Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toolkit regionale VTV
Zorg
Curatieve zorg

Ambulancezorg

Beschrijving en definitie Aanbod: gegevens en bronnen Gebruik: gegevens en bronnen Toegankelijkheid: gegevens en bronnen

Beschrijving en definitie

Waarom gegevens over ambulancezorg in een regionale VTV?

Ambulancezorg is gericht op het voorkomen van sterfte van patiënten door de morbiditeit gunstig te beïnvloeden en vervolgens de patiënten te verwijzen of te vervoeren naar zorginstellingen waar een vervolgbehandeling kan plaatsvinden. De ambulancezorg is een belangrijke schakel in de spoedeisende medische hulpverlening. In de Wet Ambulance Vervoer (Wav) heeft de gemeente een belangrijke taak in de inrichting en instandhouding van de Centrale Post Ambulancevervoer (CPA). In het algemeen is dit geregeld in een samenwerkingsverband van gemeenten. De gemeente vervult ook nog een belangrijke rol bij de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR). Deze rol vloeit voort uit de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van de openbare orde en veiligheid. De gemeenten hebben een verantwoordelijkheid op het gebied van de toegankelijkheid van de zorg. In het geval van ambulancezorg is het van belang dat ambulances tijdig de juiste plek bereiken.

Ambulancezorg omvat traject van melding tot overdracht van patiënt

Ambulancezorg is zorg die in opdracht van de Meldkamer Ambulancezorg beroepsmatig wordt verleend om een zieke of slachtoffer binnen het kader van zijn aandoening of letsel hulp te verlenen en waar nodig adequaat te vervoeren met inachtneming van datgene wat op grond van algemeen beschikbare medische en verpleegkundige kennis noodzakelijk is. Tevens is de veldnorm vastgelegd dat een ambulance binnen vijftien minuten na melding van een spoedrit ter plekke moet kunnen zijn (BVA & AZN, 2003). De zorg begint dus bij een melding aan de Meldkamer Ambulancezorg en eindigt na behandeling ter plaatse als er geen nadere verwijzing of vervoer naar een zorginstelling noodzakelijk is, na verwijzing van de patiënt, na de overdracht van de patiënt in een zorginstelling of na het inschakelen van derden (bijvoorbeeld de huisarts).

Toegang en financiering ambulancezorg vastgelegd in Wav

De toegang tot en de financiering van de ambulancezorg is vastgelegd in de Wet Ambulance Vervoer (Wav). Deze wet scheidt de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het Rijk, de provincie en de gemeente. De provincie is belast met de planning en spreiding van het aantal ambulances en de mate waarin deze paraat staan. Het regionaal ambulanceplan (RAP) dient als basis voor de financiering van de ambulancezorg in de regio. Het RAP wordt opgesteld door de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) in overleg met de betrokken zorgverzekeraars en vastgesteld door de provincie. In Nederland zijn 24 RAV-regio's.

Ambulancezorg vanaf 2011 wettelijk vastgelegd in de Waz

De nieuwe Wet AmbulanceZorg (Waz) regelt vanaf 2011 de ambulancezorg in Nederland. Deze wet vervangt de huidige Wav. Een belangrijk verschil is dat vanaf 2011 in elke veilgheidsregio één ambulancedienst komt. Op dit moment zijn meer ambulancediensten per regio toegestaan. De minister van VWS zal aan vijfentwintig ambulancediensten een vergunning verlenen. In de vergunningverlening hebben zorgverzekeraars en GHOR-Nederland een belangrijke adviserende rol. Hiermee verschuift een deel van de huidige rol van de gemeentelijke en provinciale overheden naar de landelijke overheid en de zorgverzekeraars.

De Waz hangt samen met de nieuwe wet op de Veiliheidsregio's (WVR). De samenhang bestaat uit de wettelijke verankering van de positie van de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) De meldkamer valt onder de publieke verantwoordelijkheid en wordt ingesteld en in stand gehouden door het bestuur van de veiligheidsregio. De uitvoering van de MKA en daarmee de verantwoordelijkheid voor de feitelijke inzet, valt onder de verantwoordelijkheid van de RAV

Ambulancezorg maakt onderscheid tussen spoedeisende en planbare ritten

Binnen de ambulancezorg wordt onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en planbare (bestelde) ambulancezorg. Bij grotere incidenten spreken we van geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR). De spoedeisende zorg valt uiteen in A1- en A2-inzetten. Bij een A1-urgentie bestaat gevaar voor het leven of blijvende invaliditeit bij een patiënt. De ambulance dient zo spoedig mogelijk en binnen uiterlijk 15 minuten na melding ter plaatse te zijn. De ambulance voert dan licht- en geluidssignalen. Bij een A2-urgentie bestaat geen direct levensgevaar, maar is snelle hulp wel wenselijk. De ambulance wordt dan geacht uiterlijk binnen 30 minuten ter plaatse te zijn. Bij planbaar vervoer, of B-urgentie, moet men bijvoorbeeld denken aan het interklinische vervoer van (ernstig) zieke patiënten of aan het vervoer van patiënten van hun huis naar het ziekenhuis voor een bepaalde therapie of diagnostiek. B-inzetten zijn in tegenstelling tot A1 en A2-inzetten te plannen. In alle gevallen gaat het om reguliere ambulancezorg.

Indicatoren voor ambulancezorg

Beleidsmogelijkheden van gemeenten met betrekking tot de ambulancezorg liggen vooral op het gebied van tijdigheid. Het gaat dan om de reistijd van de ambulances vanaf de ambulancestandplaats naar de plaats van het ongeval in relatie tot de normtijd (15 of 30 minuten). Gegevens over aanbod en gebruik van ambulancevervoer dienen daarbij als achtergrondinformatie voor de toegankelijkheid.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van indicatoren op het gebied van ambulancezorg waarover gegevens beschikbaar zijn. Deze beschikbaarheid bepaalt grotendeels de keuze van de indicatoren. Welke uiteindelijk in de regionale VTV worden opgenomen, wordt vooral bepaald door lokale wensen van gemeenten en zorgaanbieders.

Indicator

Omschrijving

Aanbod

  • locaties ambulancestandplaatsen of uitrukposten (= locatie waarvandaan de ambulance vertrekt en waar voorzieningen zijn voor ambulancepersoneel en -materiaal).
  • aantal ambulances per 100.000 inwoners.

Gebruik

  • aantal A1-ritten per 1.000 inwoners.
  • aantal A2-ritten per 1.000 inwoners.
  • aantal B-ritten per 1.000 inwoners.

Toegankelijkheid

  • percentage A1-ritten dat 15-minutengrens overschrijdt.
  • percentage A2-ritten dat 30-minutengrens overschrijdt.
  • gemiddelde reistijd naar ziekenhuis met afdeling spoedeisende hulp.

Zie voor meer informatie: Ambulancezorg (Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Naar boven


Aanbod: gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor het aanbod aan ambulancezorg?

Informatie over het aanbod van de ambulancezorg ofwel de locaties van de ambulancestandplaatsen en het aantal ambulances is afkomstig van AZN. Het is echter niet nodig zelf berekeningen uit te voeren: de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') geeft een overzicht van het aantal ambulances en de locaties van de ambulancestandplaatsen in Nederland per RAV-regio. Er zijn dus niet direct gegevens beschikbaar per GGD-regio of gemeente. Wel kun je met behulp van de standplaatsen in de RAV-regio bekijken hoeveel ambulancestandplaatsen jouw GGD-regio of gemeente heeft. Deze gegevens zijn ook te vinden in het Adresboek Ambulancezorg.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bronnen die je kunt hanteren voor gegevens over het aanbod van ambulancezorg.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • Zorgatlas (per RAV-regio)

Gemeenten

  • Zorgatlas (per RAV-regio)

Vergelijking van gemeenten met GGD-regio

-

Vergelijking van GGD-regio met Nederland

-

Figuur 1: Locaties ambulancestandplaatsen per oktober 2008 (Bron: www.zorgatlas.nl).

Locaties ambulancestandplaatsen (oktober 2008)

Er treden regelmatig veranderingen op in de locaties en het aantal standplaatsen en stationeringsplaatsen. De situatie zoals die in de kaart is weergegeven is van oktober 2008. Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, ambulancezorg).

GGD-regio

  • De locaties van de ambulancestandplaatsen en het aantal ambulances per RAV-regio kun je vinden in de Zorgatlas.
  • Met behulp van deze gegevens kun je bekijken hoeveel ambulancestandplaatsen zich in jouw GGD-regio bevinden. Let wel: je hebt hiermee geen zicht op de dekking voor jouw GGD-regio.

Ter illustratie

Gemiddeld waren er in 2009 in Nederland 4,2 ambulances per 100.000 inwoners. In de regio's Groningen en Zeeland is het aantal ambulances het grootst (meer dan 6 per 100.000 inwoners). De regio's Noord- en Midden Limburg en Flevoland hebben met respectievelijk 3,3 en 3,4 het laagste aantal ambulances per 100.000 inwoners.

Gemeente

  • De locaties van de ambulancestandplaatsen en het aantal ambulances per RAV-regio kun je vinden in de Zorgatlas.
  • Met behulp van deze gegevens kun je bekijken hoeveel ambulancestandplaatsen zich in de gemeenten van jouw GGD-regio bevinden. Let wel: je hebt hiermee geen zicht op de dekking voor de gemeenten.

Nederland

  • De locaties van de ambulancestandplaatsen en het aantal ambulances per RAV-regio kun je vinden in de Zorgatlas.

Ter illustratie

In oktober 2008 waren er in Nederland 213 ambulancestandplaatsen. Hiervan hebben 203 een paraatheid van 24 uur en 10 zijn alleen overdag of 's nachts operationeel.

Zie figuur 1.

Naar boven


Gebruik: gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor het gebruik van ambulancezorg?

Het gebruik van de ambulancezorg kan worden beschreven met behulp van het aantal ambulanceritten per 1.000 inwoners, uitgesplitst naar A1-, A2- en B-ritten. Deze informatie is afkomstig van AZN. Het is echter niet nodig zelf berekeningen uit te voeren: de Nationale Atlas Volksgezondheid ('Zorgatlas') geeft een overzicht van het aantal A1-, A2- en B-inzetten per 1.000 inwoners per RAV-regio.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bronnen die je kunt hanteren voor gegevens over het gebruik van ambulancezorg.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • Zorgatlas

Gemeenten

-

Vergelijking van gemeenten met GGD-regio

-

Vergelijking van GGD-regio met Nederland

  • Zorgatlas

GGD-regio

  • Het is niet nodig het aantal A1-, A2- en B-inzetten per 1.000 inwoners zelf uit te rekenen: het aantal inzetten per RAV-regio kun je vinden in de Zorgatlas.
  • Het aantal inzetten van de RAV-regio waaronder jouw GGD valt, kun je vergelijken met het aantal inzetten in Nederland.

Ter illustratie

In Nederland zijn in 2009 tweemaal zoveel A1-inzetten als A2-inzetten uitgevoerd. Het percentage A1-inzetten van het totale spoedvervoer (A1- en A2-inzetten) varieert van 44% (regio Twente, 15,9 inzetten per 1.000 inwoners) tot 83% (Amsterdam/Waterland, 42,7 inzetten per 1.000 inwoners). Deze regionale verschillen worden waarschijnlijk niet veroorzaakt door een verschil in de ernst van de meldingen maar door een andere beoordeling van urgentie op de meldkamer.

Zie figuur 2.

Gemeente

  • Het aantal A1-, A2- en B-inzetten per 1.000 inwoners per RAV-regio kun je vinden in de Zorgatlas. Het aantal inzetten voor de gemeenten is hiermee niet te bepalen.
  • Via het AZN kan op verzoek (extra vraag) het aantal inzetten per gemeente worden gevraagd.

Nederland

  • Het aantal A1-, A2- en B-inzetten per 1.000 inwoners per RAV-regio kun je vinden in de Zorgatlas.

Ter illustratie

In 2009 zijn in Nederland meer dan 1.000.000 ambulance-inzetten uitgevoerd, waarvan bijna 349.000 B-inzetten. De grootste aantallen B1-ritten zijn te vinden in de RAV-regio's waar zich academische ziekenhuizen bevinden. De aanwezigheid van deze ziekenhuizen zorgt voor meer speciaal patiëntenvervoer.

Zie figuur 3.

Figuur 2: Aantal A1-inzetten per 1.000 inwoners per RAV-regio (Bron: AZN, www.zorgatlas.nl).

A1-inzetten (2009)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, ambulancezorg).

Figuur 3: Aantal B-inzetten per 1.000 inwoners per RAV-regio (Bron: AZN, www.zorgatlas.nl).

B-inzetten (2009)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, ambulancezorg).

Naar boven


Toegankelijkheid: gegevens en bronnen

Welke gegevens zijn beschikbaar voor de toegankelijkheid van de ambulancezorg?

De toegankelijkheid van de ambulancezorg wordt bepaald door de tijdigheid van de hulp. Deze wordt vastgesteld met behulp van het percentage ambulanceritten dat binnen een bepaalde responstijd ter plekke is. Voor levensbedreigend spoedeisende hulp is 15 minuten de norm. Voor situaties die niet levensbedreigend zijn, maar waarbij snelle hulp gewenst is, is dit 30 minuten.

De Nationale Atlas Volksgezondheid ('Atlas') levert gegevens over de prestaties van het ziekenvervoer. Gegevens worden gepresenteerd per RAV-regio. De afzonderlijke ambulancediensten beschikken over registratiegegevens over het halen van de 15-minutennorm op gemeenteniveau.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bronnen die je kunt hanteren voor gegevens over de toegankelijkheid van ambulancezorg.

Presentatieniveau gegevens

Bron

GGD-regio

  • Zorgatlas
  • RAV

Gemeenten

  • RAV

Vergelijking van gemeenten met GGD-regio

  • RAV

Vergelijking van GGD-regio met Nederland

  • Zorgatlas

Figuur 4: Percentage A1-inzetten dat binnen 15 minuten ter plaatse is (Bron: AZN, www.zorgatlas.nl).

Prestaties A1-inzetten per RAV-regio (2009)

Deze kaart kan vervangen zijn door een kaart over een recentere periode. Kijk daarom in de Zorgatlas voor de meest recente kaarten (www.zorgatlas.nl, ambulancezorg).

GGD-regio

  • De Zorgatlas levert per RAV-regio gegevens over het percentage ambulances dat de 15-minuten norm (A1-ritten) en de 30-minuten norm (A2-ritten) niet haalt.
  • Deze gegevens zijn ook verkrijgbaar bij de verschillende regionale ambulancevervoerders.

Ter illustratie

In 2005 werden 11.279 A1-ritten in de regio West-Brabant uitgevoerd. Dit is 33,1% van het totaal aantal ritten. Bij 1.219 A1-ritten (10,8%) was de ambulance niet binnen 15 minuten na de melding ter plekke.

Zie: Gezondheid telt! In West-Brabant (West-Brabant 2006)

Gemeente

  • Gegevens per gemeente over het percentage ambulances dat de 15-minuten norm (A1-ritten) en de 30-minuten norm (A2-ritten) overschrijdt, zijn verkrijgbaar bij de verschillende regionale ambulancevervoerders.

Ter illustratie

In vier gemeenten in West-Brabant overschreed meer dan 20% van de A1-ritten de 15-minutengrens: in Steenbergen (100 ritten; 30,3%), Alphen-Chaam (53 ritten; 34,9%); Moerdijk (262 ritten; 38,8%) en Baarle-Nassau (78 ritten; 64,5%).

Zie: Gezondheid telt! In West-Brabant (West-Brabant 2006)

Nederland

  • In de Zorgatlas staat het percentage ambulances in heel Nederland en per RAV-regio dat binnen 15 minuten (A1-ritten) en binnen 30 minuten (A2-ritten) ter plekke is.

Ter illustratie

In 2009 zijn er in Nederland zo'n 454.000 A1-ritten uitgevoerd. In 92% van deze inzetten is de ambulance binnen 15 minuten na de melding bij de patiënt gearriveerd. De laagste percentages zijn te vinden in de regio's Zeeland (81,5%) en Noord- en Midden-Limburg (85,9%). Er zijn verschillende oorzaken voor de overschrijdingen van de 15-minutennorm, zoals onvoldoende spreiding van standplaatsen, onvoldoende aantal ingezette ambulances, overmacht (slecht weer, opgebroken wegen, een onvindbaar adres), processen op de meldkamer en op de ambulancediensten.

Zie figuur 4.

Naar boven

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • BVA & AZN, Beroepsvereniging Ambulancezorg & Ambulancezorg Nederland.Nota verantwoorde ambulancezorg. Zwolle: BVA/AZN, 2003.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

AZN
Ambulancezorg Nederland
Branche-organisatie die zich primair richt op de Regionale AmbulanceVoorzieningen (ambulancebedrijven) in Nederland. URL: http://www.ambulancezorg-wg.nl
RAV
Regionale ambulancevoorziening
Samenwerkingsverband tussen ambulancediensten en de Meldkamer Ambulancezorg (MKA).

Definities

A1-inzet
Spoedeisende rit in opdracht van de centralist van de MKA in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt en in het geval dat dit gevaar pas na beoordeling door de ambulancebemanning ter plaatse kan worden uitgesloten.
A2-inzet
Rit in opdracht van de centralist van de MKA naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn.
B-inzet
Rit in opdracht van de centralist van de MKA naar aanleiding van een zorgvraag zonder A1- of A2-urgentie, waarbij een tijdstip is afgesproken voor het halen of brengen.
Toolkit regionale VTV, versie 4.10, 16 februari 2015
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.