsignalering en tijdige interventie, naar verwachting sterk verminderen.

Doel is voorkomen en vroeg opsporen van diabetes en voorkomen van complicaties

Het doel van preventie van diabetes is het voorkomen en vroeg opsporen van diabetes en het voorkomen van complicaties. Primaire preventie heeft als doel type 2 diabetes mellitus te voorkomen dan wel uit te stellen. Deze vorm van preventie richt zich op leefstijlfactoren die de kans op type 2 diabetes verhogen (met name overgewicht en te weinig bewegen). Secundaire preventie is het door screening ontdekken en vervolgens behandelen van type 2 diabetes patiënten en richt zich op ongediagnosticeerde diabeten. Tertiaire preventie is het door goede zorg voorkomen dan wel uitstellen van het optreden van complicaties bij mensen met gediagnosticeerde diabetes.

Zie voor meer informatie:

Diabetes (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Indicatoren voor preventie van diabetes

Het aanbod en het bereik van interventies geven zicht op de stand van zaken rondom de preventie van diabetes. Primaire preventie van diabetes is gericht op het voorkomen van diabetes door de risicofactoren van diabetes aan te pakken. Deze risicofactoren zijn overgewicht, voeding, roken en lichamelijke activiteit. De indicatoren voor deze onderwerpen staan bij de onderwerpen genoemd.

Indicator

Omschrijving

Aanbod

  • aanbod van (effectieve) secundaire en tertiaire interventies.

Bereik

  • bereik van (effectieve) secundaire en tertiaire interventies.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar over preventie van diabetes?

Er is nog weinig bekend over het bereik, deelname aan en effectiviteit van secundaire en tertiaire diabetesinterventies. Dit komt deels doordat veel preventieactiviteiten een onderdeel zijn van de diabeteszorg.

Interventiedatabase levert gegevens over aanbod van diabetesinterventies

De Interventiedatabase (I-database) kan gegevens leveren over het aanbod van interventies op het gebied van diabetes. In de meeste regio's zal dit echter geen compleet beeld leveren. Lang niet alle aanbieders zetten hun projecten in deze landelijke databank en gegevens over kwaliteit en bereik worden vaak niet ingevuld.

Informatie over tertiaire preventie via lokale zorgaanbieders en transmurale zorgnetwerken

Wat betreft tertiaire preventie: overal in Nederland zijn er initiatieven van zorgverleners om de zorg voor diabetespatiënten zowel ten aanzien van medicatie, educatie als controles te verbeteren. Het gaat hierbij vooral om transmurale, multidisciplinaire zorg waarbij de regie vaak ligt in de eerste lijn. Informatie hierover kan worden ingewonnen bij lokale zorgaanbieders en/of transmurale zorgnetwerken.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • I-databasae

Gemeenten

  • I-database

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • I-database

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • -

GGD-regio

  • Gegevens over het aanbod en bereik van interventies kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase en bij lokale zorgaanbieders/transmurale zorgnetwerken.

Ter illustratie

In de regio Hart voor Brabant zijn vier preventieprojecten voor diabetes opgenomen in de I-database. Hiervan worden twee projecten uitgevoerd door de Stichting Thuiszorg Brabant Noord-Oost, één door de Sportservice Noord-Brabant en één door Thebe.

Zie: Icoon: urlGezondheid Telt! In Hart voor Brabant.

Gemeenten

  • Gegevens over het aanbod en bereik van interventies kunnen worden gehaald uit de Interventiedatabase en bij lokale zorgaanbieders/transmurale zorgnetwerken.

Nederland

  • Gegevens over het aanbod en bereik van interventies kunnen worden gehaald uit de I-database.

Naar boven

Preventie
Preventie van ziekten en aandoeningen

Vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma in een regionale VTV?

Gemeenten zijn op basis van de Wpg in hoofdzaak verantwoordelijk voor de infectieziektebestrijding in hun gemeente. Uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is één van de onderdelen van de infectieziektebestrijding. De inentingen vinden plaats bij jeugdgezondheidszorginstellingen. In de meeste gevallen worden zuigelingen en peuters ingeënt op consultatiebureaus, die een onderdeel zijn van de thuiszorg. De inenting van schoolkinderen vindt meestal plaats bij de GGD.

Rijksvaccinatieprogramma omvat vaccinaties tegen elf infectieziekten en HPV

Het Rijksvaccinatieprogramma biedt bescherming tegen elf infectieziekten: bof, difterie, Hib, hepatitis B, kinkhoest, mazelen, meningokokken C, pneumokokken, polio, rodehond en tetanus. Kinderen tussen twee maanden en negen jaar oud worden uitgenodigd om zich te laten inenten. Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV-vaccinatie) is vanaf 2010 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor meisjes van 12 jaar.

Hoge vaccinatiegraad belangrijk

In Nederland is meer dan 95% van alle kinderen gevaccineerd. Groepsimmuniteit wordt gegarandeerd als meer dan 90% van de kinderen en volwassenen is ingeënt. Een hoog vaccinatiepercentage (vaccinatiegraad) is dus belangrijk voor gemeenten.

Zie voor meer informatie:

kompasZiekten in het Rijksvaccinatieprogramma (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Indicatoren voor het Rijksvaccinatieprogramma

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die kunnen worden gebruikt voor het presenteren van de stand van zaken met betrekking tot het Rijksvaccinatieprogramma.

Onderwerp

Indicator

DKTP-vaccinaties

  • % zuigelingen (2 jaar) dat basisimmuun is.
  • % kleuters (5 jaar) bij tweede revaccinatie.
  • % schoolkinderen (10 jaar) dat de DTP-vaccinatie volledig heeft afgesloten.

BMR-vaccinaties

  • % zuigelingen (2 jaar) dat basisimmuun is.
  • % schoolkinderen (10 jaar) dat de BMR-vaccinaties volledig heeft doorlopen.

Hib-vaccinaties

  • % zuigelingen dat de Hib-vaccinaties volledig heeft afgesloten (2 jaar).

Meningokokken C-vaccinaties

  • % zuigelingen (2 jaar) dat Meningokokken C-vaccinaties volledig heeft afgesloten.

Pneumokokkenvaccinaties

  • % zuigelingen (2 jaar) dat pneumokokkenvaccinaties volledig heeft afgesloten.

HPV-vaccinaties

  • % 12-jarige meisjes dat 1, 2 of 3 keer is gevaccineerd tegen baarmoederhalskanker/HPV.

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke bronnen zijn beschikbaar voor de vaccinatiegraad?

Gegevens over de vaccinatiegraad per gemeente zijn beschikbaar via de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). Het is dus niet nodig berekeningen hiervoor zelf uit te voeren. GGD'en beschikken zelf ook over vaccinatiegegevens van de afdeling Jeugdgezondheidszorg en de consultatiebureaus in hun regio. Met deze gegevens kun je de regionale vaccinatiegraad berekenen.

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor het in kaart brengen van de vaccinatiegraad.

Presentatieniveau gegevens

Bronnen

GGD-regio

  • Registratie GGD
  • Consultatiebureaus
  • Zorgatlas

Gemeenten

  • Registratie GGD
  • Consultatiebureaus
  • Zorgatlas

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • Registratie GGD
  • Consultatiebureaus
  • Zorgatlas

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Zorgatlas

Gegevens over vaccinatiegraad naar wijk- of buurtniveau

Gegevens over vaccinatiegraad worden meestal gepubliceerd op gemeenteniveau. Als er grote verschillen verwacht worden binnen een gemeente kan bij het RIVM-regiokantoor informatie op wijk- of buurtniveau verkregen worden. Daarvoor moet wel een officieel verzoek ingediend worden bij het RIVM-regiokantoor waaronder de betreffende gemeente valt.

GGD-regio

  • De vaccinatiegraad voor de gehele GGD-regio kun je berekenen op basis van registratiegegevens van de GGD (JGZ) en de consultatiebureaus.

Ter illustratie

In de regio Hart voor Brabant bedraagt de vaccinatiegraad van het Rijksvaccinatieprogramma meer dan 97%.

Zie: Gezondheid telt! In Hart voor Brabant (Hart voor Brabant 2006)

Gemeenten

  • Gegevens over de vaccinatiegraad voor de afzonderlijke gemeenten kun je halen uit de registraties van de GGD (JGZ) en de consultatiebureaus.
  • In de Zorgatlas zijn eveneens cijfers beschikbaar op gemeenteniveau. Hiermee kun je vaccinatiegraad in een gemeente vergelijken met de vaccinatiegraad in een andere gemeente en met de vaccinatiegraad in Nederland.

Ter illustratie

Infectieziekten nemen in Midden-Holland een bijzondere plaats in vergeleken met Nederland, vanwege de lagere vaccinatiegraad in Midden-Holland. De gemeenten Bergambacht, Ouderkerk en Vlist behoren tot de gemeenten met de laagste vaccinatiegraad in Nederland.

Zie figuur 1 en figuur 2.

Nederland

  • Gegevens over de landelijke vaccinatiegraad van DKTP, BMR, Hib, Meningokokken C en Pneumokokken zijn beschikbaar via de Zorgatlas.

Ter illustratie

In 2008 was in Nederland 94,5% van de kinderen die in 2005 zijn geboren gevaccineerd tegen DKTP. In de meeste gemeenten is de vaccinatiegraad hoger dan 95%. Gemeenten met een vaccinatiepercentage lager dan 95% vinden we vooral in de zogenaamde 'bible-belt'.

Zie figuur 1.

Figuur 1: BMR-vaccinaties van zuigelingen geboren in 2006, per gemeente (verslagjaar 2009) (Bron: www.zorgatlas.nl).

BMR-vaccinaties van zuigelingen geboren in 2006, per gemeente (verslagjaar 2009)

Kijk voor de vaccinatiegraad van overige ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma in de Zorgatlas (www.zorgatlas.nl, vaccinaties).

Kaarten kunnen vervangen zijn door kaarten met gegevens over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, vaccinaties).

Figuur 2: DKTP-vaccinaties van zuigelingen geboren in 2006, per gemeente (verslagjaar 2009) (Bron: www.zorgatlas.nl).

DKTP-vaccinaties van zuigelingen geboren in 2006, per gemeente (verslagjaar 2009)

Kijk voor de vaccinatiegraad van overige ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma in de Zorgatlas (www.zorgatlas.nl, vaccinaties).

Kaarten kunnen vervangen zijn door kaarten met gegevens over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, vaccinaties).

Naar boven

Preventie
Preventie van ziekten en aandoeningen

Griepvaccinaties

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over griepvaccinaties in een regionale VTV?

Gemeenten zijn op basis van de Wet publieke gezondheid (Wpg) verantwoordelijk voor de infectieziektebestrijding. In het kader van het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) wordt de jaarlijkse griepprik in de meeste Nederlandse huisartsenpraktijken uitgevoerd.

Risicogroepen komen in aanmerking voor griepprik

Het in 1997 gestarte NPG is bedoeld voor risicogroepen. Kinderen en volwassenen met bepaalde chronische aandoeningen, zoals patiënten met longziekten, hart- en vaatziekten of diabetes mellitus, en alle 60-plussers krijgen een gratis griepprik aangeboden. Sinds het najaar van 2008 is de leeftijdsgrens verlaagd van 65 naar 60 jaar. Door een griepprik is bij hen ziekte of sterfte als gevolg van griep te voorkomen. De huisarts selecteert mensen die in aanmerking komen voor vaccinatie. De 60-plussers vormen de grootste groep aan wie een vaccinatie wordt aangeboden.

Indicatoren voor griepvaccinaties

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren die je kunt gebruiken voor het presenteren van de griepvaccinaties. De 60-plussers vormen de grootste groep aan wie een vaccinatie wordt aangeboden.

Leeftijdsgroep

Indicator

60-plussers

  • percentage tegen griep gevaccineerde 60-plussers in een bepaald jaar.

Zie voor meer informatie:

Preventie van influenza (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke bronnen zijn beschikbaar over griepvaccinaties?

Per gemeente is het percentage gevaccineerde 60-plussers beschikbaar. Het opkomstpercentage wordt berekend door het aantal uitgevoerde griepvaccinaties te delen door het aantal 60-plussers in een gemeente. Met deze percentages moet voorzichtig worden omgegaan: omdat de griepvaccinatie via de huisarts wordt geregistreerd en de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten kan hebben, kan het tot over- of onderrapportage komen.

LINH biedt informatie over griepvaccinaties

Het percentage 60-plussers dat door de huisarts tegen griep is gevaccineerd, kun je ook vinden via de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). De gegevens over de griepvaccinaties in de Zorgatlas komen uit het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsen (LINH). De griepvaccinatiecampagne wordt jaarlijks in opdracht van het RIVM gemonitord door het LINH. Het LINH bestaat uit een representatieve steekproef van huisartspraktijken.

POLS-enquête biedt zelfgerapporteerde gegevens

Daarnaast biedt de POLS-enquête van het CBS landelijke informatie over de griepprik: de POLS-enquête vraagt of de respondent een griepprik heeft ontvangen en zo ja, wanneer de laatste was en op voorstel van wie (huisarts, respondent zelf, specialist, werkgever). De landelijke gegevens hierover kun je vinden via CBS-StatLine, CBS-StatLine maakt geen uitsplitsing naar regio of gemeente.

Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen je kunt hanteren voor percentages griepgevaccineerden.

Presentatieniveau gegevens

Bronnen

GGD-regio

  • Zorgatlas

Gemeenten

  • Zorgatlas

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • Zorgatlas

Vergelijking GGD-regio met Nederland

  • Zorgatlas

GGD-regio

  • Percentage gevaccineerde 60-plussers per gemeente kun je vinden in de Zorgatlas. Op basis van de gemeentegegevens kun je de opkomst voor de regio bepalen.

Ter illustratie

In 2005-2006 heeft bijna 82% van alle 65-plussers in Nederland een griepvaccinatie gehaald. De opkomst in Hart voor Brabant bedroeg 85%.

Zie: Gezondheid telt! in Hart voor Brabant (Hart voor Brabant 2006)

Gemeenten

  • Gegevens over het aantal gevaccineerde 60-plussers voor de afzonderlijke gemeenten kun je halen uit de Zorgatlas.
  • Met de percentages moet je voorzichtig omgaan: omdat griepvaccinaties via de huisarts worden geregistreerd en de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten behandelt, kan het tot over- of onderrapportage komen.

Ter illustratie

In de gemeente Oostzaan was de opkomst in het seizoen 2008-2009 met 17% van alle 60-plussers gevaccineerd, het laagst.

Zie figuur 1.

Nederland

  • Geregistreerde gegevens over het landelijke percentage van tegen griep gevaccineerde 60-plussers kun je vinden in de Zorgatlas.
  • Landelijke zelfgerapporteerde gegevens over de griepvaccinatie kun je vinden via CBS-StatLine. Deze gegevens zijn niet beschikbaar zijn voor de GGD-regio's of gemeenten. Je kunt ze dus niet gebruiken voor een vergelijking met jouw GGD-regio of gemeenten in jouw GGD-regio.

Ter illustratie

In het seizoen 2008-2009 heeft 74% van alle 60-plussers een griepvaccinatie gehaald.

Zie figuur 1.

Figuur 1: Percentage 60-plussers dat een griepvaccinatie van de huisarts heeft gekregen per gemeente in seizoen 2008-2009 (Bron: NVI, www.zorgatlas.nl).

Percentage 60-plussers dat een griepvaccinatie van de huisarts heeft gekregen in seizoen 2008-2009, per gemeente

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaart (www.zorgatlas.nl, vaccinaties en screening).

Naar boven

Preventie
Preventie van ziekten en aandoeningen

Bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker

Beschrijving en definities Gegevens en bronnen

Beschrijving en definities

Waarom gegevens over deelname aan bevolkingsonderzoeken in een regionale VTV?

Gemeenten zijn volgens de Wet publieke gezondheid (Wpg) verantwoordelijk voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de bevolking. Hieronder vallen ook het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten in de bevolking of specifieke groepen in de bevolking.

De deelname aan de screening op baarmoederhalskanker en borstkanker verschilt per gemeente en per regio. Het is voor een gemeente van belang te weten of de deelname in de gemeente afwijkt van de deelname in andere gemeenten. Wanneer bekend is waar de opkomst achterblijft, kunnen maatregelen worden genomen die de deelname bevorderen.

Screening draagt bij aan vroegtijdige opsporing borstkanker

Borstkankerscreening is erop gericht vrouwen van 50 tot en met 75 jaar met behulp van borstfoto’s (mammografie) te screenen op de aanwezigheid van (vroege stadia van) borstkanker. Door vroegtijdige opsporing kunnen patiënten eerder worden behandeld, waardoor de kansen op genezing, vermindering van klachten en overleving toenemen.

Screening op baarmoederhalskanker kan sterfte voorkomen

In Nederland worden vrouwen tussen 30 en 60 jaar om de vijf jaar uitgenodigd om een uitstrijkje te laten maken. Het uitstrijkje kan baarmoederhalskanker en met name voorstadia daarvan opsporen, voordat er klachten zijn. Wanneer kanker in een vroeg stadium en afwijkingen of (mogelijke) voorstadia behandeld worden, kan sterfte aan baarmoederhalskanker worden voorkomen.

Screeningsorganisatie of huisarts nodigen uit voor de screening

Landelijk zijn er vijf screeningsorganisaties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek in hun regio. Soms delegeert de screeningsorganisatie het uitnodigen van de vrouwen aan de huisartsen. De screeningsorganisatie (of huisarts) stuurt aan de hand van de gegevens uit de gemeentelijk basisadministratie (GBA) de vrouwen een uitnodiging voor de screening. De screeningsorganisatie is ervoor verantwoordelijk dat de vrouwen bij de uitnodiging de juiste voorlichting krijgen. De screeningsorganisatie is verder verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging en de regionale evaluatie.

Het RIVM voert de landelijke aansturing en begeleiding van de kankerscreeningen uit namens de minister van VWS.

Belangrijk om inzicht te krijgen in groep vrouwen die niet reageren op oproep

Als vrouwen een uitnodiging voor de screening hebben ontvangen van de screeningsorganisatie of hun huisarts, kunnen ze een afspraak maken met hun huisarts of gynaecoloog voor een uitstrijkje. Een aantal vrouwen zal niet komen opdagen voor de screening en geeft hiervoor via een antwoordkaart een reden van niet-deelname. Dit kan het geval zijn als ze al onder controle is bij de gynaecoloog, als ze minder dan een jaar geleden nog een uitstrijkje heeft laten maken, als ze zwanger is en/of borstvoeding geeft. Dit zijn de zogenaamde passieve deelnemers. Vrouwen kunnen ook actief weigeren deel te nemen omdat ze bijvoorbeeld het nut van het onderzoek niet inzien of geen tijd hebben. Tot slot is er een groep vrouwen die niet reageert op de uitnodiging.

In het kader van preventie is de groep vrouwen die niet reageert op een uitnodiging een interessante groep. Van deze groep vrouwen is bekend dat zij vaak tot de risicogroep behoren. Het is voor gemeenten van belang inzicht te krijgen in de omvang en samenstelling van deze groep.

Voor meer informatie zie: Non-responsonderzoek bij screening op baarmoederhalskanker en borstkanker.

Indicatoren voor bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker

Onderstaande tabel geeft een overzicht van indicatoren op het gebied van de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker waarover gegevens beschikbaar zijn. Deze beschikbaarheid bepaalt grotendeels de keuze van de indicatoren. Welke uiteindelijk in de regionale VTV worden opgenomen, wordt vooral bepaald door lokale wensen van gemeenten en zorgaanbieders.

Indicator

Omschrijving

Deelname aan borstkankerscreening

  • percentage vrouwen van 50 jaar tot en met 75 jaar waarbij in de afgelopen twee jaar minstens één keer een mammografie is gemaakt.

Opkomstpercentage borstkankerscreening in een bepaald jaar (jaar X)

  • aantal vrouwen dat heeft deelgenomen in jaar X / aantal vrouwen dat is uitgenodigd in jaar X.

Deelname aan baarmoederhalsscreening

  • percentage vrouwen tussen de 30 en 60 jaar dat in de afgelopen vijf jaar minstens één cervixuitstrijkje heeft laten maken.

Opkomstpercentage baarmoederhalsscreening in een bepaald jaar (jaar X)

  • aantal vrouwen dat heeft deelgenomen in jaar X / aantal vrouwen dat is uitgenodigd in jaar X.

Zie voor meer informatie:

kompasBorstkankerpreventie (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Icoon: Interne link naar documentBaarmoederhalskankerpreventie (Nationaal Kompas Volksgezondheid)

Naar boven


Gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor deelname aan de bevolkingsonderzoeken?

Voor het in kaart brengen van de deelname aan de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker zijn zowel enquêtegegevens als registratiegegevens over opkomstpercentages beschikbaar.

Zorgatlas presenteert gegevens over deelname

Gegevens over deelname aan de bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker zijn beschikbaar via het CBS (POLS) en in kaart gebracht in de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas'). Het gaat hierbij om enquêtegegevens.

Registratiegegevens over opkomst verkrijgbaar via screeningsorganisaties

Registratiegegevens over opkomstpercentages zijn verkrijgbaar via de afzonderlijke screeningsorganisaties. In de jaarverslagen van deze regionale uitvoeringsorganisaties staan veelal de opkomstpercentages per gemeente. De site Icoon: urlBevolkingsonderzoek Borstkanker Nederland geeft een overzicht van de regionale stichtingen die de screeningen op borstkanker uitvoeren. Op de gezamenlijke website van de integrale kankercentra (Icoon: urlwww.ikcnet.nl) staan verwijzingen naar de regionale uitvoerders van de screening op baarmoederhalskanker.

Deelname per gemeente via jaarlijkse rapportages van screeningsorganisatie

Informatie over de deelname per gemeente is te verkrijgen via de jaarlijkse rapportages van de screeningsorganisatie waaronder de GGD valt. Maar in grotere gemeenten met een wijkindeling of in gemeenten die zijn samengevoegd uit een een aantal kleinere woonplaatsen is bekend dat de verschillen tussen deze wijken en/of woonplaatsen aanzienlijk kunnen zijn.

Informatie op het niveau van de wijk/buurt of woonplaats is te verkrijgen via de screeningsorganisatie. Je kunt dan gegevens opvragen op het niveau van de vierpositie postcode (woonplaatsen) of volledige postcode (buurten/wijken).

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bronnen die je kunt hanteren voor gegevens over deelname aan bevolkingsonderzoeken baarmoederhalskanker en borstkanker.

Presentatieniveau gegevens

Bronnen

GGD-regio

  • Zorgatlas (CBS-POLS)
  • regionale uitvoeringsorganisaties

Gemeenten

  • regionale uitvoeringsorganisaties

Vergelijking gemeenten met GGD-regio

  • regionale uitvoeringsorganisaties

Vergelijking GGD-regio's met Nederland

  • Zorgatlas (CBS-POLS)
  • regionale uitvoeringsorganisaties

GGD-regio

  • In de Zorgatlas staat het percentage vrouwen tussen de 30 en 60 jaar dat in de afgelopen vijf jaar een cervixuitstrijkje heeft laten maken en het percentage vrouwen van 50 jaar en ouder dat in de afgelopen twee jaar een mammografie heeft laten maken.
  • De regionale uitvoeringsorganisaties van de screeningen beschikken over regionale opkomstpercentages (screeningsregio's komen meestal niet overeen met GGD-regio's).
  • Op basis van gemeentelijke opkomstpercentages kan een regionaal percentage worden berekend.

Ter illustratie

In de regio's Amsterdam (64,8%), Friesland (64,9%) en Rivierenland (65,4%) worden het minste aantal vrouwen gescreend op baarmoederhalskanker (periode 2005-2008). Het hoogste percentage heeft de regio Kennemerland (70,9%). Andere regio's die hoog scoren zijn Utrecht (70,4%) en Zeeland (70,2%).

Zie figuur 1.

Gemeenten

  • De regionale uitvoeringsorganisaties beschikken over gemeentelijke opkomstpercentages (jaarverslagen).

Ter illustratie

In Hart voor Brabant zijn de verschillen in opkomst tussen gemeenten bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker groot. In 2005 was de opkomst het laagst in de grote steden Tilburg (61,1%) en 's Hertogenbosch (64,6%) en het hoogst in Maasdonk (77,9%).

Zie: Gezondheid telt! In Hart voor Brabant (Hart voor Brabant 2006)

Nederland

  • De Zorgatlas bevat cijfers over het percentage deelnemers aan de twee verschillende bevolkingsonderzoeken in Nederland.

Ter illustratie

In Nederland is bij ruim driekwart van de vrouwen van 50 jaar of ouder in de afgelopen twee jaar minstens één keer een mammografie gemaakt (periode 2005-2008). Regionaal varieert dit cijfer tussen 67,9% (Rivierenland) en 85,7% (Flevoland).

Zie figuur 2.

Figuur 1: Percentage vrouwen van 30 jaar en ouder bij in de afgelopen 5 jaar een uitstrijkje is gemaakt, per GGD-regio, periode 2005-2008 (Bron: CBS, www.zorgatlas.nl).

Percentage vrouwen dat in afgelopen 5 jaar een uitstrijkje heeft gehad (2005-2008), per GGD-regio

Kaart kan vervangen zijn door een kaart met gegevens over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, screening).

Figuur 2: Percentage vrouwen van 50 jaar en ouder bij wie in de afgelopen twee jaar minstens één keer een mammografie is gemaakt, per GGD-regio, periode 2005-2008 (Bron: CBS, www.zorgatlas.nl).

Percentage vrouwen dat een mammografie heeft gehad (2005-2008), per GGD-regio

Kaart kan vervangen zijn door een kaart met gegevens over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, screening).

Naar boven

Preventie
Preventie van ziekten en aandoeningen

Non-responsonderzoek bij screening baarmoederhalskanker en borstkanker


Belangrijk om inzicht te krijgen in groep vrouwen die niet reageren op oproep

Bij de screening op baarmoederhalskanker en borstkanker reageert een deel van de vrouwen niet op de oproep. Een aantal vrouwen zal niet komen opdagen voor de screening en heeft hiervoor een specifieke reden (al onder controle bij gynaecoloog, minder dan een jaar geleden uitstrijkje laten maken, zwanger, borstvoeding geven). Maar er is ook een groep vrouwen die niet reageert op de uitnodiging zonder daarvoor een specifieke reden te hebben. In het kader van preventie is deze laatste groep vrouwen een interessante groep. Van deze groep vrouwen is bekend dat zij vaak tot de risicogroep behoren. Het is voor gemeenten van belang inzicht te krijgen in de omvang en samenstelling van deze groep.

Deelname per gemeente via jaarlijkse rapportages van screeningsorganisatie

Informatie over de deelname per gemeente is te verkrijgen via de jaarlijkse rapportages van de screeningsorganisatie waaronder de GGD valt. Informatie op het niveau van de wijk/buurt of woonplaats is te verkrijgen via de screeningsorganisatie. Met deze informatie is de deelname en de non-respons in kaart te brengen per buurt/wijk.

Berekenen van de non-respons in de kankerscreening

Voor het in kaart brengen van de non-respons per buurt/wijk, heb je de volgende detailinformatie nodig:

  • postcode (6 posities)
  • uitnodigingsjaar
  • geboortejaar
  • aantal uitnodigingen van het postcodegebied:
  • aantal uitslagen van het postcodegebied:
  • aantal antwoordkaarten van het postcodegebied

Als je aggegreert naar postcode en eventueel naar uitnodigingsjaar en geboortejaar kun je eenvoudig de proportie non-reponders te berekenen met de volgende formule:

((aantal uitnodigingen - (aantal uitslagen + aantal antwoordkaarten))/aantal uitnodigingen.

Als je de postcodes koppelt aan de wijken/buurten van de betreffende gemeente dan is de informatie per wijk/buurt beschikbaar. Dit kan relevant zijn voor de lokale bestuurders.

Voorbeeld

Voor een voorbeeld over non-respons bij de baarmoederhalskankerscreening, zie:

Naar boven

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bmr
Bof, mazelen, rodehond
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
dktp
Difterie, kinkhoest, tetanus, polio
HPV
Humaan papilloma virus
IGZ
Inspectie voor de Gezondheidszorg
URL: http://www.igz.nl
JGZ
Jeugdgezondheidszorg
NVI
Nederlands Vaccin Instituut
URL: www.nvi-vaccin.nl/
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen
STIVORO
Stichting Volksgezondheid en Roken
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
URL: http://www.vng.nl
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
URL: www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws
Wpg
Wet publieke gezondheid

Definities

Hib
Haemophilus influenza type b